Winkel-om-de-hoek is bezig met een come-back

ROTTERDAM, 3 OKT. Bewoners van de Rotterdamse wijk Hillegersberg kunnen sinds anderhalf jaar voor de krop sla of het pak melk die ze zijn vergeten bij de weekeinde-boodschappen terecht bij een kleine vestiging van Albert Heijn aan de Kleiweg. Binnen een straal van enkele honderden meters zijn twee grote AH-supermarkten gevestigd, maar voor de snelle boodschap maken veel inwoners van Hillegersberg - vooral tweeverdieners met drukke banen en ouderen - gebruik van de kleine supermarkt.

De experimentele vestiging van Albert Heijn aan de Kleiweg is een voorbeeld van de wederopstanding van de buurtwinkel. Supermarkten en andere winkels werden de afgelopen jaren steeds groter en het aantal kleinere winkels in woonwijken daalde tussen 1980 en 1993 fors, van 11.250 tot 7.400. Maar er zijn tekenen dat het tij voor de buurtwinkel is gekeerd, zeker in Noordwest-Europa en de VS. De schaalvergroting gaat door, maar retailers zien daarnaast de buurtwinkel als een interessante niche-markt, waar hoge rendementen zijn te behalen.

Kennelijk is de vestiging aan de Kleiweg succesvol, want de grootste supermarktketen van Nederland wil de komende tijd meer buurtwinkels openen, zo liet Albert Heijn-president Jan Andreae weten. Albert Heijn opent deze week in het Academisch Ziekenhuis in Groningen een buurtwinkel met een oppervlakte van maar 100 vierkante meter (een flinke supermarkt is al gauw 1.000 vierkante meter), met artikelen specifiek bedoeld voor ziekenhuispersoneel, patiënten en bezoekers. De winkelketen SPAR, onderdeel van het Unigro-concern, maakte al eerder bekend de buurtsuper in Nederland te willen reanimeren. De internationale Spar-organisatie introduceert het buurtwinkel-concept in vele landen tegelijk. De verruiming van de openingstijden, die naar verwachting begin volgend jaar van kracht wordt, geeft de wederopstanding van de buurtwinkel een extra impuls.

Ook in de VS grijpt de nieuwe trend om zich heen. Sears Roebuck, een van 's werelds grootste retailers, is van plan in de VS honderden buurtwinkels te starten. Dit is een radicale verandering van de strategie van het bedrijf, die tot nu toe was gericht op grote warenhuizen in zogenoemde shopping malls. Sears Roebuck meent dat er een groeiende voorkeur bij consumenten is voor kleinere specialistische zaken, op korte afstand van huis.

In de meeste Europese landen is het aantal kleinere en middelgrote winkels de afgelopen jaren fors gedaald. Het bestaan van traditionele buurtwinkels wordt bedreigd door hyper- en megamarkten, die alles verkopen onder één dak - van voeding en cosmetica tot kleding en elektronica. Ook in Nederland is de gemiddelde omvang van supermarkten fors gestegen en heeft het kabinet-Kok een aantal stedelijke knooppunten aangewezen waar grote shopping malls gevestigd kunnen worden.

Maar in landen waar hypermarkten al tientallen jaren zijn gevestigd, zoals Frankrijk, zijn de afgelopen jaren wetten aangenomen die de vestiging van zeer grote winkels bemoeilijken. Zorg over de 'zuigende' werking van hypermarkten op de binnenstad is daar debet aan. Ook in Italië, waar het aantal hypermarkten snel is toegenomen, gaan steeds meer stemmen op om de kleinere winkels in de woongebieden een helpende hand toe te steken.

Behalve door wetgeving wordt de verdere groei van het aantal hypermarkten beperkt door de postmoderne levensstijl. De moderne 'momentconsument' doet in het weekeinde boodschappen bij een grootschalige supermarkt en gaat daarnaast ook wel eens langs bij een goedkope discounter als Aldi. Maar diezelfde consument wil ook graag boodschappen doen 'op loopafstand'. Vooral ouderen hebben behoefte aan een buurtwinkel waar snel en gemakkelijk boodschappen gedaan kunnen worden. Bij het nog steeds groeiende aantal tweeverdieners bestaat ook vraag naar een buurtsuper, goed voorzien van 'gemaksvoeding' zoals diepvries- en magnetronmaaltijden.

Kleine winkels kunnen concurreren met grootschalige supermarkten door superieure kwaliteit te bieden - bijvoorbeeld verse groenten en fruit - of door aanvullende diensten en langere openingstijden. Zo heeft SPAR plannen om in sommige winkels een postagentschap, een stomerij of een traiteur te vestigen. Een buurtsuper die op die manier inspeelt op de lokale behoefte heeft bestaanrecht, zo menen de retailers. Sterker nog, consumenten zijn dan zelfs bereid iets hogere prijzen te betalen dan in de grootschalige supermarkt.

Terwijl in Noordwest-Europa de teloorgang van de kleine winkel tot staan lijkt gebracht, zijn de zware tijden voor de buurtsuper in Zuid- en Oost-Europa nu pas goed begonnen. Franse en Duitse retailers en ook Ahold introduceren in deze landen hun megawinkels. In 1993 bleek uit een overheidsstudie dat het voormalige Oost-Duitsland sinds de eenwording een groeiend aantal uitgestorven 'spookcentra' kent.

    • Paul Wessels