Onwaarschijnlijke Haagse tocht naar goot, roes en drank

Voorstelling: Chin-Chin van François Billetdoux door Het Nationale Toneel. Regie/bewerking: Ger Thijs. Spel: Anne-Wil Blankers, Gees Linnebank, Ids van der Krieke. Gezien: 29/9, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Nog te zien aldaar t/m 12/10, daarna elders t/m 14/3. Inl. 070-3469450.

Zo aarzelend als drie grote panelen op het toneel de verschillende lokaties suggereren - langzaam draaiend, nog een beetje nawiebelend -, zo wankelmoedig is ook de eerste ontmoeting tussen mevrouw Pamela Picq-Puffy en Cesareo Grimaldi. Ze komen bij elkaar in een hotellobby, want hun beide wederhelften hebben een verhouding en, zoals Picq-Puffy stelt: “Een zijsprong kan ik vergeven, maar een misstap niet”. Ze hoopt dan ook een man te ontmoeten die zal zeggen: “Pam, geen gezeur, zus en zo pakken we dat aan.” Maar wat hij ook zegt, dat niet. Het is geronk en getwijfel, opdringerigheid van zijn kant, ontvankelijke eenzaamheid van de hare en dat hele complex van twee door het toeval samengebrachte gevoelslevens eindigt uiteindelijk in een roes van drank en verloedering.

Er is meer dat aarzelt. De hele eerste helft van Thijs' enscenering is weinig meer dan een stapsgewijze uiteenzetting over hoe een eenmalige ontmoeting resulteert in regelmatige afspraken. Louter situationele ontwikkeling, die niet verklaart waarom, na de pauze, de keurige dame in een drankorgel is veranderd. Vertolkster Anne-Wil Blankers maakt die Werdegang evenmin duidelijk, niet alleen omdat het stuk haar die mogelijkheid niet biedt, maar ook omdat ze niet verder komt dan uiterlijk vertoon. Het is liederlijkheid op z'n Haags dat zij maar ook tegenspeler Gees Linnebank en regisseur Thijs in Chin-Chin ten beste geven: geforceerd, onwennig, onnatuurlijk, voorzichtig ook en te zeer bewust van het betreden van een onbekend terrein. Volmaakt in overeenstemming met het steriele panelendecor van Rien Bekkers, is deze enscenering sightseeing aan de zelfkant: met de handtas stevig onder de arm geklemd, de Wallen op en daarna - het was me wat, hoor - gauw weer naar huis.

Is dat al enigszins pijnlijk, alle moeite is ook nog eens voor niets. Journalist, romancier en toneelschrijver François Billetdoux (1927-1991) mag met Chin-Chin zijn belangrijkste werk hebben afgeleverd, belangwekkend is het niet. De bespiegelingen over het leven die hij het personage Grimaldi in de mond legt zijn even plechtig als mal en wat hem en de stijve doktersvrouw Pamela nu precies bindt, laat hij gemakshalve in het midden. Hun eensgezinde tocht naar de goot zou al heel wat geloofwaardiger zijn geworden door een seksuele hartstocht, maar ook die ontbreekt. Er is geen broeierigheid à la Tennessee Williams, geen exploderende status quo als in Edward Albee's Who's afraid of Virginia Woolf en geen extreme onwaarschijnlijkheid die een dramatische en psychologische opbouw overbodig maakt. Chin-Chin is een braaf boulevard-stuk, dat nette burgers een kijkje laat nemen in een andere wereld dan de hunne.

    • Pieter Kottman