Arm en rijk

VAN RIJKE OUDERS verliest de staat het altijd. Zevenduizend gulden per jaar per kind betalen sommige ouders nu als 'vrijwillige' ouderbijdrage aan de particuliere basisschool van hun kind. Dat bedrag komt bovenop de rijksbijdrage per leerling, die nog geen vijfduizend gulden bedraagt. De sociaal-democratische staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) heeft eerder dit jaar de oorlog verklaard aan deze ongelijkheid in het jeugdonderwijs. Want al zijn er in het genivelleerde Nederland natuurlijk maar weinig ouders die ieder jaar zoveel geld voor hun kind opzij (kunnen) leggen, kinderen die toevallig in armere milieus geboren worden zien door die ouderbijdragen hun achterstand op rijkere leeftijdgenootjes alleen maar groter worden. En die bestraffing van hun afkomst halen ze nooit meer in, zo is tegenwoordig het bijna unanieme oordeel van onderwijskundigen.

De kruistocht tegen de ouderbijdragen legt Netelenbos wel een grote verantwoordelijkheid op. Want daarmee krijgt zij de plicht om het basisonderwijs zo in te richten dat iedereen vindt dat zijn kind er voldoende aan zijn trekken komt - zonder extra bijdragen. Niemand twijfelt eraan dat nu op de rijke elitescholen het onderwijs veel beter is. Zevenduizend gulden is een uitzonderlijke uitschieter, maar bijvoorbeeld op de algemeen bijzondere scholen bedraagt de 'vrijwillige' bijdrage toch nog altijd gemiddeld zo'n 360 gulden per leerling. Een klas kan dankzij die bijdragen al gauw met een paar kinderen worden verkleind. Afgelopen weekeinde heeft Netelenbos in haar lange mars een klein stapje gezet. Honderd miljoen gulden extra wil ze voor de basisscholen, een verzoek dat de Kamerfracties al eerder hadden geformuleerd.

Een mooi groot bedrag, zo lijkt het. Maar een snelle blik op de onderwijsstatistiek leert hoe tragisch de toestand van de overheid is in deze wereld van grote getallen. Het komt neer op nog geen zeventig gulden per leerling. Het is verstandig dat Netelenbos het geld wil concentreren voor de drie laagste klassen. Dat zijn de vroegere kleuterklassen die de afgelopen jaren toch al stiefmoederlijk werden behandeld na de samenvoeging met de oude lagere school tot nieuwe basisschool. Die concentratie verhoogt het bedrag per kind tot ongeveer 180 gulden. Daarvan kunnen twintig procent van de in totaal achtduizend Nederlandse basisscholen een 'onderwijs-assistent' aanstellen, om het werk van de onderwijzer te verlichten en de aandacht per kind te vergroten.

EEN WANDELPASJE DUS, in een lange mars naar goed onderwijs voor allen. Maar symboliek is alles in de politiek en de symboliek van de geste van Netelenbos, die overigens nog moet worden gedekt door de financiële specialisten in de Kamer, is groot. Want het adagium van het huidige onderwijsbeleid 'hoe lager hoe belangrijker' komt ermee in een nieuw stadium. Niet alleen wordt het funderend onderwijs ontzien bij de bezuinigingen, er komt nu zelfs extra geld bij. Voor docenten en studenten in het hoger onderwijs, die met veel moeite en tumult anderhalf miljard moeten inleveren, is de boodschap duidelijk: u bent niet belangrijk. Dat de VVD zich minder gemakkelijk voelt bij deze 'paarse helderheid' is te begrijpen. Want het is altijd nog vooral haar traditionele achterban, de hogere inkomensgroepen, die het hoger onderwijs bevolkt, ondanks alle gelijkheidsidealen van de afgelopen decennia. De vraag is gerechtvaardigd of er in de lange mars van de PvdA niet nieuwe onevenwichtigheden zullen ontstaan. Maar van honderd miljoen zal de balans voorlopig niet gaan schommelen.