Een pas-de-deux over gevolgen van geweld; Nieuwe choreografie van Krysztof Pastor op het Holland Dance festival

Donauballet, met werk van Krzysztof Pastor, Ted Brandsen en Martin Müller is op 7 en 8 okt, te zien tijdens het Holland Dance Festival, At&T Dans Theater Den Haag.

AMSTERDAM, 3 OKT. Een 'oorlogsballet' wil hij zijn nieuwe choreografie Don't look back nog steeds niet noemen, zegt Krzysztof Pastor terwijl hij een hand vol kogels laat zien. Twaalf van zulke kogels zijn er inmiddels uit zijn rug verwijderd. Eentje zit er nog zichtbaar in zijn neus. Op 3 mei van dit jaar, krap drie dagen nadat Pastor vanuit zijn woonplaats Amsterdam naar Zagreb was gevlogen om er in het Nationale Theater voor Don't look back te repeteren, gooide een Servisch gevechtsvliegtuig daar een fragmentatiebom op het dak. Krzysztof Pastor, zijn assistente en alle negentien dansers die op dat moment in de repetitiezaal van het theater aan het werk waren, belandden gewond in het ziekenhuis.

Iedereen overleefde het, en na een periode van herstel werd besloten door te gaan, nu in een oud schoolgebouw in de Hongaarse stad Györ. Drie dansers, die hun door de oorlog getroffen familieleden wilden bijstaan, ontbraken. “Waar zij aanvankelijk stonden vertoont mijn ballet nu lege plekken, dat heb ik bewust zo gelaten.”

Drie maanden verlaat, op 15 september, ging Don't look back in Györ - en niet zoals gepland in Zagreb - in première in het kader van het ambitieuze project DonauBallet. In DonauBallet, dat het komend weekend op het Holland Dance Festival in Den Haag te zien zal zijn, werken tien Middeneuropese dansgezelschappen uit onder meer Kroatië, Tsjechië, Polen en Slowakije samen. Ieder jaar neemt een ander deelnemend gezelschap de produktie op zich - dit jaar was dat het Nationale Theater in Zagreb -, en om de integratie met de Westeuropese danswereld te bevorderen wordt ook jaarlijks een externe producent aangetrokken. Het Holland Dance Festival was het eerst aan de beurt. Artistiek leider Marc Jonkers koos drie Nederlandse choreografen: Krzysztof Pastor en Ted Brandsen - beiden voormalige dansers van Het Nationale Ballet en Martin Müller, die tot voor kort bij het Nederlands Dans Theater danste. Zij werkten voor DonauBallet samen met Middeneuropese componisten en dansers.

Pastor wilde Don't look back vanaf het begin over leven met geweld laten gaan, maar betwijfelde aanvankelijk of hij daar het recht toe had. De aanslag loste dat dilemma ironisch genoeg in één klap op: “Plotseling had ik net als de dansers een oorlog ondervonden, mocht ik erover meepraten. We waren als groep opeens volkomen met elkaar vertrouwd.”

“De Hongaarse componist István Márta maakte muziek voor me met veel synthesizers en elektronische geluiden. Eigenlijk hou ik daar niet zo van, maar voor dit ballet is het heel geschikt, omdat het zo contrastvol is. Vooral waar hij er violen aan toevoegt vindt ik zijn muziek mooi. Márta voelde goed aan wat ik wilde, en vooral wat niet.” Met name balletten over geweld moeten volgens Pastor 'subtiel' zijn. “Geweld is een beetje in de mode, en er worden daardoor de laatste tijd veel dansvoorstellingen gemaakt die eerder gewelddadig zíjn, dan dat ze erover gaan. Daar heb ik moeite mee. Het mag geen effectbejag worden. Eén pas-de-deux die ik voor Don't look back maakte, doet misschien denken aan mishandeling maar gaat meer over de psychologische gevolgen van geweld. Ik wil er bij mijn publiek ook helemaal geen boodschap inrammen, het moet zijn eigen mening kunnen vormen. Daarom leg ik mijn balletten liever niet uit.”

Pastor beschouwt zichzelf als een leerling van de zogenoemde 'Hollandse School' waartoe onder anderen Hans van Manen en Rudi van Dantzig gerekend worden. De voor die dansstroming typerende vermenging van klassiek ballet en moderne dans, bleek de DonauBallett-dansers nog volkomen vreemd. “Zij zijn streng klassiek geschoold, en het kostte aanvankelijk de grootste moeite om ze een meer natuurlijke beweging te laten uitvoeren. Dat vonden ze gek. Ook zijn ze niet gewend om mee te denken. In het begin stonden de dansers me alleen maar afwachtend aan te kijken, daar werd ik wel eens wanhopig van. Maar ze wilden zo graag, dat het toch een genot was om met ze te werken. Ze ontwikkelden zich in korte tijd tot persoonlijkheden.”

Pastor, die zelf in Polen geboren werd en daar acht jaar als danser werkte, herkende de aanvankelijke huiver van de dansers. Op de balletacademie in Gdansk werd hij ook dagelijks gedrild in de klassieke techniek. Wat modern was, was uit den boze. “Ik zal nooit vergeten dat ik in Polen voor het eerst Het Nationale Ballet zag, met Monument voor een gestorven jongen van Rudi van Dantzig. Dat was een openbaring, maar ook zo anders dan wat ik gewend was dat ik er gewoon van schrok.”

Na twee jaar bij het ballet van Lyon gedanst te hebben kreeg Pastor in 1985 een contract bij Het Nationale Ballet, waar hij tot eind vorig jaar bleef dansen. Toen had hij de leeftijdsgrens van achtendertig jaar bereikt. Ofschoon veel geprezen om zijn karaktervolle vertolkingen van bijvoorbeeld Von Rothbart in Het Zwanenmeer - zijn laatste rol- , bleef Pastor de derde rang van 'grand sujet' houden. “Sinds Rudi van Dantzig als artistiek leider is opgevolgd door Wayne Eagling, zijn mooie danserslijven een stuk belangrijker geworden. En technisch is Het Nationale Ballet zeker op een hoger niveau gekomen. Maar ik kreeg minder grote rollen, ik heb nu eenmaal niet zo'n mooi lijf. Daarom zat een solistenrang zat er voor mij gewoon niet in.”

“Ik ben door mijn lichaam zó onzeker geweest voor ik het podium op moest! Alleen maar denken ik ben slecht - ik ben slecht.” De belangrijkste eigenschap die een choreograaf moet hebben, vindt Pastor dan ook het vermogen om de dansers zelfvertrouwen te geven. Hoe vruchtbaar die opvatting kan zijn bleek enkele maanden geleden tijdens de jaarlijkse workshop van Het Nationale Ballet, waar (ex)dansers van het gezelschap hun eigen choreografieën kunnen laten zien. Pastor maakte voor die gelegenheid het duet Detail IV voor de dansers Andrew Butling en de tot dan toe niet zo heel opvallende corps de ballet-danseres Katja Björner. In de vakantie had Pastor dagenlang met Björner gerepeteerd. “Toen had ze zelfvertrouwen, en bloeide ze op.” Björners uitvoering was voor velen een complete verrassing. In juni won ze er de zilveren dansprijs mee tijdens The Helsinki International Ballet Competition. Pastor zelf kreeg er voor Detail IV de gouden choreografie-prijs.

Volgend voorjaar maakt Krzysztof Pastor zijn zevende choreografie voor Het Nationale Ballet, en ook in de verdere toekomst hoopt hij vooral daar te kunnen werken. “Vanwege de dansers, maar ook omdat mijn choreografische roots er liggen. We zijn er allemaal beïnvloed door de Hollandse School.” Hoezeer, bleek toen Pastor onlangs met Ted Brandsen door Boedapest wandelde. Ze kwamen een marcherende soldaat tegen, en kregen tegelijk de slappe lach. “Zoals die man liep, dat was helemaal de stijl van Hans van Manen. En zonder het van elkaar te weten hadden we zo'n loopje allebei al in onze choreografieën voor het DonauBallet gestopt.”

    • Margriet Oostveen