Vage schimmen in het donker negeren logica

Voorstelling: Leitz, dem Nachlass verfallen door Neuer Tanz. Choreografie: Wanda Golonka en VA Wölfl. Gezien 28/9 Lantaren/Venster, Rotterdam. Aldaar t/m 30/9. Van 4 t/m 6/10 is in Lantaren/Venster ook de voorstelling Raümen van Neuer Tanz te zien.

Het lijkt aanvankelijk een gesel te worden: ruim anderhalf uur in het aardedonker moeten turen naar praktisch onzichtbare dansers in de verte. En het eerste half uur van Leitz, een produktie uit 1988 van het Duitse gezelschap Neuer Tanz, is dan ook onuitstaanbaar. We zien haast niks, behalve een donker gat waar het podium zich moet bevinden en twee vage schimmen die voor een open deur heen en weer wiegen. Zonder geluid. Een half uur! Tijd genoeg dus om te voelen hoe de woede langzaam in ons opborrelt, om wat op dat moment een pretentieus gezelschap schijnt dat van gekkigheid niet meer weet hoe te vernieuwen en dus het licht maar uit doet. Weglopen kan niemand, daar is het te donker voor. En gelukkig maar, blijkt later.

De choreografe Wanda Golonka en de beeldend kunstenaar VA Wölfl die samen Neuer Tanz oprichtten, hebben er een handje van hun publiek op de proef te stellen. Hun voorstelling Ballet nr 5 uit 1991, die eerder deze week in Rotterdam te zien was, begint ook al schijnbaar eindeloos en minstens even saai. Daar hebben de dansers er ongeveer twintig minuten voor nodig om van achter naar voor op het podium te komen. Toch blijken zulke openingen zowel in Ballet nr 5 (uit 1991) als in Leitz, dat uit 1988 stamt, na het zien van de hele voorstelling onmisbaar te zijn. Het zijn introducties als initiaties, ze stomen de toeschouwer klaar voor wat nog komen gaat. Voor nog een uur in het donker bijvoorbeeld, zoals in Leitz.

Doordat de ogen dan inmiddels aan de duisternis gewend zijn en alle onrustige gedachten in dat boze eerste half uur zijn uitgewoed, veroorzaakt Leitz uiteindelijk een welhaast hypnotiserende concentratie. Het doet nog het meest denken aan een boek lezen als het al schemert, en je vergeet een lamp aan te doen: juist het moeten turen naar ieder lettertje zorgt dan voor opperste aandacht. In Leitz zuigen de acht witte schimmen van de dansers in de duisternis de ogen naar de vaak heel traag uitgevoerde bewegingen, die grotendeels op het geluid van marcherende voeten worden uitgevoerd. Het hoofd raakt leeg en voor je het weet mijmer je al een kwartier over de anatomie van een voetstap of over de zwaarte van een arm.

Af en toe gaat het zwakke schijnsel door de deur een moment uit, zodat de dansers in steeds een andere formatie kunnen opduiken. Twee aan twee, in een diagonale rij, soms elkaar tillend in statische poses. Drie dansers schieten in het rond als tinnen soldaatjes die de silly walks uit een aflevering van Monty Python nadoen; Leitz roept de meest onsamenhangende associaties op. Het is hier dan ook helemaal niet storend dat het gezelschap opeens aan het schreeuwen gaat, of dat er zomaar een baal hooi over het podium wordt gedragen. Leitz wil niets betekenen, maar is een verzameling van ijzersterke beelden om de beelden die een logische werkelijkheid buiten de schouwburgzaal even volkomen zoek maakt. Dat het donker daarvoor noodzakelijk is, blijkt als de lampen aan het slot toch even aan gaan. Dezelfde bewegingen zijn in het volle licht opeens teleurstellend expliciet, en de onbestemde duisternis lokt alweer.

    • Margriet Oostveen