Patstelling rond het Dachau-monument

Het Nieuw Israelietisch Weekblad had de primeur: begin mei berichtte het blad dat wellicht nog dit jaar in Amsterdam een nationaal Dachau-monument zou verrijzen. Het ontwerp van de kunstenaar Niek Kemps was gereed en de stichting Nationaal Dachau-monument had de financiering, 500.000 gulden, vrijwel rond. Over de locatie was door leden van de stichting lang nagedacht en uiteindelijk werd gekozen voor het Vondelpark in Amsterdam-Zuid.

Het nieuws haalde vrijwel alle kranten en er leek geen vuiltje aan de lucht. Totdat bewoners op de avond van 22 mei hun zegje mochten doen tijdens een inspreekavond. Het merendeel van de aanwezigen reageerde zeer afwijzend op de locatie, ter hoogte van de ingang Amstelveense weg/Zocherstraat en het ontwerp: een gang van zestig meter met op de vloer alle namen van alle Duitse concentratiekampen. Na de inspreekavond werd het erg stil rond het Dachau-monument.

Amsterdam telt 130 monumenten en gedenktekens ter herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. In het centrum staan er 59, in stadsdeel Zuid 12. Onwillekeurig rijst de vraag waarom er nog een bij moet. “Om te herinneren en om te gedenken en om te manen voor de toekomst”, aldus de stichting in een brief aan de leden van de stadsdeelraad. Er rijst nog een vraag: waarom heeft portefeuille-wethouder R. Weeda (stadsdeelwerken) de stichting in de waan gelaten dat men op de ingeslagen weg kon doorgaan? Het heeft er alle schijn van dat zij, wellicht uit piëteit, niet eenmaal heeft geopperd dat de beoogde locatie weleens niet haalbaar zou kunnen blijken te zijn.

Dat bleek andermaal voor de zomer toen de stichting probeerde in afzonderlijke gesprekken de vereniging Vrienden van het Vondelpark, het wijkcentrum en het bewonerscomité Zocherstraat op andere gedachten te brengen. Het ontwerp zou desnoods kunnen worden aangepast. De gesprekken hadden niet het door de stichting beoogde resultaat, met als gevolg dat een patstelling is ontstaan.

Allerwegen is het initiatief van de stichting sympathiek genoemd. Maar niet elk initiatief, hoe sympathiek ook, behoeft te worden gehonoreerd. Dat heeft in dit specifieke geval niets te maken met onverschilligheid tegenover de geschiedenis in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Er is in Amsterdam geen nieuw monument nodig om de slachtoffers van de Duitse overheersing te gedenken. Er is ook geen Dachau-monument nodig om te beseffen: 'dit nooit meer'.

Ondanks de afwijzende reacties van de stadsdeelbewoners blijft het comité volharden in zijn wens dat het monument in het Vondelpark komt. Vorige maand zei de secretaris van de stichting, mr. P. de Loos, desgevraagd: “Het komt daar zonder enige twijfel.” Dat valt nog te bezien want het is de politiek die de uiteindelijke beslissing neemt. De fractie van D66 is tegen. De PvdA, de partij van portefeuillehouder Weeda, heeft nog geen standpunt bepaald, evenals de VVD. GroenLinks is verdeeld. Het CDA is voor een monument maar niet in het Vondelpark. De raad moet zich in december uitspreken.

Weeda zou er verstandig aan doen daar niet op te wachten. Stel dat de raad akkoord gaat, dan nog heeft zij een probleem want politieke consensus alleen is niet voldoende. En de stichting heeft een probleem want het verzet zal niet verstommen. Omdat niemand zit te wachten op een rel met als inzet een oorlogsmonument, zou Weeda de stichting moeten adviseren het maar elders te proberen.