Discussies over Dutchbat wekken argwaan VN-bureau

NEW YORK, 3 OKT. Stafleden van het bureau Vredesoperaties, diplomaten en militairen op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties vragen zich af hoe lang de onthullingen over de val van Srebrenica nog voortduren. Zij verbazen zich over wat zij noemen “de zelfkastijding” in Nederland. Bij iedere nieuwe getuigenis komt de gedachte op of het geen tijd wordt voor een onderzoek door de VN zelf naar het lot van de burgerbevolking en de houding van de Nederlandse militairen na de val van de moslim-enclave.

In het algemeen was er bij de staf van Kofi Anan, de ondersecretaris voor vredesoperaties, en bij de militairen in New York begrip voor de onmogelijke positie waarin Dutchbat zich bevond. Het was een UNPROFOR-missie (VN-protectiemacht voor Bosnië), die mislukte, maar de reeks onthullingen in Nederland na de val van de enclave, de beschuldigingen over en weer, de politieke uitspraken van hoge Nederlandse officieren bij de VN en de Landmacht doet de vraag hier rijzen of er niet meer achter de nieuwsfeiten steekt. De lange reeks van telkens weer nieuwe episodes uit de lotgevallen van Dutchbat begint argwaan te wekken en bij de VN-stafleden, diplomaten en militairen komt zelfs de vraag op of de Nederlandse landmacht niet zoveel te verwerken krijgt dat zij voorlopig niet meer effectief voor VN-vredesmissies kan worden ingezet.

Sashi Tharoor, de naaste medewerker van ondersecretaris Anan, verklaarde vorige week nog dat de Nederlandse militairen onder de omstandigheden waarin zij verkeerden, gedaan hadden wat zij konden. Driehonderdvijftig militairen stonden tegenover 5.000 Bosnische Serviërs. Dat alleen al was een onmogelijke opgave. Ook Anan heeft na de val van Srebrenica verklaard dat de Nederlanders hun werk hadden gedaan.

Maar na alle onthullingen van de laatste weken wordt het begrip voor Dutchbat hier getemperd. “De waardering is niet minder geworden”, zegt een Nederlandse militair, “maar al die koppen in de kranten die ook hier vertaald worden en worden overgenomen, leiden tot een soort argwaan. Als Nederland er zo mee zit, als er zoveel rook is, dan moet er wel vuur zijn”.

De verwarring bij het bureau Vredesoperaties wordt ook gevoed door het feit dat de Nederlandse regering soms tegengestelde signalen uitzendt. Na de val van Srebrenica was het ministerie van buitenlandse zaken er alles aan gelegen snel weer nieuwe troepen aan de VN te leveren, bijvoorbeeld voor het 'veilige gebied' Gorazde, ook al wilde de VN toen alleen nog maar waarnemers sturen. Op hetzelfde moment kwamen er vanuit het ministerie van defensie aanwijzingen dat Nederland voorlopig geen troepen meer wilde leveren. Buitenlandse Zaken, in het begin gesteund door premier Kok, wilde het Nederlandse blazoen zo snel mogelijk zuiveren; Defensie was van mening dat eerst intern orde op zaken moest komen en liet dat in New York diplomatiek weten. Die dubbele tong was men van Nederland niet gewend.

Het wekte ook bevreemding dat de Nederlandse militairen eerst als helden werden ingehaald en dat de ministers, die naar Zagreb reisden om hen op te halen, spijt kregen van die uitbundige bijeenkomst. Met spanning wacht men in New York het onderzoek af onder de 400 Nederlandse militairen. Op het VN-bureau voor Vredesoperaties hoopt men dat uit de getuigenissen meer duidelijk zal worden over het lot van de moslim-mannen en dat de verklaringen van de Nederlandse militairen kunnen dienen als materiaal voor het Tribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag.

Wat men bij de staf van de VN in New York evenmin begrijpt is dat er nu zoveel opwinding is ontstaan over de rol en de houding van het Nederlandse bataljon. De Kenianen waren, volgens medewerkers van het VN-bureau, betrokken bij moordpartijen tussen de eigen militairen en de Bosnische mafia. De Egyptenaren, de Russen, de Oekraïeners en de Maleisiërs raakten allen in opspraak wegens illegale handel, verkoop van militaire goederen en munitie, verkrachtingen en roof. Terwijl al die feiten bekend zijn, wordt er geen onderzoek naar gedaan.

Maar uit Nederland komt een ononderbroken stroom van nieuwsfeiten, terwijl er in het algemeen veel begrip bestaat voor het dilemma waarin de militairen van Dutchbat zich bevonden. Waarom, zo vraagt men zich hier op het VN-hoofdkwartier af, is het onmogelijk sneller meer duidelijkheid te verschaffen. Waarom houdt het afbreken van een reputatie van Nederland, als een van de meest actieve leden van de VN met een lange staat van dienst, niet langzamerhand op?

    • Willebrord Nieuwenhuis