Zeeland reageert opgetogen op nieuwe toltunnel

MIDDELBURG, 2 OKT. In Zeeland is opgetogen gereageerd op het besluit van de ministerraad om een toltunnel onder de Westerschelde aan te leggen. De tunnel vervangt de twee veerdiensten Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens, die al jaren een sta-in-de-weg vormden voor een snelle noord-zuid verbinding.

De aanleg van de WOV, de Westerschelde Oeververbinding, is jarenlang hèt politieke 'issue' geweest van de provincie. Met het besluit van de ministerraad is, zo vinden de meeste partijen, een belangrijke stap gezet. Hoewel ze ook kanttekeningen plaatsten: Hoe wordt het project verder ingevuld, hoeveel moet de provincie er aan betalen en via welke wegen wordt het verkeer naar en van de tunnel geleid? Zeeland praat sinds 1956 over de aanleg van een vaste oeververbinding over de Westerschelde. Maar de plannen ketsten keer op keer af op gebrek aan geld. In 1986, toen Frankrijk en Groot-Brittannië hun plannen presenteerden voor de Kanaaltunnel, zette de provincie Zeeland verbeten een laatste nu-of-nooit poging in.

De verbinding wordt belangrijk geacht voor de sociaal-economische ontwikkeling van de Zeeuwse regio's. Vooral voor Zeeuwsch-Vlaanderen en Midden-Zeeland. Het bedrijfsleven daar, zo oordeelt de provincie-politiek, heeft belang bij snelle, efficiënte verbindingen. Het gewacht bij veerponten die voortdurend vertraging oplopen, is uit de tijd. Politiek Den Haag kende echter veel minder belang toe aan de vervanging van de veerboten. Als Zeeland, zo oordeelden diverse kabinetten, zo graag een vaste verbinding over de Westerschelde wil, dan moet de provincie daar zelf het geld voor vinden.

Het rijk wilde best meebetalen, maar niet meer dan dat. En daarmee begint voor de provincie Zeeland een traject vol klemmen en voetangels. Uiteindelijk, na veel gesoebat van het provinciebestuur, stelde het rijk de jaarlijkse bijdrage vast op 54 miljoen. De provincie legt zelf 4 miljoen per jaar op tafel. Een machtige lobby van Antwerpse havenbaronnen werkte het project tegen. Pas toen Zeeland met een tunnel op de proppen kwam, staakten de Belgische buren hun protest. Zij waren bang voor belemmering van de vrije doorvaart van en naar de haven van Antwerpen.

De gemeente Borsele lag dwars. Die vond dat de provincie over haar heen is gelopen en haar, zonder fatsoenlijk overleg, heeft gedwongen de oeververbinding op haar grondgebied te accepteren. Het bedrijfsleven uit Zeeuwsch-Vlaanderen sputterde omdat de provincie fors heeft bezuinigd op de wegen van en naar de tunnel. Volgens de ondernemers was het project eerder een bedreiging dan een stimulans voor de streek geworden. Het geloof in de komst van de vaste verbinding daalde tot rond het nulpunt. Uit enquêtes bleek dat ongeveer de helt van de Zeeuwse bevolking de WOV niet meer zag zitten.

Maar toen keerde het tij. In 1994 kwam het provinciebestuur tot overeenstemming met de gemeente Borsele. Er werd een punt gezet achter de slepende ruzie. Investeerders bleken plotseling belangstelling voor het project te hebben. Een groep aannemers uit Nederland, België en Duitsland, verengd in de Kombinatie Middelplaat Westerschelde, legde een plan op tafel voor een geboorde tunnel van 7 kilometer lang. De kosten voor de bouw bedragen 1,7 miljard gulden. De rijksoverheid ziet in dat de tunnel op termijn goedkoper is dan de exploitatie van de veren, en neemt de financiering van de provincie over.