Vreugdedans om biljarttafel na winst in spannende finale; Dick Jaspers velt in vijf sets gigant uit Zweden

OOSTERHOUT, 2 OKT. “Een droomfinale”, zegt de ene official tegen de andere als ze het uitslagenbord van de Wereldcup driebanden in de hal van cultureel centrum De Bussel passeren. Vol voorpret kijken ze naar de maagdelijk lege vakjes achter de namen van de twee finalisten, die later op deze sombere zondagmiddag in Oosterhout (19 officiële biljartverenigingen) gaan uitmaken wie het openingstoernooi van de Wereldcupwedstrijden op zijn naam mag schrijven; de nummers 1 en 2 van de wereld, respectievelijk Torbjörn Blomdahl uit Zweden en Dick Jaspers uit het nabije Sint Willebrord.

In de aanloop naar de tweestrijd waar nagenoeg iedere biljartliefhebber op hoopte, liep het moyenne van de Nederlander geleidelijk op. In zijn eerste partij opende hij bescheiden met een gemiddelde van 1.452, in de kwartfinale voerde hij dat op tot 1.8, terwijl hij in de halve finale de in New York woonachtige Zuidkoreaan Sang Chun Lee versloeg met een moyenne van 2 caramboles. Dat wekte hoog gespannen verwachtingen voor de finale. “Maar”, zegt Cees van Oosterhout, een van de organisatoren van het toernooi plus 35 jaar wedstrijdervaring, “je moet het in zo'n finale toch maar waar kunnen maken. Je moet mentaal sterk zijn en ook je afstoot moet perfect zijn. Je moet jezelf helemaal onder controle hebben.”

Exact drie uur na de toss, die al een voorproefje gaf van de spanning die zou volgen, maakt Jaspers een vreugdedans om het biljart, met de keu als zijn partner. In vijf sets hadden ze de reus Blomdahl geveld. “Verdomme, die vierde set”, is het eerste wat hij tegen zijn vrouw Andrea zegt als ze elkaar om de hals vliegen. Terwijl de twee in een hoek van de zaal over Raymond Ceulemans gebogen staan, kussen ze elkaar. In die vierde set was hij één punt van de eindzege verwijderd; doordat Jaspers daar de kans om de partij uit te maken liet liggen, kwam Blomdahl uiteindelijk van een 2-0 achterstand terug op 2-2. Als Jaspers zijn vrouw loslaat, trommelt hij met zijn linkervuist op de plek waar zijn hart zit. “Sportman, hè?”, zegt hij staccato tegen Ceulemans, zijn grote voorbeeld. “Ik heb er hard voor moeten knokken.” De voormalige 'Grobbendonkse diamantslijper' (58) lacht zijn jonge Hollandse collega (30) bevestigend toe.

Blomdahl laat Jaspers in de eerste van vijf sets aanvankelijk ver achter zich. De set lijkt voor de Nederlander een dramatisch verloop te krijgen, niet in de laatste plaats door zijn eigen eerlijkheid: bij een 6-1 achterstand wijst hij de jury er op dat hij, in tegenstelling tot wat het scorebord vermeldt, nog niet één punt heeft gemaakt. Pas als Blomdahl negen caramboles heeft gemaakt, verdwijnt die zielige een van het bord. Jaspers komt glansrijk terug en stoot als eerste vijftien caramboles bij elkaar. Als hij ook de tweede set van de best of five wint, maken twee bejaarde Brabanders elkaar op weg naar het toilet al wijs dat het Wilhelmus straks in De Bussel zal klinken. Maar als ze hun plaatsen in de zaal weer innemen, kijkt Jaspers tegen een gevoelige achterstand aan. Als hij bij een 12-7 achterstand volgens eigen waarneming heel dun scoort, geeft de arbiter geen punt toe: “De heer Jaspers nul”, herhaalt hij bars wanneer Jaspers protesteert. “Ik heb tegenwoordig een bril en ik zie het heel scherp”, repliceert de driebander na afloop. Die bal was echt raak!” Blomdahl komt op gelijke hoogte als Jaspers de vierde set onnodig uit handen geeft, maar in de vijfde en beslissende set is de Brabander het koelbloedigst.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar greep Blomdahl in Oosterhout naast de hoofdprijs. In de vorige editie verloor hij van de Oostenrijker Christian Pills, die verleden week al in de eerste ronde werd geveld, door de Nederlander Eddy van de Looij. In de kwartfinale kwam Blomdahl, wiens moyenne-verloop tot aan de finale grilliger was maar uiteindelijk hoger uitviel dan dat van Jaspers, maar op het nippertje langs Van de Looij. Uitschakeling in de kwartfinale zou hem vrijwel kansloos hebben gemaakt voor de eindoverwinning in de serie Wereldcupwedstrijden, waarvan er wellicht nog vier worden gehouden. Zeker zijn de toernooien in het Duitse Halle, de Zuidkoreaanse hoofdstad Seoul en Istanbul. Deze week wordt duidelijk of ook Antwerpen nog op de agenda kan worden gezet. Raymond Ceulemans, vice-president van de Billiards Worldcup Association (BWA), voert deze week nog besprekingen met twee potentiële hoofdsponsors en schat de kansen op succes in op “fifty-fifty”. Voor de helft van het benodigde prijzengeld van 100.000 Duitse Mark zijn er al kleinere sponsors gevonden om het evenement in België mogelijk te maken, nu die ene grote nog, zegt Ceulemans. Het zou de laatste keer zijn dat Ceulemans in eigen land op een internationaal toernooi speelt, omdat het voor de 58-jarige biljartcrack steeds lastiger wordt, spelen en organiseren met elkaar te combineren.

In de kleedkamer analyseren Blomdahl en Jaspers hun optreden, terwijl nummer drie Caudron zich met cadeaus een weg naar de uitgang hort en stoot. Dat de twee toppers het bijzonder goed met elkaar kunnen vinden, blijkt uit de vraag van de Zweed - in bijna vloeiend Nederlands en met bijbehorende handgebaren over een denkbeeldig biljart - waarom Jaspers die ene bal niet “dik op die rooie” stootte. Het betreft de stoot waarmee de Nederlander de vierde set had kunnen beslissen en die de bloedstollende vijfde set overbodig zou hebben gemaakt. Jaspers moet erkennen dat hij er op dat moment te gemakkelijk over dacht, dat hem de zege op dat moment niet meer kon ontgaan. “Ach, ik denk, die pakt ie wel mee.” Om er belerend aan toe te voegen: “Hoe groot je voorsprong ook is, je bent er nooit.”

    • Ward op den Brouw