Oppositie in Nigeria is geheel machteloos

LAGOS/KADUNA, 2 OKT. Generaal Sani Abacha is vermoedelijk de meest verguisde president die Nigeria ooit heeft gehad. Toch heeft hij weinig te vrezen van de oppositie. Zijn besluit gisteren om nog drie jaar aan de macht te blijven heeft tot boze reacties in Nigeria geleid maar de generaal kan deze zonder gevaar voor zijn eigen positie negeren.

De burgerpolitici in Nigeria zijn hopeloos verdeeld en in diskrediet geraakt door hun aandeel in de corruptie. In het leger laat Abacha zijn militairen een permanente stoelendans uitvoeren zodat geen van hen genoeg invloed kan vergaren om een coup te plegen. De bevolking lijkt vooral moe en bekommert zich in deze tijden van zware economische neergang meer om het verkrijgen van het dagelijkse brood dan om de politiek.

Van de 35 jaar sinds de onafhankelijkheid oefenden militairen meer dan 25 jaar de macht uit in Afrika's volkrijkste staat. Aan het langdurige overgangsprogramma van militair naar burgerbestuur onder het regime van generaal Babangida (1985-1993) kwam in juni 1993 abrupt een einde toen de militairen, tijdens het tellen van de stemmen van de presidentsverkiezingen, publikatie van de uitslag verboden. De multimiljonair Moshood Abiola, de vermoedelijke winnaar van deze verkiezingen, begon een campagne achter de schermen om met behulp van Abacha het hem ontstolen presidentschap toch te bemachtigen. Na zes maanden nam Abacha de macht over maar hij zette Abiola achter de tralies toen deze zich in juni 1994 door zijn aanhangers tot president liet uitroepen. Ondanks een aantal protestacties en oproepen van burgerpolitici om Abiola alsnog als president te installeren lijken diens kansen inmiddels vervlogen.

De burgerpolitici hebben de beperktheid van hun invloed grotendeels aan zichzelf te wijten. Professor Bolayi Owasanoye aan de Universiteit van Lagos houdt een A-4-velletje in de lucht. “Het aantal politici dat nog geloofwaardigheid geniet omdat ze zich aan principes houden, niet corrupt zijn en niet collaboreren met de militairen, valt op één zo'n velletje te schrijven”, betoogt hij. “De burgerpolitici genieten vrijwel geen steun meer aan de basis, ze vertegenwoordigen alleen nog zichzelf.”

Adamu Chiroma is een politicus van het eerste uur en bekleedde ministersposten in zowel militaire als burgerregimes. Bovendien komt hij uit het islamitische noorden waar van oudsher de Nigeriaanse machthebbers vandaan komen. “Wij burgerpolitici zouden onze eigen rangen moeten zuiveren”, zegt hij in de noordelijke stad Kaduna. “De politici vallen veel te gemakkelijk om te kopen, zij streven naar baantjes in de regering om te kunnen plunderen. De burgerpolitici spelen veel te gemakkelijk de etnische, regionale, ideologische of religieuze kaart om te kunnen winnen.”

Balarabe Musa, voormalig burgergouverneur van de deelstaat Kaduna, deelt deze kritiek op de burgerpolitici, maar toch wenst hij een onmiddellijke machtsoverdracht, binnen drie maanden, door het leger. “Het enige positieve dat je van de militairen kan zeggen is dat ze het land bij elkaar hebben gehouden, voor de rest hebben ze er een rotzooitje van gemaakt”, meent hij. “Ik geef toe, de burgerpolitici zijn zo mogelijk nog waardelozer. Wij hebben echter tenminste het morele recht aan onze zijde want wij vertegenwoordigen het volk.”

Het wantrouwen van noordelijke burgerpolitici tegen het zuiden, waar Moshood Abiola vandaan komt, heeft sommigen van hen in handen van de militairen gedreven. Het leger heeft weliswaar geen recht om te regeren maar generaal Abacha is tenminste een noorderling, redeneren zij. De steenrijke burgerpoliticus Lema Jibrilu in Kaduna verzet zich hevig tegen de suggestie dat rechtvaardigheid en democratische principes gebieden om de zuiderling Abiola te installeren als president. Op de vraag waarom noorderlingen toch vrijwel altijd de macht uitoefenen in Nigeria, antwoordt hij: “De zuidelijke politici zijn lui, ze vechten niet hard genoeg. De opponenten van Abacha in het zuiden gedragen zich tribalistisch. Abacha toont zich een redelijk goede president als je in ogenschouw neemt hoe zij vorig jaar het land in vuur en vlam hebben gezet.”

Ontdaan van het gevaar van een burgeroppositie hoeft Abacha alleen nog nauwkeurig binnen zijn eigen kamp over zijn schouders te kijken. Onder de lagere zuidelijke officieren zou nog steun bestaan voor Abiola, maar geslaagde staatsgrepen in Nigeria lijken alleen te worden gepleegd door hogere militairen. “Succesvolle staatsgrepen in Nigeria zijn altijd paleiscoups geweest als gevolg van een machtsstrijd aan de top”, analyseert een Westerse militaire deskundige. “Om een ingrijpende coup te plegen moet je steun zoeken in over het hele land verspreide regimenten. Abacha heeft in al die legerafdelingen aan zijn eigen vertrouwelingen leidende functies toebedeeld, dus zo'n staatsgreep lijkt onwaarschijnlijk.” De militairen in de hoge rangen houden zich nu bovenal bezig met manoeuvres om aantrekkelijke overheidsbaantjes te krijgen, opdat ook zij financieel gewin kunnen behalen.

Abacha's concessie aan het Westen om geen samenzweerders te executeren, stuitte op verzet binnen de strijdkrachten. “Sommigen binnen het leger geloven niets van de beschuldigingen over een vermeende staatsgreep en eisten vrijlating van de verdachten”, zegt een goed ingelichte diplomaat. “Andere hoge militairen daarentegen, afkomstig uit het centrale gedeelte van het land, eisten wel degelijk executie. De beslissing die Abacha nu heeft genomen moet voor hem een zware kluif zijn geweest.”

Een van de weinige Nigerianen die nog wel een spoedige verbetering verwachten door middel van een opstand tegen Abacha, is de mensenrechtenactivist en advocaat Gani Fawehinmi in Lagos. Hij ziet Nigeria als een puist die op het punt staat open te breken. “De strijd zal gewonnen worden op straat”, voorspelt hij. “We gaan in de aanval. Wat Abacha ook zegt, hij valt toch niet te vertrouwen. Hij zal de macht nooit vrijwillig overdragen. Door nog drie jaar aan de macht te blijven toont hij aan niet geïnteresseerd te zijn in democratie.”

Fawehinmi draagt altijd een toilettas bij zich. “Dit is mijn detentietas”, legt hij uit. “Sinds 1969 ben ik 22 keer door militaire regimes opgepakt. In deze tas zitten een schone onderbroek, een tandenborstel, een handdoek en mijn slippers voor in de cel. Want ieder moment kan ik worden gearresteerd.”

Gani Fawehinmi is een moedige strijder tegen militair bestuur in zijn land, maar vooralsnog blijkt hij een roepende in de woestijn. Een einde aan de repressie, de politieke instabiliteit, het militaire bestuur, de corruptie en de diep bijtende sociale crisis in Nigeria is nog lang niet in zicht.