In digitale toekomst hangt alles met alles samen

Michaël Zeeman, Maarten 't Hart noch Adriaan van Dis zal dit seizoen het culturele gezicht van de VPRO-televisie bepalen. Met het afschaffen van een vaste presentator of gastheer kiest onze meest avantgardistische zendgemachtigde ook voor een moderner, zo niet postmodern jasje. Op de late maandagavond worden onder redactie van George Brugmans losse programma's uitgezonden die een reflectie vormen op culturele ontwikkelingen in het huidige tijdsgewricht, steeds onder het raadselachtige, maar Goois-afstandelijk klinkende motto 'Laat op de avond na een korte wandeling...'.

De eerste aflevering kan moeilijk iets anders genoemd worden dan een visueel essay. Filmproducent Kees Kasander en grafisch vormgever Rob Schröder vervaardigden samen The Survival of the Prettiest, een terreinverkenning naar de evolutie van het bewegende beeld in het digitale tijdperk. Vooral kunsthistorische lijnen worden enthousiast geëxtrapoleerd naar de nabije toekomst. Bepleitten Moholy-Nagy en de andere constructivisten zo'n zeventig jaar terug het in balans brengen van kunst en techniek, volgens Kasander en Schröder heeft onze beschaving nu het punt bereikt dat dit ideaal in de praktijk gebracht kan worden. Sleutelbegrippen in hun betoog zijn interactiviteit, proces-in-plaats-van-produkt en de genetische evolutie van een kunstwerk. Zo presenteert de videokunstenaar (is dat woord eigenlijk nog in zwang?) Karl Sims reeksen beelden, die langzaam muteren onder invloed van de voorkeuren van de toeschouwer. Zo zouden de 'mooiste' beelden de 'lelijker' exemplaren verdringen. Volgens de makers van The Survival of the Prettiest klinkt die doctrine in ieder geval sympathieker dan Darwins leer van het recht van de sterkste.

Toch moet ik huiveren van deze artistieke jungledemocratie. Welke kunstenaar laat nu zijn werk definiëren door de smaak van de grootste gemene deler, en dan nog wel volgens natuurwetten die zich niet meer laten controleren? Waar blijft het recht van de kunstconsument om zich te laten manipuleren door de elitaire, dictatoriale beslissingen van de kunstenaar?

Uiteraard hebben Kasander en Schröder gelijk, wanneer ze beweren dat kunst pas betekenis krijgt in interactie met de receptor, die in een zwart vierkant of een hoop stenen kunst weet te ontdekken. Je mag die redenering niet omdraaien, door de kunstconsument te laten kiezen welke hoop stenen of huilend zigeunerkind hij tot kunst bestempelt, omdat dan bij voorbeeld Marcel Duchamps urinoir weinig kans meer zou maken.

De vormgeving van het nogal bombastische, apodictische en mechanische tv-essay, dat her en der geluid bij elkaar sprokkelde, bevestigt mijn angstigste vermoedens. Het is waarschijnlijk het eerste tv-programma in Nederland dat de credit 'webmaster' vermeldt, waarmee naar ik aanneem geduid wordt op een netsurfer, die informatie verzamelt. Goeroes als Brian Eno en Nicholas Negroponte 'komen aan het woord' door een plaatje van hun hoofd te laten 'praten' met simultane voorlezing van voor het betoog bruikbare citaten; er loopt een postmodern meisje in jaren-zestig-rokje en op blokhakken rondjes om een tafel met belangwekkende boeken; van MTV bekende animatieclips voor 'ambient house' trachten ons te verheffen tot een staat van geestelijke vloeibaarheid. Na een klein uur zijn we als kijkers nauwelijks wijzer geworden, want als alles met alles samenhangt, zoals de digitale doctrine luidt, heeft niets meer betekenis. Als ik toch mag kiezen, doet u mij dan maar een produkt in plaats van een proces.

    • Hans Beerekamp