Oorlogstribunaal slaagt alleen met meer internationale steun

Het Internationaal Oorlogstribunaal dat in Den Haag oorlogsmisdadigers uit het voormalige Joegoslavië vervolgt, dwingt veel respect af. Maar volgens Iain Guest is het zeer de vraag of het tribunaal zijn werk tot een goed einde kan brengen. De steun van de Veiligheidsraad is te gering.

Vroeg of laat zullen de gevechten in Bosnië dan toch ophouden, en gaan we ons met ons allen afvragen hoe de wonden te helen. Dat is het moment waarop de wereld van het Internationale Oorlogstribunaal in Den Haag zal vragen oorlogsmisdadigers uit het voormalig Joegoslavië te vervolgen.

Het tribunaal dwingt als een van de weinige bij de Bosnische tragedie betrokken partijen nog enig respect af. Tot dusverre heeft het tegen 43 personen arrestatiebevelen uitgevaardigd.

Een van hen, Dusan Tadic, een Bosnische Serviër, zit in voorarrest in een VN-cel in Den Haag en zal vermoedelijk later dit jaar worden berecht. Hij wordt ervan verdacht dat hij in het begin van de oorlog in het Servische gevangenkamp Omarska moslim-gevangenen heeft gemarteld en vermoord. In één gruwelijk en goed gedocumenteerd geval zou hij een jonge moslim hebben gedwongen de testikels van andere gevangenen af te bijten, wier lippen met ijzerdraad opeen waren gebonden zodat ze niet konden schreeuwen.

De aanklager bij het tribunaal, de voormalige Zuidafrikaanse rechter Richard Goldstone, heeft zijn netten breed uitgezet. Behalve individuele moordenaars zoals Tadic, heeft Goldstone ook vervolging ingesteld tegen de twee Bosnisch-Servische leiders Radovan Karadzic en Ratko Mladic.

In aanmerking genomen dat Goldstone pas in juli 1994 is benoemd, getuigt dit van een indrukwekkende activiteit. Van zijn voortvarende optreden, waaronder het uitvaardigen van arrestatiebevelen tegen degenen die wel eens de sleutel tot een vreedzame regeling in handen zouden kunnen hebben, gaat iets zeer geruststellends uit. Het is lang geleden dat iemand recht deed gelden voor politieke opportuniteit in Bosnië, en alleen dat al zal het besmette blazoen van de VN wellicht helpen zuiveren.

De vraag is echter of de betrokken regeringen hem zijn gang zullen laten gaan. Juist nu het tribunaal met zijn onderzoek goed op gang begint te komen en rekenschap duidelijker dan ooit geboden is, wordt het tribunaal op drie fronten bedreigd.

Ten eerste zijn er de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, die zich in 1993 het gezag heeft aangematigd het tribunaal in te stellen zonder de Algemene Vergadering te raadplegen. Ondanks die eerste ijver heeft geen van de vijf landen de jurisdictie van het tribunaal in de nationale wetgeving vastgelegd.

President Clinton en zijn regering hebben een wetsontwerp ingediend dat nu bij de Senaat ligt, maar dat is vervat in twee omstreden voorstellen waarin de ministeries van buitenlandse zaken en van defensie gelden toegezegd krijgen, en in beide is zo diep gesneden dat een presidentieel veto onafwendbaar lijkt. De Britse regering zou niet eens parlementair goedkeuring nodig hebben om het gezag van het tribunaal te erkennen. Maar het is inmiddels maanden geleden dat de Britse regering een ontwerp-maatregel van bestuur heeft aangekondigd, en er is nog niets openbaar gemaakt.

Dat is buitengewoon onverantwoordelijk. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben de aanklager informatie verstrekt en deskundigen geleverd voor zijn onderzoeksteam. Maar daarmee is de hoogste jurisdictie van het tribunaal nog geenszins erkend, evenmin als het recht van de aanklager getuigen te dagvaarden en arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen van oorlogsmisdaden verdachte personen.

Nog altijd duiken er op onverwachte plaatsen Duitse oorlogsmisdadigers op, en met zo iets moet ook hier rekening worden gehouden. Maar belangrijker zijn de politieke gevolgen. Formele erkenning van het gezag van het tribunaal door de Amerikanen, de Britten, de Russen, de Fransen en de Chinezen is van niet te overschatten belang op een moment dat de Bosnische Serviërs zich afvragen of ze hun leiders zullen uitleveren dan wel de aanklager zullen tarten de daad bij het woord te voegen.

Meer openlijke steun van de Veiligheidsraad zou tevens de kans op veroordelingen in de eerste, cruciaal belangrijke processen vergroten. Papieren documentatie die, zoals bij nazi-Duitsland, de hoofdverantwoordelijken voor de etnische zuiveringen aanwijst, ontbreekt en aanklager Goldstone is geheel en al afhankelijk van ooggetuigenverslagen.

Tientallen potentiële getuigen zijn gevonden in Bosnië en onder de vluchtelingen elders in Europa. Maar velen van hen zien hoog op tegen het herbeleven van hun beproevingen in de rechtszaal en zijn doodsbenauwd voor mogelijke represailles. Nadat moslim-vluchtelingen vorig jaar Tadic op de Duitse televisie hadden geïdentificeerd, werden verschillende familieleden van hen in Banja Luka, dat in handen van de Serviërs is, vermoord. Sommige slachtoffers van verkrachting zouden al op hun besluit om te getuigen zijn teruggekomen.

Het zou voor potentiële getuigen een grote opluchting zijn te weten dat landen zoals de VS, die buiten het oorlogsgebied liggen, bereid waren hun familieleden op te nemen of zelfs een nieuwe identiteit te verschaffen. Twee kroongetuigen - een Bosnisch-Kroatische politiecommissaris en een voormalige Servische kampbewaker - houden zich angstvallig schuil in Europa en Noord-Amerika. Toch wijst niets op een gecoördineerd beleid van deze regeringen, ook al klagen ze steen en been over het gebrek aan constructieve opties voor de Balkan.

Zorgelijk is ook dat nog geen van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad cellen heeft toegezegd voor personen die door het tribunaal worden veroordeeld, zoals de VN heeft verzocht. Washington, Londen en Parijs zouden er, zo verluidt, niet van willen horen.

Toch is dit opnieuw een belangrijke toetssteen voor de internationale betrokkenheid bij het tribunaal, vooral daar de Nederlandse regering andere regeringen om de verzekering vraagt dat niet alleen zij zal opdraaien voor de hechtenis en gevangenschap van gewelddadige oorlogsmisdadigers. Een bekend feit is dat volgelingen van Arkan, een van de meest genadeloze Servische paramilitaire leiders, zijn geïnfiltreerd op de Nederlandse drugsmarkt, en in kringen van de Nederlandse overheid sluit men de mogelijkheid van terroristische aanslagen ter bevrijding van veroordeelden of verstoring van processen niet uit.

De tweede ernstige bedreiging van het tribunaal is van financiële aard. Regeringen en VN-functionarissen in New York stellen consequent te weinig geld beschikbaar voor VN-activiteiten inzake oorlogsmisdaden - zo weinig dat de verdenking heerst dat er een subtiele bureaucratische campagne gaande is ter ondermijning van onderzoek dat het vredesstreven zou kunnen bemoeilijken.

Het tribunaal heeft voor dit jaar eindelijk 28,4 miljoen dollar ontvangen, maar in oktober moet het alweer naar de VN met een nieuwe ontwerp-begroting. Tadic is een akelig kostbare gevangene gebleken, en het wekt nauwelijks verwondering dat de aanklager om 68 extra medewerkers vraagt. Maar diverse regeringen waarschuwen al dat het werk van het tribunaal na de twee inmiddels aangeklaagde Bosnisch-Servische leiders zal zijn voltooid, en dat het volgend jaar minder geld te verwachten heeft. Het tribunaal heeft er al evenmin baat bij dat de VN als geheel draait met een slinkend budget en al meer dan een miljard dollar aan achterstallige betalingen te goed heeft van de VS.

De derde bedreiging van het tribunaal is gelegen in de vooruitzichten op een vredesregeling. De Veiligheidsraad zou het tribunaal eenvoudig kunnen ontbinden als men tot de conclusie komt dat aanklachten een bedreiging vormen voor de vredesbesprekingen. De Raad zou een amnestie voor reeds gepleegde oorlogsmisdaden kunnen afkondigen, en zou heel wel de economische sancties tegen Servië en Bosnië kunnen opheffen in ruil voor een handtekening onder een bestand.

Het is alles al even onverantwoord. Sancties vormen het enige middel van de VN om een regering te dwingen aangeklaagden wegens oorlogsmisdaden uit te leveren en hun medewerking te verlenen aan het tribunaal, en geen land verdient die dwang meer dan Servië. Servië is teruggekomen van zijn belofte dat de aanklager een kantoor in Belgrado zou mogen openen en heeft nog altijd geen geloofwaardige vervolging tegen oorlogsmisdadigers ingesteld. Als Belgrado iets verdient, is het dat de duimschroeven nog verder worden aangedraaid.

Als regeringen in hun haast om een eind aan de gevechten te maken sancties gaan opheffen, zullen ze het goede werk van het tribunaal grotendeels te niet doen. Vrede op de Balkan is onmogelijk als er geen recht geschiedt. Aanklager Goldstone en de rechters van het tribunaal in Den Haag lijken dit te begrijpen - de VN-Veiligheidsraad doet dat blijkbaar niet.

    • Iain Guest
    • War Crimes And The Former Yugoslavia'