Normen en waarden (2)

Tegenover de communitaristen, die zich baseren op zulke 19e eeuwse waarden als gemeenschapszin en familie, ziet Gerard de Vries meer nut in onze opleiding tot een 'waardenloze' democratie zoals geschiedt in gezin of op school. De mensen maken daar kennis met voor democratieën kardinale argumentatie-praktijken zoals kritiek, relativering en het compromis. De Vries ontkent de waarde van de democratie te verdedigen. Komt dat omdat in deze post-moderne tijd 'waarden' uit zijn? De Vries pleit voor een conflict hanterend samenwerken van mensen, niet voor het elkaar de hoofden inslaan of het opsluiten van politieke tegenstanders. Ik vind dus dat hij eigenlijk wèl de waarde van de democratie verdedigt. En dan nog wat: de discussie tussen mensen als De Vries en de communitaristen zou verdiept kunnen worden met argumenten uit de economische hoek. De individualiserende arbeidsdeling heeft - hoe paradoxaal! - de mensen even onzichtbaar als sterk aan elkaar gesmeed. In een meer gedecentraliseerde economie, die mij nodig lijkt om te overleven, zullen de mensen weer op directe wijze en zichtbaar moeten gaan samenwerken. Dit vormt dan de materiële basis voor een, als men het zonodig een naam wil geven, 'communitarisme' waarin er minder behoefte zal zijn om over waarden te discussiëren. Als het waar is dat de democratie in ons land is voortgekomen uit de noodzaak om samen het water te beheersen, dan wijst dat alweer op de vaak materiële oorzaak van ontwikkelingen met als 'uniform waardenkader' de noodzaak om, in ons geval, de voeten droog te houden. Zou de discussie over waarden vooral horen bij een ontwortelde en parasiterende stadscultuur?