Spaanse markt lokt auteurs uit Nederland

BARCELONA, 3 OKT. In Barcelona begint de victorie. Achttien Vlaamse en Nederlandse schrijvers presenteerden gisteravond een drie uur durend literair totaaltheater in het Barcelonese Palau de la Música. De vakbeurs voor Spaanstalige literatuur Liber die deze week in Barcelona wordt gehouden staat dit jaar in het teken van de literatuur van de lage landen. Met de liefde als leidend thema en onder de titel 'Una dolca destrucció' ('Een zachte vernieling') lazen de auteurs gisteravond voor uit eigen werk.

Onder leiding van de Vlaming Luc Coorevits, ervaren organisator van literaire evenementen, was een brede selectie gemaakt. Succesnummers op de Spaanstalige markt als Hugo Claus, Cees Nooteboom, Harry Mulisch en Hella Haasse traden gisteren aan. Maar ook in Spanje minder bekende coryfeeën als de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga, Jules Deelder en Tom Lanoye waren aanwezig.

Het publiek in de zaal reageert enigszins overdonderd op de brede presentatie die zich op het toneel van het muziekpaleis afspeelt. Door middel van tekstprojectie worden de gedichten en verhalen simultaan vertaald in het Spaans en Catalaans, een techniek die in Spanje nog weinig gangbaar is. De zaal met circa 1500 aanwezigen reageert enthousiast en blijft, niet in de laatste plaats tot verrassing van veel van de aanwezige auteurs, ook na de pauze goed bezet.

Het optreden van de Nederlandstalige auteurs is een voortzetting van de presentatie die twee jaar geleden werd gegeven op de Frankfurter Buchmesse. In Spanje is het de eerste maal dat de Liber in het teken staat van een specifiek thema. “We hebben het initiatief genomen om hier uitgenodigd te worden”, aldus dr. Arie Pais van de stichting Liber '95, die is gefinancierd van de gelden die twee jaar geleden na Frankfurt overbleven.

Zoals Unilever ooit de Chinese markt wilde veroveren met zijn margarine, zo lonkt de Spaanstalige markt voor de Nederlandse literatuur, zo meende gisteravond een groot deel van de aanwezige schrijvers. Hoewel exacte cijfers moeilijk te achterhalen zijn, moeten de jaarlijkse uitgaven aan vertaalde Nederlandstalige literatuur in Spanje op hooguit enkele tienduizenden guldens geschat worden. Met enige gretigheid wordt gekeken naar een potentiële markt die wereldwijd uit ongeveer 250 miljoen lezers beslaat.

Er zijn evenwel een aantal hindernissen te nemen. Spanjaarden lezen verhoudingsgewijs het minst van heel Europa en de Nederlandstalige literatuur neemt daarbij een zeer bescheiden plaats in. En zodra Spaanse uitgevers - vaak via een buitenlandse vertaling - geïnteresseerd raken in een Vlaamse of Nederlandse auteur dient zich een tweede probleem aan. “Er is een duidelijk gebrek aan vertalers”, meent onder meer Cees Nooteboom, die met zijn reisboek De omweg naar Santiago inmiddels drie drukken heeft gehaald en bij het Spaanse publiek inmiddels enige bekendheid geniet. Staatssecretaris Aad Nuis, gisteravond bij de openingsmanifestatie aanwezig, meent dan ook dat de Nederlandse overheid zich meer zal moeten inspannen op dit terrein. “Zeker als presentatie hier een succes wordt, is het zeer de moeite waarde om te bekijken of we structureel kunnen zorgen voor meer goede vertalers. Daar moeten we een paar centen voor over hebben.”

Hoewel de presentatie gisteren door zowel de auteurs als de zaal als een succes werd ervaren, blijft het voor beide kanten wennen. “Het is hier uiteindelijk toch Afrika”, meent Harry Mulisch, die Spanje voornamelijk zegt te kennen van vroegere tussenstops op weg naar Cuba. “Een intelligent maar wreed volk.” Rotterdams nachtdichter Deelder toont evenwel enthousiaste belangstelling voor de stad waar hij op bezoek is. “Heb je dat park gezien waar die Gaudí hier die gasten mozaïeken van kapotgeslagen tegels heeft laten leggen? Schitterend. Jammer dat hij zo reactionair was als de pest. Hij was zelfs tegen de elektrische tram. Hij werd er later dan ook door overreden.”

    • Steven Adolf