Koning van Crooswijk heeft vrede met einde bokscarrière

ROTTERDAM, 3 OKT. Boksers kennen geen angst. Niet in hun hoofd, niet in hun ogen en zeker niet in hun vuisten. Grenzeloos zelfvertrouwen bepaalt de lichaamstaal. Vooral in de aanloop naar een gevecht strijden bluf en bravoure om voorrang. Een optreden in de ring begint immers niet bij het officiële luiden van de bel voor de eerste ronde. Boksers geven zelf het startsein voor hun partij door zich al in de voorbereiding uit te putten in verbale krachtpatserij.

Zo liet Jan Lefeber de afgelopen dagen geen gelegenheid onbenut om zijn tegenstander te intimideren. Lijdend voorwerp was Eddy Smulders (32), de regerend Europees kampioen in het halfzwaargewicht die zijn titel gisteravond vrijwillig op het spel zette. Een terecht gebaar, oordeelde Lefeber. Want diezelfde kampioensgordel behoorde hem en niemand anders toe, luidde de boodschap van de 34-jarige Rotterdammer aan iedereen die het maar horen wilde.

In een Franse circustent verspeelde Jantje Leeuwenhart zes jaar geleden zijn titel aan de lokale favoriet Eric Nicoletta. De nederlaag markeerde een omslagpunt in de carrière van de kaalgeschoren en getatoeëerde bokser met het ringbaardje. Lefeber raakte aan lager wal door zijn verslaving aan alcohol en cocaïne en keerde de bokssport de rug toe. Na een afwezigheid van vijf jaar maakte de inmiddels afgekickte bokser begin dit jaar een succesvolle rentree. Lefeber herwon zijn geestdrift en liet zich opnieuw kronen tot de Koning van Crooswijk.

De terugkeer aan de top moest gisteren op de traditionele Rotterdamse boksavond definitief gestalte krijgen in de Energiehal. Zo'n vijftienhonderd belangstellenden - voor het merendeel breedgeschouderde mannen geflankeerd door zonnebankbruine vrouwen - hadden zich in de sport- en evenementenhal verzameld voor de avondvullende galavoorstelling waar behalve Lefeber en Smulders ook boksers met welluidende namen als Fighting Nordin en Danny de Beul de ring betraden.

Smulders toonde weinig meededogen met de herintredende bokser. In een stevig treffen maakte Fast Eddy met een serie harde en venijnige stoten op Lefebers lichaam en gezicht korte metten met de oogappel van bokspromotor Aad Westerlaken. Tot twee keer toe kreeg de uitdager acht tellen rust voorgeschreven van de Italiaanse scheidsrechter. In de vierde ronde beëindigde de ringarts het gevecht nadat hij het zwaar gehavende gezicht van Lefeber had onderzocht en constateerde dat het medisch onverantwoord was om verder te boksen.

Westerlaken treurde niet al te lang na over de nederlaag. Vanzelfsprekend vond de manager het onterecht dat de ringarts het gevecht voortijdig afblies. “Want Jan had alleen wat barstjes in z'n gezicht”, aldus Westerlaken. “Maar ik heb geen moment gedacht dat Jan kampioen zou worden. Als hij tot het einde was blijven staan, was-ie voor mij al kampioen genoeg geweest.”

De gevallen koning zelf leunde na afloop languit onderuit in de kleedkamer. De snee onder zijn rechteroog en het opgezwollen linkeroog deerden hem allerminst. “Ach, ik heb gewoon een zwakke huid”, zuchtte hij. Al met al had hij vrede met het verloop van de partij. “Ik heb m'n best gedaan en ben niet afgegaan. Dat telt voor mij.” Over Smulders plotseling niets dan lof. “Ik geef het zijn volgende tegenstander te doen.”

Met zijn boksloopbaan was het nu voorgoed gedaan, vertelde Lefeber vastberaden. Zijn rentree had vier partijen geduurd en om zich opnieuw een weg omhoog te knokken, nee, dat vooruitzicht zag hij niet zitten. Vervallen in zijn aloude verslaving, oh nee, daar hoefden de heren van de pers niet voor te vrezen. “Ik heb niks verloren, alleen maar gewonnen.”

Heel even klonk Lefeber net zo strijdvaardig als zijn bedwinger die in de aangrenzende kleedruimte vertelde over zijn droom: boksen om de wereldtitel, iets waarvoor de Eindhovenaar zijn Europese gordel maar al te graag wil inruilen. Want hij hoeft naar eigen zeggen voor niemand bang te zijn. Boksers kennen geen angst.

    • Mark Hoogstad