Aantal werknemers met twee banen groeit

ROTTERDAM, 3 OKT. Het aantal mensen met twee banen neemt toe. Vorig jaar beschikten 155.000 werknemers over een bijbaan, 12.000 meer dan in 1993. Inclusief het aantal zelfstandigen met een bijbaan telde Nederland in 1994 210.000 'dubbelbaners'.

Dat blijkt uit berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in opdracht van FNV Magazine heeft uitgevoerd. Bijna driekwart van de dubbelbaners vult het reguliere inkomen aan met een baantje in de dienstverlening. De overige werknemers hebben veelal een bijbaan in de handel, de horeca of het bank- en verzekeringswezen, zo wijzen de CBS-cijfers uit. Vorig jaar waren in Nederland in totaal 5,9 miljoen mensen aan het werk.

De groei van het aantal dubbelbaners kan de FNV-bonden in een dilemma brengen. Het komende CAO-seizoen wil de FNV zwaar inzetten op verdere arbeidsduurverkorting, met de bedoeling dat daardoor meer mensen aan het werk kunnen blijven. Wanneer zou blijken dat werknemers met een 36-urige werkweek de extra vrije tijd gebruiken voor een bijbaan is het effect van de arbeidsduurverkorting grotendeels verloren. Volgens CAO-coördinator L. de Waal van de vakcentrale FNV is dit verschijnsel nauwelijks met extra maatregelen te remmen. Hij acht het niet onwaarschijnlijk dat het aantal bijklussers nog zal toenemen tot 300.000, al blijft hij van mening dat de meeste werknemers de vrije tijd zullen gebruiken voor studie of zorg.

Ook in de metaalsector moet volgend jaar een 36-urige werkweek komen, zo maakte de Industriebond FNV gisteren bekend. Op die manier hoopt de bond de dalende werkgelegenheid in deze sector te remmen. De werkgeversorganisatie FME is fel tegen collectieve invoering van kortere werkweken.

De CBS-cijfers over de groei van dubbelbaners lijken er op te wijzen dat bijbaantjes vooral zijn weggelegd voor mensen met werkervaring. Dat geldt zowel voor werk in het legale circuit als voor 'zwarte' baantjes. Van de eenvoudige dienstverlening in het zwarte circuit wordt zeventig procent verricht door mensen die al een gewone baan hebben, zo blijkt uit een recent onderzoek van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA).

Uit de CBS-gegevens valt niet op te maken hoe dubbelbaners hun tijd over beide werkkringen verdelen. In de praktijk lijkt het veelal te gaan om mensen met twee of meer 'kleine' baantjes (van twaalf of twintig uur per week bijvoorbeeld) en niet om werknemers die naast een volledige baan in hun vrije tijd bijklussen. Tussen 1987 en 1994 is het aantal werknemers met kleine deeltijdbanen (tussen 12 en 19 uur) met 15,5 procent gestegen, tegen een groei van zeven procent van het aantal werknemers dat 35 of meer uren per week werkt. De sterkste groei was zichtbaar in het segment deeltijdbanen van 20 tot 34 uur: 37 procent.