Protest tegen mestplannen houdt boeren verdeeld

ROTTERDAM, 3 OKT. Eendracht maakt macht, daar zijn de opstandige boeren het allen over eens. Maar in de praktijk slagen ze er niet in die slogan waar te maken. Er zijn twee concurrerende actiecomité's in de felle strijd tegen wat beide “de vervloekte mestplannen” van het kabinet noemen.

'Wij zijn het zat' Het ene comité draagt de naam 'Wij zijn het zat'. Het is gelieerd aan de LTO, de Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties. Het comité is opgericht in juni. De oprichting was het gevolg van de gematigde LTO-houding tegenover minister Van Aartsen (landbouw). De boeren hadden nauwelijks vertrouwen in hun leiders. Ze vonden dat hun keurig in witte hemden gestoken voorzitter G.J. Doornbos en de machtige B. van 't Erve van het district Midden-Oost te mild waren voor 'Den Haag'.

Boer J. Roemaat, woordvoerder van 'Wij zijn het zat': “Wij zagen dat het overleg dat de LTO voorstond, onvoldoende zou opleveren. Volgens ons moest je niet al te lang wachten of praten, maar meteen actie ondernemen. Even knalde het tussen ons en de LTO. Vooral doordat die Van 't Erve zo dwars lag. Toen die was vertrokken, was er snel een front tussen 'Wij zijn het zat' en de LTO.”

Vier mannen hebben de leiding bij 'Wij zijn het zat', de waakhonden van de LTO. Onder hen functioneren 25 regionale bestuurders, die de 60.000 à 65.000 bij de LTO aangesloten boeren de weg wijzen bij de acties. Roemaat omschrijft die organisatie als een “club met geschiedenis”. “De LTO zorgt voor het overleg, wij voor de acties.” De andere actiegroep, 'Wij zullen doorgaan' van het Nederlands Verbond Varkenshouders, heeft in zijn ogen nauwelijks traditie. “Het NVV heeft een andere structuur, ook als het gaat om besluitvorming.”

'We zullen doorgaan' Het comité 'Wij zullen doorgaan' van de varkenshouders gaat onder aanvoering van de militante W. van den Brink heel wat harder te werk bij zijn boerenacties. Het is het verschil tussen praten en opstand, zei een Drentse boer onlangs. Het NVV werd opgericht in april 1994, “omdat”, aldus secretaris H. Weinans “de centrale landbouworganisatie LTO de belangen van de varkenshouders ronduit slecht behartigde”. Weinans zegt dat er in juli dit jaar 1.500 boeren bij het NVV zijn aangesloten. “Nu is dat aantal 1.750 en het groeit momenteel met de dag.”

De radicale Veluwse boer Weinans is niet te spreken over de aanpak van het concurrerende 'Wij zijn het zat'. “De manier van optreden van die groep is niet de onze. Onze aanpak is zoals het hoort, echt vakbond-achtig. Maar de verschillen tussen ons en 'Wij zijn het zat' zijn vele malen kleiner dan die tussen beide actiegroepen enerzijds en minister Van Aartsen anderzijds. We hebben de minister voor komende zaterdag uitgenodigd naar het vakbondskantoor van het NVV in Barneveld. Er is nog geen reactie van de bewindsman, we wachten af.”

Een ander verschil tussen het NVV en haar comité 'Wij zullen doorgaan' enerzijds en 'Wij zijn het zat' anderzijds is volgens Weinans dat 'Wij zijn het zat' zich heeft vastgebeten in de vijftig-kilo-fosfaatnorm. “Wij beoordelen het totale pakket van de minister. Je kunt je voorstellen dat er te werken valt met die vijftig kilo als je met het geheel soepel omgaat. Anders gezegd, het gaat erom wat er vastgekoppeld is.”

Naast 'Wij zijn het zat' en 'Wij zullen doorgaan' kan zich nog een derde actiegroep in de strijd tegen de mestplannen melden: Het Nederlands Agrarisch Jongerencontact. Woordvoerder E. Schaper van die 24.000 leden tellende organisatie: “Wij zijn heel actief met het mestbeleid bezig. Geen enkel bedrijf mag van ons van een mineraalboekhouding worden uitgesloten. Schoner produceren is heel belangrijk, we willen over dertig jaar ook nog boeren. Wij proberen intussen te bemiddelen tussen de twee andere actiegroepen. Allemaal hebben we immers hetzelfde doel. Pas in het uiterste geval gaan we eigen acties voeren. Zo ver is het nog niet. Eendracht maakt macht.”

    • Guido de Vries