Bolkestein ziet niets in verandering kiesstelsel

OOSTERBEEK, 3 OKT. VVD-leider Bolkestein wijst de verandering van het kiesstelsel af waarbij kiezers twee stemmen mogen uitbrengen: één op een landelijke en één op een regionale kandidaat. Minister-president Kok en de twee vice-premiers Dijkstal en Van Mierlo hadden daar eerder overeenstemming over bereikt.

“Ik zie daar ook niet zoveel in”, zei Bolkestein gisteren tijdens een partijbijeenkomst in Alphen aan den Rijn over de voorgestelde wijziging. Daarbij wordt de Tweede Kamer voor de helft samengesteld uit landelijk gekozen volksvertegenwoordigers en voor de andere helft uit regionale vertegenwoordigers. “Het kan wel, want in Duitsland hebben ze ook zo'n systeem. Maar ik hecht eraan om ook het geluid van Gerrit Schutte van het GPV te horen.” Omdat voor regionale verkiezingen volgens de plannen van Kok, Dijkstal en Van Mierlo een kiesdrempel van zeven procent zou gaan gelden, zouden kleine partijen als het GPV buiten de boot kunnen vallen.

De VVD-leider herhaalde eigenlijk ook tegen invoering van het correctief referendum te zijn. Maar omdat in het regeerakkoord daarover nu eenmaal afspraken zijn gemaakt met de coalitiepartners zal de VVD daaraan meewerken, maar wel in een vorm “waar het referendum de minste schade kan veroorzaken”, zo maakte Bolkestein eerder duidelijk. “Zowel het voorstel voor een referendum als dat voor een ander kiesstelsel zijn naar voren gekomen om de kloof tusssen kiezers en politici te dichten en de legitimiteit van gekozen volksvertegenwoordigers te vergroten”, zei hij gisteravond. “Ik geloof niet in die kloof. Als de kiezers kritiek hebben op politici, dan hebben ze het niet over de legitimiteit van politici, maar over de effectiviteit. Ze liggen er wakker van dat hun fiets voor de vijfde maal gestolen is.”

Bolkestein sprak zich verder uit voor de methode van de politie om te infiltreren in criminele organisaties. “Ik voor mij betwijfel of het mogelijk is de mafia aan te pakken zonder dat middel. Maar het moet wel gebeuren onder toezicht van het openbaar ministerie.”