Veilig rijden in optieland

“Velen zien de optiehandel als linke business waar je als particuliere belegger beter van af kan blijven”, schrijft een lezer uit Halsteren bezorgd. Zelf gelooft hij dat het risico meevalt, zolang je maar optreedt als koper van opties en niet als verlener (schrijver). De schade voor de koper blijft, als de zaken anders uitpakken dan verondersteld, beperkt tot het optiebedrag plus kosten. Is deze redenering juist? Jazeker.

De handel in opties is niet gevaarlijker dan het verkeer. De inzittende van een auto loopt niet veel risico, tenzij hij aan de verkeerde kant van de weg rijdt, te hard door de bocht gaat of een auto zonder remmen bestuurt. Bepaalde optietransacties lijken op scheuren door de bocht, aan de verkeerde kant in een auto zonder remmen: het gaat goed zolang er geen tegenliggers opdoemen en de bocht flauw verloopt. Een spookrijder bekoopt dit soms met de dood, een spookbelegger gaat soms failliet.

Welke optietransacties zijn spookachtig? Met name het ongedekt schrijven van call-opties, het verlenen van opties op iets wat je niet bezit. Welk gevaar schuilt er bijvoorbeeld in de blote call-optie Philips uitoefenprijs 80 gulden die op vrijdag 19 januari 1996 afloopt? Vrijdag was de koers 3,50 gulden en het aandeel 78,00.

De ongedekte schrijver van 1 optiecontract ontvangt 350 gulden voor de verplichting 100 aandelen Philips te leveren voor 80 gulden per stuk, als een houder van zo'n optie er op of vóór 19 januari om vraagt, van zijn kooprecht gebruikt maakt. Stel dat Philips dan op 100 gulden staat. Wat moet die schrijver dan doen om zijn verplichting na te komen? Dit: op de beurs 100 aandelen tegen 100 gulden kopen! Zijn verlies bedraagt dan minstens 1.650 gulden; 100 x (100 - 80 - 3,50 gulden) + kosten. Schrijft hij 100 opties en niet 1 ('te hard rijden' om meer te verdienen) dan komt het verlies op 167.000 gulden. Bij dit verhaal passen twee kanttekeningen.

De optie-racer kan zichzelf van zijn verplichting ontheffen door deze op de beurs (met handelaren of andere beleggers als tegenpartij) tijdig terug te kopen. Dat leidt, afhankelijk van de Philipskoers en resterende looptijd van de optie, wellicht tot een lager verlies.

Als zekerheid moet de schrijver bij zijn bank of commissionair voor deze optie circa 2.100 gulden (contant of in andere vorm) aanhouden. Voor 100 contracten: 210 duizend gulden. Zo'n bedrag remt de onbesuisde schrijfdrang van een speculant. Komt Philips op 100 gulden, dan loopt de aan te houden zekerheid op naar een half miljoen gulden. De schrijver die niet zoveel kan 'ophoesten', wordt door de bank uit het optieverkeer gehaald.

Wie opties wil gebruiken in zijn geldzaken, en niet louter om speculatieve redenen, hoeft niet bang te zijn voor ongelukken, omdat een degelijk financieel plan risico's opspoort, aangeeft en afdekt. Ongedekt schrijven om extra rendement te halen zal er nooit in voor komen.

De Optiebeurs doet veel om consumenten optie-rijp te maken. Geïnteresseerden kunnen bij de afdeling Public Relations van de beurs (Postbus 19164, 1000 GD Amsterdam) gratis brochures en het kwartaalblad Rokin 65 aanvragen.

Indien een optie altijd verhandelbaar is op de beurs (mits een tegenpartij op de gevraagde prijs zaken wil doen) waarom staan alle opties dan niet in de krant?, vraagt de briefschrijver. Ruimtegebrek is een reden. Om circa 1.500 verschillende opties leesbaar af te drukken heeft de krant drie pagina's nodig, voor een beperkte groep lezers. Beleggers handelen per dag in 700 tot 800 van de 1500 opties. Ook dat is al teveel voor een algemeen dagblad.

De Optiebeurs heeft een computerkoersentelefoon die wèl alle informatie spuit, mits men de gebruiksaanwijzing kent. Ook die verstrekt de beurs. Bemiddelaars beschikken evenzo over alle prijzen. Wie alle prijzen van de vier Amsterdamse beurzen wil bestuderen, kan een los nummer van de dagelijkse Officiële Prijscourant (24 pagina's) bestellen voor 6,45 gulden.

Welke combinatie van aandelen en gedekt (door het bezit van de aandelen) geschreven opties is zijn zonder gevaar en profijtelijk? Een van de vele voorbeelden, die de lezer zelf op papier kan volgen of naar eigen goeddunken kan veranderen, is deze: (de koersen komen uit NRC Handelsblad van zaterdag pagina's 29 en 31).

Koop na overleg met een bemiddelaar over het juiste tijdstip, bijvoorbeeld, 400 aandelen (in feite certificaten) ING voor 92,90. Schrijf daarop 2 call-opties ING uitoefenprijs 85. Die leveren 2.900 gulden op. Daarmee komt de gemiddelde aankoop van de 400 aandelen op 85,65 per stuk. Met een 1994-dividend van 3,70 naar keuze contanr of in de vorm van certificaten uit de agioreserve (belastingvrij dus) komt het netto dividendrendement op 4,3 % en kunnen 200 van de 400 ING's onbelast groeien in waarde. Zo schrijf je veilig opties.

    • Adriaan Hiele