Leysen wenst Perscombinatie 'sterkte'

De Vlaamse grootondernemer André Leysen, die onlangs met zijn Vlaamse Uitgeversmaatschappij een - vergeefs - bod deed op de Dagbladunie, noemt zijn bod achteraf 'serieus'. Maar voordat hij echt aan onderhandelen toekwam, had eigenaar Reed/Elsevier al gekozen voor een bod van de Perscombinatie die wordt gesteund door ING. Leysen wenst de Perscombinatie nu 'veel sterkte'. Want, zo zegt hij, “ons principe is in de krantenwereld niets te financieren met langlopende schulden. Daarom zouden wij die weg niet zijn gegaan met de Dagbladunie.”

Zijn moeder was stuntvlieger, maar zelf is hij de bedachtzaamheid zelve. Voor de Antwerpse 'portefeuille-maatschappij' Gevaert beheert André Leysen (67) een belegd aandelenkapitaal van 2,75 miljard gulden. Hij is president-commissaris van het Belgisch/Duitse concern Agfa Gevaert en vervult daarnaast talloze commissariaten bij vooraanstaande bedrijven als Philips, BMW, Bayer, SHV, Aegon en de Kredietbank.

Als ondervoorzitter van de prestigieuze European Round Table van topindustriëlen kent hij de weg in het Brusselse Eurolabyrint en probeert hij vanuit de coulissen het proces van Europese eenwording te beïnvloeden en te versnellen. Leysen, jarenlang voorzitter van de Belgische werkgeversvereniging VBO, was de enige niet-Duitser in het presidium van de raad van beheer van de Treuhandanstalt, belast met de privatisering van de Oostduitse economie.

Een ondernemer met “de spirit van een Vader des Vaderlands”, zo werd hij omschreven. Hij schrijft regelmatig indringende essays over de Belgische ziekte, over de roofbouw op de sociale zekerheid en over het Europa van na het communisme. Leysen heeft net de laatste hand gelegd aan de Duitse vertaling van zijn laatste boek, 'Achter de Spiegel'. Hierin blikt hij terug op zijn 'foute' oorlogsverleden (als lid van de Hitlerjugend) en analiseert hij hoe hij zich liet meeslepen door een ideologie waarvan hij “de verschrikkelijke dimensies” pas aan het einde van de oorlog besefte, toen hij voor het eerst foto's zag van concentratiekampen.

Leysen redde in de jaren zeventig het dagblad De Standaard van de ondergang, “het kloppend hart van Vlaanderen”. De gelouterde 'zakenman-filosoof' (“Ik ben een mislukte politieke ziel”) liet recentelijk van zich spreken door het bod dat hij (in samenwerking met twee Nederlandse banken ) met zijn Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) uitbracht op de Dagbladunie, uitgever van onder andere deze krant. “Mijn fantasie ging aan het werk”, zegt Leysen met een lachje om zijn mond. Maar voordat hij echt aan onderhandelen toekwam, had Reed Elsevier al gekozen voor de Perscombinatie.

Waarom lacht u?

“De verkoop is een gevoelig thema in Nederland. Ik vond het wel grappig om als Belgische firma een bod uit te brengen”.

Was het niet serieus dan?

“Het was zeker serieus. Onze analyse was: de Telegraaf komt niet in aanmerking omdat ze de in Nederland vrijwillig afgesproken grenzen zou overschrijden. En we dachten dat de Perscombinatie het niet zou aankunnen, gezien haar constructie en haar financiële ruimte. Omdat we uit hetzelfde taalgebied komen, en hadden gezorgd voor een Nederlandse meerderheid, rekenden we er op een goede outsiders-kans te maken. Nu het scenario niet zo afloopt, kan ik Elsevier alleen maar feliciteren en de Perscombinatie veel sterkte toewensen. Een bedrag van 845 miljoen gulden vind ik een flink bod. Ik vind het een moedig besluit”.

U vindt dat de Perscombinatie te veel heeft geboden?

“Dat zegt u. Dat zeg ik niet. Ik kan niet in de potten kijken van de Persperscombinatie.

Wat is dan moedig?

“We hebben De Standaard in 1976 overgenomen toen de krant failliet was. In het huis van de gehangene spreekt men niet over het koord. Maar de Standaard-groep was in moeilijkheden gekomen omdat ze destijds een overmatige expansiedrang had, op krediet. Ons principe is in de krantenwereld niets te financieren met langlopende schulden. Daarom zouden wij die weg niet zijn gegaan met de Dagbladunie. Daarom zeg ik: ik bewonder de houding van de Perscombinatie”.

Sinds bekend is geworden dat u geen kans maakt bij de Dagbladunie, hebben zich al nieuwe ontwikkelingen voorgedaan waar u zich als ondernemer en als Europa-watcher druk over kunt maken. Hoe beoordeelt u de onrust die plotseling met name vanuit Duitsland is gerezen over de haalbaarheid van de Economische en Monetaire Unie (EMU)?

“Ik geloof dat binnen de Europese Unie fundamenteel geen twijfel is ontstaan over de noodzaak van een monetaire unie. Discussiepunt is alleen het tijdstip van invoering en de vraag wie kunnen deelnemen. Dat raakt de historische gevoeligheden van de volkeren. De Duitsers hebben een bijna mythologische houding tegenover de D-Mark. Ze zijn geconditioneerd omdat hun grootvaders en hun vaders in één nacht al hun spaargeld zijn kwijtgeraakt. Een Duitser kijkt 's morgens in de krant naar het inflatiecijfer. Een Fransman kijkt door zijn raam om te kijken of er geen revolutie aan de gang is, of een événement, zoals in 1968. Die gevoeligheden zijn niet altijd rationeel. Wat er op het ogenblik gebeurt, is natuurlijk grotesk: de hele wereld vlucht in de D-Mark, maar de Duitsers vluchten naar de Zwitserse frank uit angst voor negatieve gevolgen van een monetaire unie.”

Maar u twijfelt er niet aan dat de EMU er in 1999 zal zijn?

“Ik vind dat we uit tactisch oogpunt die datum moeten aanhouden. Sinds de val van de Muur en het afbreken van het communistische systeem zijn we een beetje aan het slabakken met de Europese eenwording. We stellen eigenlijk vast dat Europa zich in het verleden heeft verenigd tegen iets, en dat dat gemakkelijker is dan het eens zijn voor iets. Als 1999 niet wordt gehaald, zou dat een bijkomende terugslag betekenen omdat die datum nu eenmaal vastligt. Maar als u het historisch bekijkt, heeft het geen belang of de EMU er een jaar later of vroeger komt. We groeien naar elkaar toe. Fundamenteel ben ik niet pessimistisch over de Europese eenwording. Dat is nu eenmaal een lang proces, zoals met de processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee stappen achteruit. Maar men komt ook aan, hè.”

Sommigen voorspellen een proces van desintegratie, indien 1999 wordt losgelaten. Dat landen dan zullen terugkeren naar nationalisme.

“Ik geloof dat dat overdreven is. De prijs van het niet-Europa is reeds te groot geworden. Geen enkel land kan het zich permiteren zich terug te trekken binnen de eigen grenzen.”

U zegt: 'we groeien naar elkaar toe'. Kennelijk oordeelt Duitsland daar anders over en zegt het nu al dat een heleboel landen het niet zullen halen met de EMU?

“U moet er begrip voor hebben dat de financiële autoriteiten in Duitsland moeten inspelen op de historische gevoeligheden in het land en moeten zeggen: luister, als we naar een eenheidsmunt willen gaan, moet het op onze voorwaarden van stabiliteit zijn, anders krijgen we het Duitse volk niet mee. En de principes die Duitsland hanteert, zijn gezonde principes. We zien toch al dat zes, zeven landen zich economisch gedragen zoals Duitsland. De enige keuze die we nu eigenlijk hebben is: de Bundesbank wordt de facto de centrale bank van Europa, of we krijgen een centrale Europese bank met een Europese munt.”

Kortom: onvoorwaardelijk kiezen voor de EMU met één munt?

“Een logische tussenstap zou zijn als de landen die zich daartoe in staat achten, op een bepaald ogenblik zouden verklaren dat de pariteit van hun valuta onderling wordt vastgelegd, en dat er een tweede, Europese munt wordt ingevoerd, die naast de nationale munten bestaat. Dan zullen we wel zien of de ene munt de andere vervangt. Dan zal het beste geld het andere wel verdringen. Op die manier zal men de derde fase van de EMU sneller kunnen invoeren. Want wat is het alternatief? Iedereen stort zich nu op de D-Mark. De koers wordt omhooggestuwd, dat heeft niets meer van doen met zijn commerciële waarde. Het is het tulpenbollen-effect uit de 17de eeuw. De mark is een beleggersobject geworden, en dat betaalt men op sociaal gebied. Bedrijven moeten rationalisaties doorvoeren met als gevolgen bijkomende werkloosheid. Daarom moeten we de monetaire massa vergroten. Dat kan alleen door er een eenheidsmunt van te maken.”

Probeert u als belegger te profiteren van de onrust op de valutamarkten?

“Nee. Wij volgen een zeer conservatief beleid. Om historische redenen hebben wij onze portefeuille voor eenderde in Nederland belegd, iets meer dan eenderde in Duitsland en de rest in België. Dat heeft niets te maken met de huidige monetaire ontwikkelingen.”

U slaat niet elke dag de beurspagina's op om te kijken hoe u snelle valutawinsten kunt binnenhalen?

“Nee, nee. We zitten voor het leeuwedeel in Europese kernmunten.”

Als belegger ligt u 's nachts niet wakker van wat er gebeurt?

“Ik slaap altijd excellent. Gevaert zoekt geen reusachtige rendementen in slechte munten. We zoeken beleggingen op lange termijn en we zien er op toe dat dat niet gebeurt in munten die steeds meer in waarde vervallen. We zullen wel twee keer nadenken alvorens we nu grote beleggingen doen in dollars. Maar als voorzitter (van de raad van commissarissen) van Agfa Gevaert kijk ik wel met grote zorg naar de huidige ontwikkeling. Onze grootste concurrent, Kodak, zit in Amerika. Door de lage dollar kan Kodak zijn prijzen verlagen en wij moeten volgen, terwijl we minder verdienen aan onze export. Zo zitten we dubbel in de tang, net als Dasa en Fokker. Ook bij Agfa Gevaert moeten wij ons personeelsbestand ongetwijfeld nog reduceren om te kunnen overleven. Dan kunt u wel zeggen: dat is een gezonde economische ontwikkeling. Maar waar moeten die mensen heen?”

Terug naar de EMU. U zei: we groeien naar elkaar toe...

“Vergelijk maar hoe men tien jaar geleden in Frankrijk tegen inflatie en economisch beleid aankeek, en hoe daar nu over wordt gedacht.”

Juist over het Franse financiële beleid onder Chirac rijzen de laatste tijd weer twijfels.

“Twijfels mogen we gedurig hebben, maar voorlopig doet de Franse nationale bank het toch goed en blijft de Franse franc toch aan de mark vasthangen.”

En de inspanningen in uw eigen land?

“Wij doen ook veel inspanningen, maar we hebben grote gekheden gedaan in de zeventiger jaren. Daar moeten we voor boeten.”

Doet Dehaene dat op doortastende wijze?

“Ik heb natuurlijk vertrouwen in de eerste minister. Maar de kunst in de politiek is de kunst van het mogelijke. Dehaene heeft gezegd dat hij een tekort van 3 procent wil halen in 1996. Dat zal hij ook zeker doen. En dat is een hele prestatie want we kwamen van 13 procent.”

Duisenberg zei deze week dat België terug moet naar 1 procent.

“Dat is een mening die te respecteren is.”

Maar niet reëel in België?

“Parijs en Londen zijn niet in een dag gebouwd. Stapje na stapje. Maar dat het een lofwaardig doel is, daar ben ik van overtuigd.”

U klinkt zo mild voor een ondernemer.

“Ik heb te lang de politieke wereld gevolgd om niet te weten dat politici slechts kunnen handelen naar de mandaten die ze hebben gekregen. Alvorens de burger tot inkeer komt, en ziet dat het zo niet verder gaat, kan de politicus niets veranderen. De politicus is in the business of getting re-elected. Het Nederlandse volk is rijper dan het Belgische voor hervormingen. Daarom kan premier Kok meer bereiken dan in België kan worden bereikt. Ik vind trouwens dat Kok het zeer goed doet. Hij stijgt boven Nederland uit. Ik zie in hem een toekomstig voorzitter van de Europese Commissie.”

Praat u met uw Europese collega's aan de Ronde Tafel over dit soort dingen?

“Natuurlijk. Dat is een deel van onze agenda.”

Ik neem aan dat de analyse van iedereen dezelfde is, maar dat ...

“Sommigen zijn wat harder, anderen wat milder. Ik behoor tot het wat mildere kamp omdat ik inzie dat politiek de kunst van het haalbare is.”

Wie behoren tot het harde kamp?

“Dat is vertrouwelijk. Daar kan ik niet op ingaan.”

Het zijn boeiende bijeenkomsten, neem ik aan.

“Anders zou ik er niet heen gaan.”

Deelt men in dat selecte gezelschap uw fundamenteel optimisme over de toekomst van Europa?

“Ik wens discreet te zijn, maar wat Europa aangaat, kan ik zeggen dat die groep vast in Europa gelooft. Dat ziet u ook aan de publikaties die alle gaan over versnellen en uitwerken van de Europese Unie.”

Maar neem nu de laatste informele top van regeringsleiders op Mallorca. Daar zou worden gesproken over de toekomst van Europa. In plaats daarvan werd ruzie gemaakt over de EMU, Schengen en over de Franse kernproeven.

“Dat is wat naar buiten komt. Wat er achter de schermen gebeurt, weten we allemaal niet. Die dingen zijn allemaal buitengewoon delicaat. Het enige wat we kunnen vaststellen is dat Europa het tot op heden altijd nog eens is geworden. Ik raad iedereen aan die twijfelt over de Europese eenwording zich te documenteren over de Duitse eenmaking in de vorige eeuw. In 1818 vielen de eerste binnen-Pruisische grenzen weg, en in 1888 traden de laatste steden toe tot de Duitse Tolunie. Dat heeft 70 jaar geduurd. En als u de argumenten leest die Beieren in 1830 gebruikte, dan kunt u die zo aan meneer Major toeschrijven en als hoogst actueel betoog de geschiedenis laten ingaan. In de redevoeringen uit die tijd wordt gesproken over het vetorecht, over het verlies van soevereiniteit. Europa is veel gecompliceerder en wij zijn nog maar 40 jaar bezig.”

U heeft de Duitse en Franse historische gevoeligheden aangestipt. Welke hebben de Nederlanders?

“Die hadden bepaalde gevoeligheden ten opzichte van de Duitsers. Maar dat schijnt de laatste tijd een beetje te zijn bijgelegd.”

Nederlanders leren snel.

“Ze zijn zeer Anpassungsfähig. Nederlanders zijn een zeer nuchter volk en passen zich aan waar het nodig is.”

En de Belgische inbreng in Europa?

“U moet niet vergeten dat wij uit een land komen dat eigenlijk sinds 843, sinds de herverdeling van het rijk van Karel de Grote, een twistappel is geweest tussen de grootmachten in het oosten en in het westen. Wij vormen de eerste generatie die tegen onze kinderen kan zeggen: het is nu gedaan, u kunt uw kinderen nu zelf in vrede opvoeden. Als Duitsland en Frankrijk het oneens waren, dan kwamen ze het hier maar eens uitvechten. Dat is geen leuk verhaal. We zijn altijd als een speelbal gebruikt en daarom geloven we in de Europese eenheid.”

Dat is de historische gevoeligheid van de Belgen?

“Dat is hun motivatie en dat is mijn motivatie. Voor mij is het allerbelangrijkste de samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk. Zolang die twee samenwerken is er stabiliteit in ten minste West-Europa. Dat is het sacrosanct in de Europese eenmaking. Duitsland en Frankrijk hebben gewicht in Europa en zij moeten onder elkaar uitmaken in welke richting ze gaan.”

En de kleintjes als Nederland en België moeten volgen?

“De kleintjes moeten altijd volgen, maar ze zijn daardoor dikwijls ook rapper hé. Een Fransman denkt aan de grandeur de la France. Een Duitser heeft zijn opvattingen over zijn superieure efficiency. Wij Belgen worden niet gehinderd door overdreven nationalisme, wij hebben geen complexen. Wij staan beneden aan de ladder. We have the importance of being unimportant. We kunnen met iedereen leven en met iedereen werken. En wij overleven, ondanks de gekke politiek die we soms bedrijven. We hebben het niet slecht. België is een welvarend land met een arme regering. Technisch gezien moest België al lang failliet zijn gegaan. Maar de werkelijkheid is anders. Belgen zijn een eigenaardig volk. Ze sparen gelijk gekken omdat ze schrik hebben dat de staat niet aan zijn verplichtingen kan voldoen om bijvoorbeeld de pensioenen uit te betalen. En wat doen ze met hun geld? Ze lenen het uit aan dezelfde staat, die niet kan terugbetalen zolang zij niet die molen in gang houden. Dat is de schizofrene houding van de Belgen.”

U zegt dat Belgen met iedereen kunnen leven. Ondertussen groeien Vlaanderen en Wallonië steeds verder uit elkaar en wordt België in zijn voortbestaan bedreigd.

“Men mag het niet overdrijven. We zijn tenslotte al dertig jaar bezig met de staatshervormingen en er is eigenlijk nog geen kat die er kwaad van heeft gehad. Het leeft sterk onder de oudere generatie in Vlaanderen die nog voor de culturele ontvoogding van dit volk heeft moeten strijden. Dat uit zich in veel vaandelzwaaien en schitterende redevoeringen op de IJzervlakte. Maar het is een tweegevecht dat natuurlijk door de jongere generatie gewonnen gaat worden. De meeste burgers in België vinden het belangrijker of Anderlecht of Beerschot heeft gewonnen. België zal niet uit elkaar vallen. Daarvoor is de staatsschuld veel te groot. We zouden het er nooit over eens worden wie die rekening zou moeten betalen. En het probleem van Brussel is onoplosbaar. Vlamingen en Walen wonen samen gelijk een echtpaar met veel kinderen, dat zegt: we blijven maar wegens de kinderen bij elkaar. De liefde is misschien niet zo groot, maar u moet er maar van uitgaan dat België over 200 jaar nog steeds bestaat.”

    • Wim Brummelman