Busje komt zo

DE OVERHEID trekt zich terug uit het openbaar vervoer. De Nederlandse Spoorwegen zijn bezig met verzelfstandiging, het stads- en streekvervoer van tram, bus en metro moet de markt op. In Zuid-Limburg heeft een particulier vervoerbedrijf inmiddels een concessie gekregen om buslijnen te exploiteren. VSN, het Verenigd Streekvervoer Nederland, vreest voor zijn monopoliepositie.

In de Tweede Kamer is gisteren een debat begonnen over de vrije markt in het stads- en streekvervoer. Daar valt veel voor te zeggen, maar in het parlement overheersten verwarring en verdeeldheid. Het debat wordt vooralsnog overgelaten aan de specialisten en heeft nog niet de belangstelling van de fractievoorzitters weten te wekken. Dat is vreemd, want hoe de uitkomst ook wordt, het gaat over een belangrijk onderwerp met een stevige emotionele lading. Openbaar vervoer raakt rechtstreeks aan ruimtelijke ordening en mobiliteit, het heeft te maken met milieu en files, maar ook met monopolieposities en sociale overwegingen. De bereikbaarheid van afgelegen gebieden en de prijs van het openbaar vervoer liggen politiek gevoelig. Bovendien kent het openbaar vervoer een sterke vakbondstraditie bij het personeel - begin dit jaar staakten de bonden nog wekenlang tegen een beperkte flexibilisering van de dienstroosters.

Het kabinet wil het openbaar vervoer per regio uitbesteden met een stelsel van vergunningen voor een periode van vijf jaar. Deze vergunningen kunnen toevallen aan nieuwe particuliere of aan bestaande publieke vervoersondernemingen. Met deze introductie van marktprikkels neemt minister Jorritsma (verkeer) de aanbevelingen over van een commissie onder leiding van de Tilburgse burgemeester en oud-staatssecretaris Brokx. De verwachte voordelen van concurrerend openbaar vervoer zijn een betere dienstverlening en kostenbesparingen doordat dure vakbondspakketten wegvallen. Bovendien rekent de overheid op een stevige besparing op de uitgaven. VSN ontvangt jaarlijks een rijkssubsidie van ruim een miljard gulden en daar komt nog een vergelijkbaar bedrag voor het gemeentelijke vervoer bij.

TEGENSTRIJDIGE overwegingen en botsende belangen worden in Nederland gewoonlijk verzoend in halfslachtige verantwoordelijkheden. Het publieke en het private domein vinden elkaar in een ondoorzichtige samenwerking waarin zowel de overheidssturing als de marktwerking onvolledig zijn. Zo dreigt het ook met het openbaar vervoer te gaan. In de Kamer werd gisteren zelfs de retorische vraag gesteld of vrije markt en openbaar vervoer wel met elkaar verenigbaar zijn. Wat mogelijk is in de luchtvaart, de reiswereld, de media of de telecommunicatie houdt niet op bij de deur van een bus of tram. Laat de overheid maar eens een vergunningenstelsel voor het stads- en streekvervoer opzetten. De reizigers zullen ermee hun voordeel doen.