'Sociale en politieke frustraties' in Dili

JAKARTA, 3 OKT. De Indonesische Commissie voor de Rechten van de Mens (Komnasham), een semi-officieel college, schrijft de etnische en religieuze botsingen die zich begin september voordeden in Oost-Timor toe aan 'sociale en politieke frustraties' onder de autochtone bevolking van het gebied. De commissie bracht gisteren verslag uit van haar onderzoek naar de onlusten in Oost-Timor.

Gespannen relaties tussen de oorspronkelijke bewoners en immigranten, gebrekkige communicatie tussen overheid en bevolking, aanhoudende sociale conflicten en slecht functionerende regeringsinstellingen zouden hebben bijgedragen tot de frustraties, zo concludeert de commissie. Die gevoelens van ongenoegen kwamen in de eerste weken van september tot uitbarsting. Woedende jongeren trokken door de provinciehoofdstad Dili en enkele kleinere plaatsen, richtten vernielingen aan in moskeeën en protestantse kerken, molesteerden immigranten en staken de Comoro-markt van Dili in brand.

De vice-voorzitter van Komnasham, oud-parlementslid Marzuki Darusman, stelde vast dat de spanningen weliswaar tot uitdrukking kwamen in etnische en religieuze animositeit, maar wortelen in de ongelijke verhouding tussen de autochtone meerderheid en een minderheid van nieuwkomers, die de streekeconomie beheersen. De oorspronkelijke bevolking van Oost-Timor is overwegend rooms-katholiek, terwijl de meeste immigranten moslims en - in mindere mate - protestanten zijn.

Meteen na de rellen concludeerde de regering dat er vooral etnische en religieuze ressentimenten in het spel waren, gezien het feit dat de agressie van de Oosttimorese jongeren was gericht tegen de niet-katholieke minderheden in het gebied.