Snoekduik naar de enkels van je vader

Voorstelling: Don Carlos van Friedrich Schiller door RO Theater. Vertaling: Mark van Duijn; bewerking: Guus Baas/Koos Terpstra; regie: Koos Terpstra; decor: Manda Bakker; spel: Marc van Eeghem, Kees Coolen, Guus Dam, Harriët Stroet, Veerle van Overloop, Cees Geel, e.a. Gezien: 30/9 Schouwburg Rotterdam. Tournee 2/10 t/m 29/11.

Koos Terpstra heeft Don Carlos, zijn eerste grote zaal-produktie in dienst van het RO Theater in Rotterdam, ontdaan van alle denkbare opsmuk. Het sprookjespaleis met gouden ballen op de transen dat aanvankelijk de blikvanger op het toneel is, wordt al na de eerste scène aan het oog onttrokken door drie hoge kale wanden die vanuit de nok naar beneden zakken. In deze immense lege ruimte komt het plotseling en uitsluitend aan op de verbale capaciteiten van de acteurs. Hier geldt de macht van het woord - daarmee heeft Terpstra Schillers koningsdrama teruggebracht tot de essentie.

Dat laatste dient letterlijk genomen: in Terpstra's bewerking is veel tekst geschrapt om het familiedrama meer reliëf te geven. Het resultaat is een in dramaturgisch opzicht rechtlijnige voorstelling waarin Terpstra ons stap voor stap binnenvoert in het zestiende-eeuwse Spaanse hof waar list, bedrog en intriges het leven grondig verzieken. Daarbij is het hem meer te doen om het blootleggen van die mentaliteit - een mentaliteit die ertoe bijdraagt dat de conflicten tussen koning Philips II en zijn zoon en troonopvolger Don Carlos in een tragedie ontaarden - dan om een historische reconstructie.

Ondanks de rechtlijnigheid is de voorstelling niet op alle punten even helder en geslaagd. Mij is niet duidelijk waarom soms zo mallotig wordt gedaan. Waarom de Groot-Inquisiteur als een clown is uitgedost bij voorbeeld en waarom sommige acteurs zo flauw moeten acteren. Is dat uit angst voor te veel zwaarwichtigheid?

De misplaatste banaliteit van enkele scènes wordt door de vertaling van Mark van Duijn in de hand gewerkt. De dialogen doen nu eens denken aan de achttiende-eeuwse verzen van Schiller, dan weer is de taal plat en eigentijds. Dat levert vreemde breuken op: aan uitspraken als “de hele wereld gaat naar de klote”, en “nou, daar had ik effe niet op gerekend”, heb ik niet kunnen wennen. Het stuk kan het stellen zonder dit soort stoere kreten - het drama is meeslepend genoeg.

De kern van het Philips-Carlosdrama geeft Carlos in feite aan als hij zijn vriend Posa toevertrouwt: “Ik vraag me af waarom juist hij mijn vader is en juist ik zijn zoon”. Eén blik op vader en zoon maakt duidelijk wat hij bedoelt. Geen groter contrast dan tussen Philips, de starre autocraat, en Carlos, een ietwat flodderige jongen, labiel en warhoofdig. Nee, slechter dan met elkaar hadden ze het niet kunnen treffen.

Niemand die daar beter van doordrongen is dan de koning. Onder geen beding mag zijn zoon de troon erven, politieke macht wordt hem ontzegd evenals de kans om een oproer in de Nederlanden neer te slaan. Zelfs Carlos' toekomstige vrouw pakt Philips hem af. Het is de ultieme vernedering. Toch blijft Carlos lang bereid zijn vader veel te vergeven in ruil voor diens liefde en erkenning. De verzoenende hand die hij hem reikt wordt echter ostentatief genegeerd.

Een dergelijke naïviteit van Carlos is tekenend. De Vlaamse Marc van Eeghem speelt de titelrol met vertederende onstuimigheid. Hij reageert vaak verhit of als een kind zo opgetogen en zijn impulsieve gedrag verleidt hem meer dan eens tot een onverwachte snoekduik naar de enkels van geliefde of vriend - bij wijze van begroeting. Het is een rare snuiter voor wie je, dank zij Van Eeghem, een groot zwak ontwikkelt.

Een mooie rol speelt ook Kees Coolen als Philips die met zijn donkere pak en borsalino en een stoet sombere heren in zijn kielog oogt als een oude foute mafia-baas. Ongenaakbare kilte hangt als een wolk om hem heen. Niettemin kent ook hij zijn zwakke momenten die onvermoed menselijke trekjes naar boven halen. Maar op zijn best is hij toch als hij als een superieure godfather zijn ondergeschikten naar zijn pijpen laat dansen.

Veerle van Overloop zet een emotionele maar sterke koningin neer, Guus Dam een ijskoude doortrapte Alva. De overige grotere rollen zijn minder uitgesproken. Dat is de prijs die Koos Terpstra moet betalen voor de nu en dan al te relativerende toon van zijn voorstelling.

    • Noor Hellmann