Eurolist maakt notering op beurs eenvoudiger

AMSTERDAM, 3 OKT. Het is voor grote Nederlandse ondernemingen aanzienlijk makkelijker geworden om op iedere Europese effectenbeurs een notering te krijgen. De Europese Beurzenfederatie, waarbij de Amsterdamse effectenbeurs is aangesloten, lanceerde gisteren het project Eurolist. Met het initiatief worden veel per beurs afwijkende noteringsvereisten in Europa gestandaardiseerd.

De Beurzenfederatie noemt het project een belangrijke stap in de verdere ontwikkeling van de Europese effectenmarkten. Ondernemingen kunnen bij deelname aan Eurolist baat hebben met het oog op het verbreden van hun aandeelhoudersbestand, het aantrekken van nieuw kapitaal en het vergroten van hun naamsbekendheid.

Eurolist hanteert het zogeheten 'home scrutiny principal': de controle van documenten die in meerdere markten worden uitgebracht, wordt door de toezichthoudende autoriteiten in het land van herkomst uitgeoefend; de documenten worden op basis van die controle door de autoriteiten in het gastland geaccepteerd.

Van de 63 ondernemingen die zich voor het project gekwalificeerd hebben, zijn er 17 aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerd. Om toegelaten te worden geldt een aantal minimumvereisten. Het gaat onder meer om een beurskapitalisatie (waarde van het aantal uitstaande aandelen) van 1 miljard ECU (circa 2,08 miljard gulden), een jaarlijkse beursomzet in het aandeel van 250 miljoen ECU (circa 518 miljoen gulden) en naast de thuisbeurs een notering op twee andere Europese beurzen.

De 17 in Amsterdam genoteerde ondernemingen die aan Eurolist deelnemen zijn: ABN Amro Holding, Aegon, Akzo Nobel, DSM, Fortis Amev, ING, BolsWessanen, KNP BT, KLM, Hoogovens, Philips, Robeco, Rodamco, Rolinco, Rorento, Koninklijke Olie en Unilever.

Van een aantal andere ondernemingen die een aanvraag hebben ingediend lopen de onderhandelingen nog. Naar verwachting worden tot Eurolist binnen enkele weken ook Ahold, VNU en Wolters Kluwer toegelaten.