Wat te doen met de ex-premiers? ... en wat met zijn memoires?

Haast geen groter politiek-persoonlijk leed dan dat van de vertrekkende minister. Jarenlang het land gediend en dan de onvermijdelijke laatste dag. Eerst de overdracht aan de ambtsopvolger, vervolgens het afscheid van de naaste medewerkers en tenslotte de laatste rit huiswaarts per dienstauto. Vanaf dat moment is de ex-minister geheel op zichzelf teruggeworpen. Zelf autorijden, zelf de agenda invullen, zelf brieven tikken. Een 'afkickprogramma' voor gewezen bewindslieden kent het land niet. In de praktijk komt het neer op de goedertierenheid van de ex-secretaresse.

Worden oud-ministers, zeker vlak na hun vertrek, nog regelmatig aangesproken op hun verleden, des te meer is dit het geval bij oud-premiers. Het PvdA-Kamerlid Peter Rehwinkel, enkele jaren geleden gepromoveerd op de veranderende positie van de minister-president, heeft zich het lot van oud-premiers aangetrokken. In de schriftelijke voorbereiding op de behandeling van de begroting van Algemene zaken heeft hij de vraag opgeworpen of er toch niet iets van een regeling kan worden getroffen voor gewezen minister-presidenten. “In andere landen bestaan er voor dit soort gevallen bepaalde faciliteiten”, zegt Rehwinkel. Volgens hem zou er op Algemene Zaken, het departement van de premier in elk geval een werkkamer met secretaresse beschikbaar moeten zijn, om voorgangers desgewenst bij te staan. Rehwinkels' idee komt niet zozeer voort uit medelijden voor Lubbers. “Het gaat mij erom dat burgers recht hebben op antwoord. Daarvoor heeft de overheid een zekere verantwoordelijkheid”, zegt hij ter toelichting.

Lubbers heeft na zijn vertrek uit Den Haag weer zijn intrek genomen bij het familiebedrijf Hollandia Kloos, dat hij in 1973 als mede-directeur verliet om het land te dienen. Daar beschikt hij nu over een werkkkamer, postbus, telefoonlijn èn een secretaresse. Alle als persoonlijk bedoelde post voor Lubbers stuurt het ministerie van algemene zaken sinds vorig jaar augustus door naar Krimpen aan den Ijssel. Inderdaad, zo beaamt Lubbers' nieuwe secretaresse, zij heeft het “ontzettend druk gehad” met alle persoonlijke post voor de voormalig premier en CDA-leider. “Nu is het wat afgenomen want meneer Lubbers is druk met andere zaken,” zegt ze.

... en wat met zijn memoires?

Tot die andere zaken behoren in elk geval niet zijn memoires, want die zijn af. Alleen, ze worden nog niet gepubliceerd. Het boek met Lubbers' politieke levensverhaal dat volgende maand had zullen verschijnen is met minstens een jaar uitgesteld. De geschiedenis bleek toch nog te vers en zou het CDA kunnen schaden. Het gaat hierbij vooral om de visie van Lubbers op het 'rampjaar' 1994. Angst voor het openrijten van nog nauwelijks geheelde wonden hebben Lubbers en zijn 'ghostwriter' Theo Brinkel doen besluiten het boek nog niet aan de openbaarheid prijs te geven. “Wij hadden bedongen tevoren de afweging te maken, of verschijning nu wel goed uitkwam. Die afweging hebben we gemaakt en die is negatief uitgevallen”, aldus Brinkel, die toegeeft wel teleurgesteld te zijn over de beslissing. De historicus Brinkel, werkzaam bij het wetenschappelijk instituut van het CDA, heeft de afgelopen jaren in talloze sessies met Lubbers diens politieke leven systematisch doorgelopen. Het probleem zit duidelijk in de staart van Lubbers' politieke loopbaan, waar het misging met het CDA. “Het is misschien toch goed de tijd even zijn heilzame werking te laten doen”, zegt Brinkel. Jammer, maar CDA'ers zullen dit jaar naar een ander boek voor onder de kerstboom moeten uitzien.

    • Mark Kranenburg