Jury O.J. verrast met snelle uitspraak

LOS ANGELES, 3 OKT. Maand na maand keken ze naar hetzelfde maar ze zagen iets anders. Miljoenen blanke en zwarte Amerikanen volgden de rechtszaak tegen de zwarte voormalige football-ster O.J. Simpson op de voet. Maar de meeste blanken zagen bewezen dat hij schuldig is aan de moord, in juni 1994, op zijn ex-vrouw en een vriend van haar. En de meeste zwarten zagen bewezen dat de politie racistisch is, dat bewijsmateriaal niet deugde en dat O.J. onschuldig is. Het proces heeft laten zien hoezeer de kijk van Amerikanen op hun samenleving bepaald kan zijn door hun ras.

Meer dan acht maanden hadden de twaalf juryleden het proces zwijgend bijgewoond - in minder dan vier uur hadden ze gisteren hun unanieme oordeel gevormd. Dat was sneller dan ook maar één van de talloze commentatoren had durven voorspellen en zo onverwacht dat twee belangrijke advocaten ontbraken en de rechtszaal slechts voor eenderde was gevuld. Rechter Ito besloot daarop de uitspraak om tien uur plaatselijke tijd, zes uur 's middags Nederlandse tijd bekend te maken “om advocaten van beide partijen in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn”.

De juryleden hebben slechts één getuigenis laten teruglezen. Een chauffeur die op de avond van de moord Simpson thuis moest komen ophalen, had precies verteld hoelang hij vergeefs had gebeld en gewacht voordat Simpson opeens verscheen. Simpson (48), die volgens getuigen gisteren “volstrekt verbijsterd” leek door de snelheid van de jury-uitspraak, kan maximaal levenslang krijgen.

In Los Angeles is de politie vannacht in verhoogde staat van paraatheid gebracht, om eventuele onlusten na de bekendmaking van de uitspraak de kop in te kunnen drukken.

Pagina 5: De 'raciale kaart' werd in proces O.J. toch gespeeld

Kerkelijke leiders, ook elders in de VS, riepen op tot kalmte. Men herinnert zich hier nog goed de rellen die in 1992 in Los Angeles uitbraken toen de agenten werden vrijgesproken die de zwarte verkeersovertreder Rodney King voor het oog van een videocamera hadden afgetuigd. Bij die rellen werd door jonge zwarten, maar naar later bleek vooral ook door jonge Hispanics en ook blanken, op grote schaal brand gesticht en geplunderd. Er vielen 50 doden en 2.000 mensen raakten gewond.

Ook de zaak-Simpson heeft die nog altijd blootliggende en uiterst gevoelige zenuw van de Amerikaanse samenleving geraakt: de verhouding tussen blank en zwart. Bij de aanvang van het proces waren er nog betrokkenen, zoals Robert Shapiro, een van Simpsons advocaten, die meenden dat die rassenkwestie niets met deze moordzaak te maken had. Veel gehoord werd de verwachting dat de verdediging “de raciale kaart” niet zou uitspelen en de - merendeels zwarte -juryleden niet zou aanspreken op hun solidariteit met de zwarte verdachte.

Maar in de loop van het proces is racisme een bijna even belangrijk onderwerp geworden als moord. Een politie-inspecteur die cruciaal bewijsmateriaal zou hebben ontdekt, werd ontmaskerd als een keiharde racist, die opschepte over zijn machtsmisbruik tegenover zwarten, over bewijsmateriaal dat hij vervalst had en over de walging die hij voelde als hij een gemengd zwart/blank paar zag.

De bandjes waarop ex-inspecteur Fuhrman zijn uitspraken doet, leidden in het hele land tot geschrokken reacties - en bij veel zwarte Amerikanen tot de verzuchting dat zij allang wisten dat het er zo aan toegaat in de wereld. De aantijging van de verdediging dat de politieman zelf bewijsmateriaal had gefabriceerd om Simpson veroordeeld te krijgen, bleek opeens minder vergezocht dan aanvankelijk leek. Ook al omdat dat bewijsmateriaal, een bebloede handschoen die Fuhrman achter Simpsons huis had aangetroffen, te klein bleek toen de verdachte die in de rechtszaal probeerde aan te trekken.

In zijn slotbetoog riep Simpsons hoofdadvocaat, Johnnie Cochran jr., de juryleden vorige week op om met hun vonnis aan te geven dat het afgelopen moet zijn met het racisme bij de politie. De raciale kaart werd toch uitgespeeld. De politie had jarenlang iemand als Fuhrman in haar midden geduld, en Cochran, die de politieman met Hitler vergeleek, riep de jury op een einde te maken aan het wegdoezelen van dat soort wangedrag. Zo werd de zaak van de verdediging, die ook stoelde op fouten en slordigheden van de politie, in de eerste plaats een aanklacht tegen het racisme dat veel zwarten ondervinden, en waarvan ook Simpson de dupe zou zijn geworden.

Uit opinieonderzoek blijkt dat zowel aan het begin van het proces als aan het eind de publieke opinie over de schuld van Simpson verdeeld is volgens de raciale scheidslijn. En wie met Amerikanen spreekt ziet dat patroon ook steeds bevestigd. Van de blanken denkt zo'n 64 procent dat hij schuldig is aan de dubbele moord, terwijl elf procent denkt van niet. Bij de zwarten ligt dat andersom: twaalf procent houdt hem voor schuldig, 59 voor onschuldig. Ook over de vraag of Simpson een eerlijk proces heeft gehad, blijken blank en zwart van mening te verschillen: van de blanken denkt 74 procent van wel (dertien procent denkt van niet), van de zwarten slechts 45 procent van wel, en veertig procent van niet.

Het vertrouwen in de politie en het rechtssysteem blijkt bij grote delen van de zwarte Amerikaanse bevolking ernstig aangetast te zijn. Zovelen hebben bittere ervaringen met de politie opgedaan, in alle lagen van de zwarte bevolking, dat ze er niet meer zo eenvoudig van uit kunnen gaan dat de politie te vertrouwen is. Ook generaal Powell, die zich mogelijk kandidaat wil stellen voor het presidentschap van de VS, merkte onlangs op dat er “enige logica zit” in het “zwakke vertrouwen” van de Amerikaanse zwarten in het justitiële systeem.