Een kleine les van Abraham Kuyper

AMSTERDAM. Vier spelers op het publieke toneel spraken over de rol van het debat in de politiek en de samenleving.

“Politiek debat en publiek debat is niet hetzelfde”, zei de commissaris van de Koningin. “Politici reageren veel te snel. Direkt toeteren. Onmiddellijk een mening.”

“Het zou een enorme verrijking voor het politieke debat zijn als Kamerleden onafhankelijker zouden opereren”, zei de partijvoorzitter. “Maar er heerst in de Tweede-Kamer een sanctie- en intimidatiecultuur die daar onmiddellijk mee afrekent.”

“Er zal en moet in dit land consensus zijn,” zei de journalist. “En het debat in het parlement heeft voornamelijk betekenis om die consensus te bereiken.”

“De problemen waaronder de politiek gebukt gaat hebben weinig te maken met het niet-luisteren van politici”, zei de hoogleraar. “Dat doen ze meer dan genoeg. Het probleem is vooral dat niet meer duidelijk is in welke arena het publieke debat gevoerd wordt, en welke consequenties het debat heeft.” Commissaris Loek Hermans, PvdA-voorzitter Felix Rottenberg, Trouw-redacteur Willem Breedveld en politicoloog Siep Stuurman waren afgelopen vrijdagmiddag debaters over het debat, op het jubileumsymposium dat de vakgroep Politicologie en Bestuurskunde in De Balie hield. Omdat het paarse kabinet waaronder wij leven bijna even bang is voor ruzie als een familie aan oma's verjaardagstafel waren we bijna vergeten dat politiek en democratie het moeten hebben van debat, tegenstellingen, conflicten en andere breuklijnen die duidelijk maken waarom het gaat.

Waarop dient een moderne democratie zich te richten? Op het debat of op de besluitvorming? Wat te denken van de introductie van het referendum en een boterzacht districtenstelsel, terwijl op hetzelfde moment glasheldere maar ongewenste referendumuitslagen in Amsterdam en Rotterdam vakkundig worden fijngemalen? Dienen inspraakprocedures niet vooral om standpunten te verkopen? Inleider René Gabriëls had 's ochtends drie belangrijke publieke debatten met elkaar vergeleken: de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie, het armoede-debat en de Rushdie-affaire. In alle drie discussies bestond er een wrijving tussen het mondiale karakter van het publieke debat en de democratische besluitvorming, die meestal een nationaal karakter heeft. In alle drie discussies vond ook een sterke reductie plaats van de complexiteit van de problemen die aan de orde werden gesteld. In gewoon Nederlands: de zaken werden wel erg versimpeld.

In de Brede Maatschappelijke Discussie ging het bijvoorbeeld om een verwarring van plaatsen: als 'onze' kerncentrales maar veilig waren. De kernramp in Tsjernobyl maakte duidelijk dat plekken op de wereld waarvan men dacht dat ze niets met elkaar te maken hadden plotseling met elkaar verweven bleken te zijn door de wind, die dood en gevaar met zich meevoerde. In het armoede-debat ging het om een verwarring tussen verschillende soorten solidariteit. De verzorgingsstaat, die per definitie niet-staatsburgers uitsluit van het systeem, berust immers op een hoge interne, maar een lage externe solidariteit. In de Rushdie-affaire speelde de verwarring die het gevolg was van het vermengen van culturen. Volgens Gabriëls was het voor een gezonde discussie in de eerste plaats van belang om die 'hybriden', die complexe verhoudingen, onder ogen te zien en ze niet te negeren. “Wanneer over het hoofd gezien wordt dat de wereld bestaat uit hybriden die gevormd worden door mixtures van culturen, wordt de vrede en veiligheid eerder bedreigd dan bevorderd.” Het probleem is echter dat het debat, zoals dat meestal in de politiek en media wordt gevoerd, juist wél gebaseerd is op grove simplificaties: televisiestations willen theater, een krant wil nieuws en een politicus wil een probleem dat zo is voorgekneed dat hij er gemakkelijk zíjn eigen oplossing overheen kan leggen. En van alles wat daarbuiten valt wil niemand iets weten. Dat is het grootste vraagstuk van de huidige democratie.

Zijn in dat licht de jongste regeringsvoorstellen om het kiesrecht te hervormen de verbetering waar we op zitten te wachten? Is bijvoorbeeld, zoals Siep Stuurman zich terecht afvroeg, de lokale gemeenschap werkelijk nog de belangrijkste arena van politieke wilsvorming, zoals het voorgestelde districtensysteem veronderstelt? Is niet veel eerder een ontwikkeling in de omgekeerde richting gaande: niet van de nationale staat naar de districten, maar van de staat naar Europees niveau? En is het bijvoorbeeld in democratisch opzicht niet een veel groter probleem dat over zeven jaar Europa een monetaire unie aangaat, zonder dat er in de Europese arena ook maar enig publiek debat plaatsvindt over de keerzijde daarvan, de Europese sociale politiek?

De introductie van het correctief referendum zal ongetwijfeld dingen veranderen. Op zich is het voor een democratie heel gezond om beslissingen van de machtigste groepen te toetsen op hun legitimiteit in de samenleving. Maar tegelijk moeten politici steeds vaker beslissingen nemen die impopulair, maar wel hoogst noodzakelijk zijn: bezuinigingen, een spoorwegtracé door een buurt, nieuwe, hinderlijke milieu-eisen. De kloof tussen burger en bestuur heeft veel te maken met de feestelijke cocktail van domheid, arrogantie en duurbetaalde windbuilerij die iedereen binnen en buiten het bestuur maar al te goed kent. Maar het probleem ontstaat dikwijls ook wanneer een bestuurder het juist wél goed doet. En die frictie zal zich des te vaker voordoen naarmate een samenleving meer individualiseert en ik-gericht wordt, en ook de overheid zelf zich steeds meer afficheert als een droomwinkel waarin geen fundamentele keuzes meer bestaan.

Eigenlijk was het alleen Willem Breedveld die deze kwestie aanroerde, en daarbij opeens een ouderwets anti-revolutionair geluid liet horen. “Richting geven en perspectief scheppen, daar ligt primair de taak van een overheid”, zei hij. Hij pleitte voor het opnieuw erkennen van de overheid als een eigensoortig instituut, niet iets dat alleen is gebaseerd op een contract met de burgers, of op een soort klant-model. “Maar in Den Haag gebeurt vaak het omgekeerde van richting geven. Daar verschuilt de politicus zich achter de burger.”

Zo klonk dit stokoude geluid opeens weer op die middag in de Balie, vergeten en onwennig in een regering zonder conflicten, in een wereld van pr-adviseurs, in een land waar problemen alleen maar broeien.

    • Geert Mak