RODE BOEKJE OP ZAK EN ALLES IS OKAY

Hij behoort tot de beste tafeltennissers van China, maar de komende drie maanden speelt hij voor Bartok uit Buchten. Hij spreekt geen woord Nederlands en nauwelijks Engels, maar dat lijkt hem niet te deren. Liu Qiang vindt alles in Limburg “okay”.

De vriendelijke blik in de ogen, de bescheiden maar mooie glimlach rond de lippen en de ontspannen tred waarmee hij door een winkelstraat in Born loopt, zeggen meer over Liu Qiang dan hij met woorden over zichzelf kan vertellen. De Chinees voelt zich op zijn gemak in het Limburgse dorp. Daar hoeft het kleine rode boek dat in zijn handen rust niet voor open geslagen te worden.

Het boek is een woordenboek, Engels-Chinees en Chinees-Engels. Sinds de tafeltennisser ruim een week geleden in Nederland aankwam om gedurende drie maanden voor landskampioen Bartok in de nationale competitie uit te komen, is hij nooit op stap gegaan zonder eerst de pocket-uitgave in zijn broekzak te stoppen. Qiang spreekt geen Nederlands en zijn Engels gaat niet veel verder dan hello, goodbye en okay. Het rode boek lijkt echter vooral bestemd om anderen in de gelegenheid te stellen verbaal met hem te communiceren, want zelf maakt hij de indruk geen man van veel woorden te zijn. In geen enkele gesproken taal.

Gedurende zijn verblijf in Nederland heeft Qiang de beschikking over een kamer boven de winkel van de oprichter en trainer van Bartok, Piet van Sloun. De kamer is niet groot en op een televisietoestel na slechts voorzien van het hoognodige: een wastafel, een bed, een bureau, een stoel en een kast. Maar voor de Chinees, die zelf uit China ook slechts het hoognodige heeft meegenomen (wat kleren en twee batjes), is het allemaal “okay”. Als hij niet hoeft te trainen, wedstrijden moet spelen of andere club-activiteiten heeft, maakt hij een wandeling door Born, leest hij op zijn bed een boek of kijkt hij tv. Vooral MTV en voetbalwedstrijden ziet hij graag. “Ajax okay”, klinkt het verlegen.

Qiang wilde als opgroeiend kind in de op circa vierhonderd kilometer van Peking gelegen miljoenenstad Ging Dou ook op voetballen. Maar het werd tafeltennis, omdat hij daar beter op gebouwd was en die sport gewoon op zijn lagere school kon worden beoefend. Toen bleek dat hij achter de tafel meer kon dan enkel een aardig balletje over het net slaan, werd de kleine Qiang al snel overgeplaatst naar een speciale school waar tafeltennistraining een belangrijk deel van het lesprogramma uitmaakte.

Op zijn zeventiende verruilde hij Ging Dou voor Peking, omdat hij was doorgedrongen tot de daar trainende nationale jeugdselectie van China. Drie jaar later, in 1992, kwam hij bij het A-team. Eerder dit jaar was hij reserve bij de wereldkampioenschappen, voor de Olympische Spelen van volgend jaar zomer in Atlanta staat hij op de lijst van genomineerde spelers.

De komende drie maanden is Qiang echter in Nederland te bewonderen. Vooral in Buchten, het dorp dat deel uitmaakt van de gemeente Born. In Het Baanhuis, een accommodatie die eerder associaties oproept met een cursus ping-pong voor alleenstaanden dan met competitieduels op het hoogste nationale niveau, werkt Bartok de thuiswedstrijden af. Qiang heeft “no problem” met de ruimte, hij noemt Het Baanhuis “okay”.

Op het treffen tegen TTVV van zaterdag zijn, inclusief jeugdleden, circa vijftig toeschouwers afgekomen. Met een biertje in de ene en een sigaret in de andere hand volgen de meeste belangstellenden vanuit de op enkele meters van de speelvloer gelegen open bar de wedstrijden. Bartok wint de wedstrijd met 4-3, vooral dankzij de tactisch sterke Qiang. Met zijn met veel kracht geslagen en uiterst goed geplaatste forehand topspin verslaat hij in zijn enkelspelpartijen eenvoudig zijn tegenstanders. Met de Duitser Peter Heister vormt hij ook de beste combinatie in het dubbelspel.

De wedstrijden van zijn teamgenoten kunnen Qiang niet erg boeien. Hij krabt zich eens achter zijn oor, frunnikt een beetje aan zijn neus en trekt wat aan zijn korte zwarte haren. Zo nu en dan moet hij zelfs gapen.

Hij is zich ervan bewust dat hij speltechnisch niet veel zal bijleren in het land van “klompen, tulpen en molens”. Maar hij kan hier wel in korte tijd veel wedstrijden spelen, veel meer dan in China waar de nationale selectie alleen maar “traint, traint en traint”. Hij denkt dat het “okay” voor hem is om hier meer wedstrijdervaring op te doen.

Qiang is de derde Chinees die voor Bartok uitkomt. Chen Sung en Wang Wei gingen hem voor. Na vier jaar voor de club uit het nabij Born gelegen Buchten uitgekomen te zijn, vertrok Sung aan het eind van vorig seizoen naar een beter betalende vereniging in België. Wei kwam ruim een jaar geleden naar Limburg, maar kon na twee maanden weer vertrekken omdat de speler volgens Bartok-trainer Piet van Sloun “dacht dat zijn verblijf hier een vakantie betrof”.

Volgens Van Sloun begon Bartok begin jaren negentig met het aantrekken van Chinezen “om het niveau in de nationale competitie op een hoger niveau te brengen”. “Er waren en zijn weliswaar aardig wat goede Nederlandse tafeltennissers, maar die spelen in het buitenland. Want zodra ze het een beetje kunnen, houden ze niet één maar twee handen op. En een Nederlandse club heeft de financiële middelen niet om die te vullen.”

Qiang, tafeltennistopper in het tafeltennistopland China, is volgens Bartok-voorzitter Peter van den Bergh zelfs na alle bijkomende kosten voor bijvoorbeeld vliegtickets “nog altijd ruim de helft goedkoper dan een Nederlandse topspeler”. De Chinees zelf heeft geen flauw idee wat een Nederlandse topspeler kost, hij weet alleen dat hij tevreden is met wat hij van Bartok krijgt. Niet genoeg om straks als een rijk man naar zijn geboorteland terug te keren, maar wel “okay”.

Een maand later dan verwacht arriveerde Qiang, die slechts tot eind december bij Bartok blijft omdat hij zich vanaf januari met de nationale Chinese ploeg moet voorbereiden op de Spelen, in Nederland. Mede daardoor kende de titelhouder een slecht begin van het seizoen. “Die bureaucratie in China, hè”, verzucht Van Sloun. Samen met zijn voorzitter haalde de trainer zijn nieuwe aanwinst op van Schiphol. Omdat ze niet wisten hoe hij eruit zag, hadden ze zijn naam op een batje geschreven. Dat Qiang nauwelijks Engels spreekt, kwam als een verrassing. Uit China hadden ze andere informatie gekregen. In de auto naar Limburg kwam de rode pocket daarom goed van pas. “Het ging van hand tot hand”, zegt Van Sloun. “En dan maar bladeren.”

De trainer, die op Qiang werd geattendeerd door een bevriende, in Nederland werkende Amerikaanse arts “met goede contacten in China”, vindt het nauwelijks een probleem dat hij moeilijk met zijn sterspeler kan praten. “Voor hemzelf is die taalbarrière natuurlijk het meest vervelend. Vooral sociaal gezien. Maar voor het tafeltennis zelf maakt het niet veel uit. Met voordoen en gebaren kom je in deze sport al heel ver. En als dat toch niet voldoende blijkt, heeft ie gelukkig altijd dat rode boekje bij zich.”

In Born is één plaats waar Qiang het woordenboek in zijn zak kan laten zitten: Chinees-Indisch restaurant Nan King, gelegen op een paar honderd meter van zijn huis. Hij komt er vaak. De eigenaar treedt niet alleen wanneer nodig op als tolk, hij zorgt er ook voor dat zijn landgenoot goed eet. Drie keer per week kan de tafeltennisser gratis een maaltijd komen afhalen. Qiang vindt dat “okay”.