Genève in de ban van telecommunicatie

GENEVE, 3 OKT. Het aantal privé-vliegtuigen dat het vliegveld van Genève dezer dagen aandoet ligt op 100 tot 180, twee tot drie keer zoveel als gebruikelijk. Het aantal helikopters dat er landt is verzesvoudigd.

Vandaag is in Genève de beurs Telecom 95 geopend, waar tot 11 oktober iedereen die iets voorstelt in telecommunicatie aanwezig is. Ruim duizend ondernemingen - een record - hebben elk tot soms vele miljoenen guldens uitgegeven om zich op 's werelds belangrijkste telecom-beurs, die elke vier jaar wordt gehouden, te presenteren.

Opmerkelijk is het grote aantal automatiseringsbedrijven dat zich genesteld heeft tussen vertrouwde exposanten als AT&T, Deutsche Telekom, Siemens, Philips en Ericsson. Zo nemen voor de eerste keer bedrijven deel als Intel, 's werelds grootste chipproducent, en software-reuzen als Lotus en Microsoft. Ook nieuw zijn de automatiseerders Oracle en Sun, terwijl zelfs ondernemingen uit amusements- en omroepbranches als Sony en CNN de beursvloer bezetten.

Tom Dahl-Hansen, directeur van Telecom, noemt het een duidelijke illustratie van de belangrijkste trend op zijn beurs: de integratie van de drie belangrijke bedrijfstakken telecommunicatie, informatietechnologie en (kabel)tv-wereld. Een zelfde ontwikkeling was een maand geleden ook zichtbaar op de Internationale Funkausstellung in Berlijn, dè Europese vakbeurs voor consumentenelektronica, waar tussen de radio- en tv-fabrikanten al gauw een kwart van de expositieruimte in beslag werd genomen door automatiseerders.

Die toenadering tussen vanouds gescheiden branches, waarbij technologieën samensmelten, heet convergentie. Bestuursvoorzitter Ray Smith van de Amerikaanse telefoonmaatschappij Bell Atlantic kenschetste deze ontwikkeling onlangs meer beeldend. “Straks krijgen we televisies die kunnen luisteren, pc's die spreken en telefoons die beelden vertonen.”

Pag.23: Elektronische media steeds afhankelijker van telecom

De snelle opkomst van computernetwerken, inclusief de explosieve groei van Internet, drijft steeds meer traditionele fabrikanten van informatietechnologie ertoe zich ook te verdiepen in telecom-technologie. Omgekeerd zijn de grote telefoonmaatschappijen druk doende hun netten geschikt te maken voor doorgifte van beeld, geluid, data en spraak (multimedia), waarvoor ze steeds geavanceerder software en hardware installeren. Tegelijkertijd betekent de ontwikkeling van technische hoogstandjes als digitale televisie en video-on-demand (films op individuele bestelling) dat de amusements- en omroepbranches steeds zwaarder leunen op technieken die voorheen het exclusieve terrein waren van telecom-techneuten.

De laatste jaren zijn al gekenmerkt door reeksen overnames, fusies en samenwerkingsverbanden van automatiseerders, producenten van consumentenelektronica, amusementsconcerns, kabelbedrijven en telefoonmaatschappijen, bedrijven die voorheen niets op elkaars markten te zoeken hadden. En die ontwikkeling, in Nederland met name manifest doordat Philips en KPN allerlei joint ventures aangaan om 'multimedia' te exploiteren, is voorlopig niet ten einde.

Om optimaal te profiteren van nieuwe informatietechnologieën en de intelligente netwerken met hoge capaciteit die worden gebouwd zoeken filmproducenten en fabrikanten van computers en telecom-apparatuur aansluiting bij kabelbedrijven en telefoonmaatschappijen die de nieuwe produkten en diensten in de huiskamer kunnen brengen. Door hun omvang, rijkdom en de grootschaligheid van hun netwerken zijn deze ondernemingen bij uitstek in staat de 'informatiesnelweg' te exploiteren.

En hun positie wint aan kracht naarmate de groei van het aantal mensen dat op een of andere manier aan een telecom-net is gekoppeld zich voortzet. In 1994, aldus de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU), een nauw aan de VN gelieerde organisatie van telecombedrijven en -organisaties, kwamen er wereldwijd 57 miljoen telefoonabonnees bij, van wie 19 miljoen gebuikers van mobiele telefonie - een razendsnel groeiende markt. Het aantal kabeltv-abonnees groeide vorig jaar met 14,5 miljoen, de Internet-populatie steeg met 14 miljoen gebruikers.

Volgens het gisteren in Genève gepresenteerde World Telecommunications Development Report 1995 van de ITU heeft de wereldbevolking momenteel wereldwijd 1,16 miljard televisies in gebruik, 700 miljoen telefoons en 180 miljoen computers. Met behulp van al die apparaten wist de info-communications industry, zoals de ITU de gezamenlijke telecom-, computer- en audiovisuele sectoren betitelt, een omzet te genereren van 1,43 biljoen dollar, ofwel 5,9 procent van het mondiale bruto binnenlands produkt. “En dit is nog maar het begin”, aldus de rapporteurs. “De info-communicatie sector groeit bijna tweemaal zo snel als de rest van de economie.”

De discussie over wat de komende jaren nu werkelijk het voertuig zal zijn voor tweezijdige informatie-uitwisseling op de informatiesnelweg is overigens nog lang niet uitgewoed. Afhankelijk van de branche van herkomst opteren de verschillende partijen voor telefoon, tv of pc. Afgaande op het huidige geïnstalleerde bestand heeft de televisie het grootste potentieel. Maar de pc, gebouwd voor de verwerking van grote hoeveelheden informatie, haalt zijn achterstand snel in. Vorig jaar werden in de Verenigde Staten al meer pc's verkocht dan televisies.

De gevolgen van de toenemende integratie van netwerken en apparatuur laten zich volgens dr. Pekka Tarjanne, de Finse secretaris-generaal van de ITU, nauwelijks voorspellen. “Niemand weet precies wat er gaat gebeuren, zelfs niet op termijn van slechts vijf jaar.” Wellicht, zo suggereert Tarjanne, zijn er interessante parallellen te trekken met de krachtenbundeling van filmproducenten en radio-omroepbedrijven in de jaren vijftig en zestig, die geleid heeft tot het ontstaan van grote tv-stations en een enorme populariteit van het medium televisie.

Volgens Intel-president dr. Andrew Grove, niet toevallig vandaag als 'buitenstaander' spreker tijdens de openingsceremonie, zullen 'slimme verbindingen' via pc's, al dan niet mobiel, de manier waarop de mensheid leeft en werkt ingrijpend veranderen. Hij werd bij zijn optreden bijgestaan door een schooljongen die per computer Monopoly speelde met een vriendje elders, een Japanse die via een draagbare computer gekoppeld aan een mobiele telefoon textielontwerpen besprak met een collega in Tokio, en een arts die vanuit een hospitaal in Zuid-Afrika een patiënt besprak met een collega 'in de bush'. Ze zagen elkaar, spraken met elkaar en hadden tegelijk spel, respectievelijk ontwerp en patiëntgegevens op hun beeldscherm.

Met computers die steeds meer capaciteit leveren bij verhoudingsgewijs sterk dalende kosten nemen de gebruiksmogelijkheden in adembenemend tempo toe. Die ontwikkeling, volgens Andy Grove belangrijker dan de deregulering en de opkomst van concurrentie in telecommunicatie, leidt ertoe dat steeds meer mensen via hun pc toetreden tot de digitale maatschappij. Natuurlijk spelen dalende kosten van telecom-verbindingen een belangrijke rol, maar het is vooral de kracht van nieuwe generaties microprocessoren die het werken in netwerken tot kinderspel maakt. “Om iets eenvoudig te laten lijken heb je nu eenmaal krachtige computers nodig”, aldus Grove.

Hij voorspelde dat de mondiale verkoop van pc's - nu 60 miljoen per jaar - in 1997 op 100 miljoen uitkomt en vervolgens de afzet van televisies overtreft. Een toenemend aantal pc's zal in netwerken worden opgenomen. Heden ten dage groeit het aantal pc's dat gekoppeld wordt aan een netwerk al met ruim 50 procent per jaar, mede doordat ze steeds vaker standaard worden uitgerust voor multimedia-toepassingen.

Vooralsnog zijn veel van de mooie praatjes van de 'info-communicatiesector' alleen nog besteed aan de geïndustrialiseerde wereld, zij het dat met name China en India enorm veel investeren in de aanleg van telefoonlijnen. Pekka Tarjanne schatte het aantal mensen dat zelfs nog nooit een telefoongesprek heeft gevoerd op ongeveer tweederde van de wereldbevolking.

    • Hans Wammes