Andriessen: Zalm kent de trucs maar gebruikt ze niet

De bewindslieden van het kabinet-Kok verdedigen de komende weken hun begroting in de Tweede Kamer. Hoe oordelen oud-ministers over het beleid van hun opvolger? De CDA'er Frans Andriessen, minister van financiën van 1977 tot 1980, neemt het beleid van VVD-minister Gerrit Zalm onder de loep. “Wat Zalm doet is niet koosjer, maar het is geen doodzonde.”

DEN HAAG, 3 OKT. Frans Andriessen is een beetje trots. Toen de christen-democraat eind jaren zeventig het ministerie van financiën leidde, was Gerrit Zalm als hoofd van de afdeling begrotingsvoorbereiding een van zijn naaste medewerkers. “Een briljante jonge ambtenaar”, weet Andriessen. “Ik herken veel van zijn oude opvattingen. Jarenlang is in de Trêveszaal alleen maar gesproken over bezuinigen, bezuinigen en bezuinigen. Zalm heeft daar een einde aan gemaakt en rust gebracht in het begrotingsbeleid.”

Voor Financiën is het een groot voordeel dat een oud-ambtenaar nu politiek leider is van het departement. “De bezem gaat door de boekhouding. Zalm kent de trucs en wenst er geen gebruik van te maken. De financiële presentatie is de meest getrouwe die ooit is gegeven.”

In het voorjaar van 1980 verliet Andriessen het kabinet-Van Agt/Wiegel. Hij speelde va banque: de minister van financiën wilde extra bezuinigingen om een einde te maken aan de steeds groter worden discrepanties tussen afgesproken doelstellingen en uiteindelijke realisaties. Zijn collega's weigerden meer te bezuinigen en Andriessen verliet de nationale politiek en werd een jaar later lid van de Europese Commissie. Hij werd opgevolgd door Fons van der Stee. Rampen-Fon(d)s, zoals Wim Kan hem pleegde te noemen, zette een punt achter het structurele begrotingsbeleid waarbij met behulp van een aantal rekenregels ieder jaar de ruimte werd berekend die beschikbaar was voor verhoging van de overheidsuitgaven en/of belastingverlaging. Het beleid richtte zich op het verlagen van het financieringstekort met als neveneffect: vijftien jaar bezuinigen. “Mijn oud-medewerker beschouwt het financieringstekort als restpost”, schertst Andriessen.

De oud-ambtenaar van financiën en oud-directeur van het Centraal Planbureau Zalm maakt volgens Andriessen 'handig' gebruik van zijn ervaringen. “Bij het opstellen van het regeerakkoord in 1989 ging men uit van veel te optimistische veronderstellingen. De financiële basis van het regeerakkoord van CDA en PvdA bleek niet deugdelijk. De oud-CPB-directeur heeft die fout niet gemaakt toen hij vorig jaar minister van financiën werd.”

De meevallende economische ontwikkeling creëert ruimte voor “leuke dingen voor de mensen”, imiteert Andriessen de cabaretier Paul van Vliet. “Maar het kabinet-Kok heeft te weinig oog voor de leuke dingen op termijn. Het beleid is te veel gericht op de korte termijn, terwijl nu de strategie moet worden uitgezet naar de volgende eeuw. Het kabinet investeert te weinig in de toekomst: kennis, technologie en infrastructuur. En de toekomst is uitdagend, dat ervaar ik iedere dag.” Na een Europese carrière van twaalf jaar nam Andriessen begin dit jaar afscheid van de Commissie. Op dit moment is hij voorzitter van het Strategisch beraad van het CDA; een denktank die de christen-democratie de volgende eeuw moet inloodsen. “Het kabinet verlaagt de lasten met bijna vier miljard gulden. Het bedrag is mooi, maar de invulling is een ramp. Staatsscretaris Willem Vermeend presenteert ruim dertig fiscale maatregelen. Detaillistisch knutselwerk, wat een etatisme, maar dat is de Partij van de Arbeid niet vreemd. Het kabinet had het geld moeten besteden aan vermindering van de staatsschuld.”

Andriessen hekelt de opstelling van premier Wim Kok tijdens de Algemene en Politieke Beschouwingen. De premier wil geen 'steriele boekhouder' zijn en meevallers ook gebruiken voor extra lastenverlichting en versterking van de infrastuctuur. Andriessen op doceertoon: “Wanneer de staatsschuld afneemt, nemen ook de rentelasten af. En als de rentelasten afnemen, heb je automatisch meer financiële armslag voor extra lastenverlichting of versterking van de economische structuur.” Lagere rente-uitgaven, volgend jaar bedraagt de rentelast 29,5 miljard gulden, zijn nodig om de de kosten van de vergrijzing van de bevolking op te vangen. “Er is grote onrust in de samenleving over de betaalbaarheid van het oudedagspensioen. Het kabinet doet daar uiterst geruststellend over. Ik deel die geruststelling absoluut niet. Wij moeten bejaarden een ijzerharde garantie kunnen geven dat hun inkomen is gegarandeerd.”

De 'Europeaan in hart en nieren' constateert dat Nederland met een 'boekhoudersmentaliteit' over de grens kijkt. “Nederland is van netto-ontvanger een netto-betaler geworden. En direct verzuchten de boekhouders o, o, o. Maar bijna tachtig procent van de Nederlandse export wordt afgezet op de Europese markt.”

De kern van het begrotingsbeleid van Zalm is dat er kaders zijn vastgelegd voor de uitgaven van rijk, sociale zekerheid en zorg. De uitgaven moeten binnen de afgesproken kaders blijven. Dit jaar wordt, in strijd met de systematiek, een tegenvaller bij de zorg gecompenseerd door een meevaller in de sociale zekerheid. Valt Zalm van zijn geloof? “Eerst wil ik gezegd hebben dat de meevaller in de sociale zekerheid een gevolg is van het beleid van het vorige kabinet. CDA-beleid dus. Volgens de klassieke orthodoxie had Zalm de compensatie niet moeten tolereren. Maar ach, ik ben groot geworden met de leer van de zonden. Je hebt doodzonden en dagelijkse zonden. Wat Zalm doet is niet koosjer, maar het is geen doodzonde. Hij moet er er natuurlijk geen gewoonte van maken.”