Journalistiek in Nigeria is guerrilla met het bewind

LAGOS, 3 OKT. Met een voetbalpetje op en in korte broek komt de Nigeriaanse journalist Babafemi Ojudu op de redactie van AM-NEWS in Lagos. Deze vermomming moet hem uit handen houden van de geheime dienst. Agenten daarvan zijn al twee maanden, sinds Babafemi het laatst op de redactie was, op zoek naar hem. “Ik heb mijn testament al gemaakt”, zegt de jeugdige journalist. “Iedere nacht slaap ik op een ander adres. Ik leef in mijn koffer en mijn auto. Mijn familie smeekt me om er mee op te houden maar ik kan niet stoppen met de journalistiek.”

Babafemi en steeds meer van zijn Nigeriaanse collega's bedrijven een vorm van 'guerrillajournalistiek'. Als gevolg van de ongekend harde maatregelen tegen de onafhankelijke pers door het militaire bewind van president Sani Abacha zijn zij ondergronds gegaan. De 30.000 exemplaren van AM-NEWS worden dagelijks op geheimgehouden plaatsen gedrukt en de journalisten wisselen regelmatig van redactie-adres. “We verkeren door deze voorzorgsmaatregelen nu in een positie dat de militairen ons niet meer gemakkelijk kunnen raken”, zegt Babafemi met enig genoegen.

Nigeria had van oudsher in Zwart Afrika de reputatie de meest levendige en vrije pers te hebben. De eerste 'inheemse' krant van Afrika werd in 1859 gepubliceerd in het land. Opeenvolgende militaire regimes probeerden sinds de onafhankelijkheid de journalisten in het gareel te krijgen maar ze slaagden er nooit in de pers de mond te snoeren.

Abacha, die in 1993 aan de macht kwam, heeft, aldus Nigeriaanse journalisten, meer dan zijn voorgangers de aanval geopend op de kritische pers. “Sinds de onafhankelijkheid in 1960 hebben journalisten het nog nooit zo moeilijk gehad”, verklaart Nsikak Essien, hoofdredacteur van The National Concord tot deze krant vorig jaar bij militair decreet werd verboden.

Vier journalisten zitten sinds enkele maanden in het gevang. Een geheim militair tribunaal zou hun levenslang hebben gegeven. Het zijn Kunie Ajibade van AM-NEWS, Chris Anyonwo van TSM, Ben Charles Obi van Weekend Classique en George Mbah van Tell Magazine. “Vele van mijn verslaggevers worden regelmatig enkele dagen vastgehouden door de geheime dienst”, vertelt de hoofdredacteur van The Vanguard, Frank Aibogun. “De agenten proberen ons op die manier te intimideren. Dagelijks maak ik de afweging: zal ik dit verhaal publiceren of niet, wil ik dat ze mijn krant sluiten of niet? Daarom pas ik soms zelfcensuur toe. Het is erger dan ooit gesteld met de persvrijheid in Nigeria.”

Samuel Olukoya werkt bij News Watch. Dit weekblad moest acht jaar geleden een hoge prijs voor de uitoefening van het vak betalen toen de hoofdredacteur zijn leven verloor door een bombrief. Een advocaat probeerde tevergeefs het hoofd van de militaire geheime dienst aan te klagen voor de aanslag. “Die moord en alles wat daarna is gebeurd onder achtereenvolgende militaire regimes heeft zijn effect niet gemist”, stelt Olukoya vast. “Journalisten zijn bang. We ontvangen dreigbrieven. En bronnen willen uit angst geen nieuws meer aan ons geven. We beschikken over aanwijzingen hoe hoge ambtenaren illegaal olie verkopen en hoe ze namaak-medicijnen importeren. Dergelijke schandalen durven we niet meer uit te zoeken, laat staan te publiceren. We vrezen dan dezelfde weg te zullen gaan als onze vermoorde hoofdredacteur.”

De militairen bestrijden de journalisten en tegelijkertijd misbruiken ze hen. Eerder dit jaar lekten bronnen binnen het leger berichten over een mislukte couppoging naar een aantal kranten. News Watch vertrouwde deze informatie niet. Vier andere bladen besloten wél tot publikatie over te gaan en ieder dacht daarmee een scoop te hebben. Tot ze de volgende dag tot hun ontsteltenis bemerkten dat hun concurrenten met hetzelfde verhaal waren gekomen.

Aanvankelijk ontkende het leger het nieuws over de couppoging. Vervolgens werden wel 40 prominente tegenstanders van het regime opgepakt, onder wie de voormalige president Obasanjo. Weinigen in Nigeria geloven dat er sprake was van een poging tot staatsgreep. “Wij beschikken over bewijzen dat er geen staatsgreep werd voorbereid”, zegt Olukoya van News Watch. “Maar we kunnen deze niet publiceren want dan worden we ervan beschuldigd samen te werken met de zogenaamde samenzweerders.”

Evenals AM-NEWS werken journalisten van het dagblad This Day vanuit geheime redactieruimtes en de krant wordt eveneens op geheime plaatsen gedrukt. Ndika Obaigbema, hoofdredacteur van This Day, neemt een strijdvaardige houding aan. Herhaaldelijk pakten geheime agenten hem op. “We moeten risico's nemen. Tot nu toe heeft de pers weten te voorkomen dat Nigeria volledig afglijdt naar een dictatuur”, verklaart hij. “Eerst publiceerden we This Week, nu This Day en als deze krant verboden wordt beginnen we met This Second. We gaan door, we beginnen steeds weer met nieuwe publikaties.”

Twee mediabedrijven, waaronder The Concord-groep van Moshood Abiola, de waarschijnlijke winnaar van de verkiezingen van 1993, zijn per decreet gesloten. Het gerespecteerde dagblad The Guardian mag na een jaar verschijningsverbod weer uitkomen. Er blijven intussen nieuwe kritische publikaties uitkomen. Een bijkomend probleem voor de uitgevers is dat de leesgierige Nigerianen door de diep bijtende economische crisis steeds minder geld over hebben om deze bladen te kopen.

De Nigeriaanse traditie van een vrije pers lijkt het welhaast onmogelijk te maken voor de militairen om de journalisten te verslaan. Terwijl het geïrriteerde regime klaagt over 'journalistiek terrorisme' schikken de journalisten zich in hun rol van 'guerrillastrijder'. In juni opereerde in Lagos zelfs tijdelijk een piratenstation, Radio Freedom Frequency. Het station verzorgde zijn uitzendingen vermoedelijk vanuit een rijdende auto. Als herkenningsmelodie gebruikte het een nummer van de politieke muzikant Fela Kuti, getiteld 'Authority Stealing'.

    • Koert Lindijer