De transatlantische samenwerking behoeft verbreding

Vandaag vieren we de vijfde verjaardag van de Duitse vereniging. Grenzeloze vreugde - dat was het gevoel van de Duitsers bij de val van de Muur in Berlijn. Wat we intussen bij de wederopbouw in het binnenland hebben bereikt, mag worden gezien. Wat het buitenland betreft worden we voor het eerst in onze geschiedenis alleen door vrienden en partners omringd. Dat alles vervult ons met dankbaarheid, trots en vertrouwen.

Door de verdwijning van het IJzeren Gordijn heeft Europa de kans gekregen opnieuw te beginnen. Vroegere generaties konden daar alleen maar van dromen. Het verenigde Duitsland komt daarbij op grond van zijn geschiedenis en zijn gewicht een bijzondere verantwoordelijkheid toe. Die willen we op ons nemen - in de geest van Europa, in de zin van een wereldwijd gelijkwaardig partnerschap, voor de rechten van mens en natuur.

Onze politiek van harmonisatie en integratie is ons in het verleden goed bevallen. In deze tijd van ingrijpende wereldwijde veranderingen komt het meer dan ooit aan op voortzetting van een berekenbare politiek, die stoelt op samenwerking en versteviging van onderlinge betrekkingen. Tegelijkertijd moeten wij op nieuwe economisch-technologische ontwikkelingen en uitdagingen als armoede, bevolkingsexplosie en milieuverontreiniging reageren.

Wat betekent dit concreet? Wat zijn de belangrijke taken voor de toekomst?

Ten eerste. Hoogste prioriteit heeft de Europese integratie. De harmonische inbedding van Duitsland in een vrij en competent Europa dat dicht bij de burgers staat, blijft van vitaal belang. Wat dat betreft staan we aan de vooravond van een belangrijk moment: op de Euro-top van 1996 moet de Europese Unie zodanige voorwaarden scheppen dat zij beter beantwoordt aan de verwachtingen van haar burgers en dat zij de aanstaande uitbreiding aan kan. Daarvoor is vooruitgang op de terreinen van de gemeenschappelijke buitenlandse politiek, het veiligheidsbeleid, het binnenlandse beleid en justitie net zo urgent als de stroomlijning en versterking van de gemeenschappelijke instellingen.

De kunstmatige scheiding van Europa, die decennialang heeft geduurd, moet definitief overwonnen worden. Praag, Warschau en Boedapest horen net goed zo tot Europa als Rome, Parijs of Berlijn. Dit ambitieuze doel zal grote inspanningen vergen. Maar dat is het ook waard.

Ten tweede. Door de Europese eenwording mag Amerika niet van ons verwijderen. Ook vandaag vormt de vriendschapsbrug over de Atlantische Oceaan de basis voor een stabiel, florerend, ongedeeld Europa.

Dat geldt onveranderd in veiligheidskwesties. De NAVO blijft het veiligheidsanker voor Europa. De verbinding over de Atlantische Oceaan moet echter worden verbreed. Ik heb derhalve in de afgelopen maanden intensief gepleit voor de vorming van een transatlantische vrijhandelszone (TAFTA).

De Verenigde Staten, Canada en de landen van de Europese Unie leven van een vrije wereldhandel, van vrije toegang tot de markten van de toekomst. We moeten er naar streven deze condities wereldwijd te versterken. Aan weerszijden van de Atlantsiche Oceaan zouden we de kracht moeten vinden hierbij het voortouw te nemen.

Met de Amerikanen willen we door nauwere samenwerking tussen NAVO, EU, WEU en OESO het netwerk van coöperatieve veiligheid in Europa verstevigen. Er mogen in Europa geen nieuwe scheidslijnen ontstaan; evenmin mag Europa terugvallen in oude twisten. Daarom is het van cruciaal belang dat Rusland wordt opgenomen in deze deze veiligheidsarchitectuur. Het gaat om een bijzondere veiligheidsrelatie tot de NAVO, een nauw politiek en economisch partnerschap met de Europese Unie en een zo effectief mogelijke samenwerking in OESO-verband.

Ten derde. Duitsland, dat hecht is geïntegreerd in de wereldeconomie, wordt bijzonder sterk beïnvloed door alles wat zich in de global village afspeelt. Verbreiding van massavernietigingswapens, armoedemigratie, milieuvervuiling en bevolkingsexplosie vergen ook maatregelen op wereldschaal. Geen staat ter wereld kan deze problemen alleen oplossen.

Daarom zijn de Verenigde Naties tegenwoordig nog belangrijker dan vijftig jaar geleden bij de oprichting. Zeker, deze organisatie moet worden hervormd, maar wie haar kritiseert, moet weten dat zij slechts zo sterk en doelmatig kan zijn als haar lidstaten toelaten. De Verenigde Naties - dat zijn wij, de gemeenschap van staten!

De VN zijn niet zonder gebreken en ook geen panacee, maar er is geen alternatief voor de wet van de jungle. Alleen door samenwerking van alle lidstaten, alleen door een fair partnerschap tussen Noord en Zuid kan deze wereld veiliger en leefbaarder worden gemaakt. Daarom is en blijft de versterking van de Verenigde Naties een belangrijk doel van de Duitse buitenlandse politiek. Daar hoort ook de hervorming van de Veiligheidsraad bij. De samenstelling van deze raad weerspiegelt niet meer de tegenwoordige toestand in de wereld.

De verlenging voor onbepaalde tijd van het non-proliferatieverdrag inzake kernwapens was een signaal dat de statengemeenschap haar verantwoordelijkheid op dit voor de veiligheid van de mensheid zo belangrijke terrein heeft onderkend. Thans moet alles op alles worden gezet opdat de onderhandelingen in Genève over een veelomvattend moratorium van kernproeven volgend jaar succesvol kunnen worden afgerond. Nucleaire proeven passen niet meer in onze tijd.

Ten vierde. Bescherming van de mensenrechten, democratisering, markteconomie en rechtsstaat bieden de beste waarborgen tegen crises en vormen ook de beste basis voor duurzame ontwikkeling.

Welke groeidynamiek een gemoderniseerde samenleving kan genereren wanneer zij mikt op eigen verantwoordelijkheid, regionale coöperatie en integratie in de wereldmarkt, is te zien in Latijns-Amerika en natuurlijk ook in het Verre Oosten. Duitsland heeft zijn betrekkingen met beide groeiregio's op een nieuwe leest geschoeid. Wederzijds moet en kan hiervan worden geprofiteerd. Europa, Azië, Latijns-Amerika - en ik zou hierin ook Afrika nadrukkelijk willen betrekken - hebben elkaar over en weer veel te bieden.

Een bewoonbare aarde achterlaten aan onze kinderen en kleinkinderen, dàt vormt de werkelijk grote uitdaging waarvoor de mensheid aan het einde van deze tweede eeuw staat. Hierbij kan men aan op Duitslands partnerschap, verantwoordelijkheidsbesef en solidariteit.