Wielklem (2)

Een heer vindt zijn auto in een wielklem en het kost hem geld, tijd en ergenis om die er weer af te krijgen. Hij is publicist, dus schrijft hij een boze tekst en stuurt die naar de krant. De redactie drukt die tekst af op een prominente plaats met een pakkende titel en een grote foto. En zo lees ik voor het eerst een publikatie van Milo Anstadt.

Er zijn natuurlijk de bekende blij-dat-ik-rij argumenten. De overheid moet ophouden met 'autootje pesten' want de auto valt toch niet uit te roeien en is bovendien een peiler van onze economie. Maar de heer Anstadt brengt ook verderdragend geschut in stelling. Democratie en Democraten, Surinamers en minderhedenbeleid, mensonvriendelijke bureaucraten, passeren de revue om aan te tonen dat de grimmige trekken van een politiestaat in onze samenleving zichtbaar worden. En dat alles naar aanleiding van een wielklem. Men hoeft de echte politiestaat niet uit eigen ervaring te kennen om te begrijpen, dat de heer Anstadt hier de juiste verhoudingen uit het oog verliest. Ik behoor tot de mensen die in Anstadt-utopie gratis mogen parkeren in de stad: bejaard, een oorlogsverleden, een beetje invalide. Toch sta ik achter het lik op stuk beleid van de wielklem. Misschien kan het stadsbestuur daarmee de kleine criminaliteit van de automobilisten beperken. En zo mijn bewegingsvrijheid in de stad vergroten.

    • J.L. Frieling