Netelenbos volhardt in programma basisschool

DEN HAAG, 3 OKT. Staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) weigert het huidige lesprogramma op de basisschool aan te passen. D66 en SGP, GPV en RPF hadden daar bij haar op aangedrongen omdat uit diverse onderzoeken is gebleken dat het programma te overladen zou zijn. De fracties willen, gesteund door advies van de Onderwijsinspectie en de Onderwijsraad, het lesprogramma zo snel mogelijk wijzigen.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer tijdens een overleg van de vaste onderwijscommissie over de nota 'Een impuls voor het basisonderwijs'.

Netelenbos voelt er niets voor de zogeheten kerndoelen die per vak aangeven wat scholieren moeten kennen opnieuw vast te stellen, nog vóór 1998, het afgesproken evaluatiemoment. Wijziging nu zou de continuïteit van het beleid in gevaar brengen en scholen te weinig gelegenheid geven te wennen aan het lesprogramma. Overigens zei ze te verwachten dat na evaluatie in 1998 ongeveer 80 procent van het huidige lesprogramma gehandhaafd blijft.

De basisscholen, die tien jaar geleden zijn ontstaan door samenvoeging van kleuter- en basisonderwijs, hebben tot 1997 de tijd om deze kerndoelen in te voeren. In 1998 worden de kerndoelen tegelijkertijd met de eindtermen voor de basisvorming in de laagste klassen van het voortgezet onderwijs beoordeeld en aangepast.

Zolang wilde het Kamerlid U. Lambrechts (D66) niet wachten. Volgens haar is het zonde van tijd en energie om basisscholen 'lastig' te vallen met kerndoelen die op termijn toch worden gewijzigd. Ze verwees naar een basisschool in Amsterdam-Zuidoost, die de kerndoelen opzij heeft geschoven in ruil voor meer rekenen, taal en lezen aan de grote groep allochtone kinderen op school.Ook het PvdA-kamerlid Liemburg stelde vast dat het vooruitzicht dat de kerndoelen worden aangepast, voor scholen geen stimulans is om ermee aan de slag te gaan.

De Kamer steunt de voorstellen uit de nota op hooflijnen. Netelenbos heeft de komende jaren 100 à 120 miljoen gulden beschikbaar om het onderwijs op basisscholen te verbeteren. Dat geld is de opbrengst van de scholenfusies en wordt besteed aan onder meer extra leerkrachten in de laagste klassen en een centrum dat het taalonderwijs aan kinderen van vier tot twaalf jaar moet helpen verbeteren.