Harpiste Godelieve Schrama krijgt de Nederlandse Muziekprijs; 'Met harp maak je geen megacarrière'

DEN HAAG, 2 OKT. Voor de tweede keer in drie jaar is de Nederlandse Muziekprijs, de hoogste staatsonderscheiding op het gebied van de muziek, toegekend aan een harpiste. Twee jaar geleden kreeg de harpiste Manja Smits deze prijs, de opvolger van de 'Prix d'excellence', nu is de eer aan de 26-jarige Godelieve Schrama uit Den Haag. Bij de uitreiking op 9 oktober tijdens een concert in het muziekcentrum Vredenburg in Utrecht speelt Godelieve Schrama met Nieuw Sinfonietta Amsterdam onder leiding van Ed Spanjaard een speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd harpconcert van Theo Verbeij en werken van Frank Martin, Maurice Ravel en Claude Debussy.

Schrama wordt door critici geroemd om haar virtuositeit op het instrument en de enorme muzikaliteit van haar spel. Ze heeft een veelzijdig repertoire, dat gaat van barok tot eigentijdse componisten. Ze treedt niet alleen op als soliste, maar ook met het vijfkoppig ensemble Amadé, dat ze in 1992 als onderdeel van haar studie voor de Muziekprijs heeft opgericht. Dit ensemble voor harp, fluit en strijktrio is inmiddels bijna elke zondag op koffieconcerten in het land te horen met een gevarieerd aanbod van kamermuziek.

“Ik wil me niet vastleggen op een bepaald genre. Ik speel het liefst van alles wat, zowel solo als in het ensemble,” zegt ze. “Ik voer wel veel Franse muziek uit, maar dat komt omdat Franse componisten het meest voor harp hebben geschreven. Het is moeilijk om steeds weer een spannend programma te vinden waarin niet de nadruk ligt op de Franse muziek.”

In Frankrijk is de harp lang een populair instrument geweest. Omstreeks het begin van de vorige eeuw werd daar de dubbelpedaal uitgevonden waardoor de harp zich kon ontwikkelen tot het huidige solo- en orkestinstrument. Als gevolg daarvan groeide in de 19de eeuw het aantal composities waarin de harp werd opgenomen. Voor harp als solo-instrument blijft het repertoire echter beperkt.

In Nederland hebben harpisten als Rosa Spier en Phia Berghout veel gedaan om componisten te inspireren tot nieuw werk. Godelieve Schrama is van plan die traditie voort te zetten, want ze wil “niet steeds terugkomen met dezelfde oude stukken.” Schrama: “Ik benader componisten van wie ik denk dat ze affiniteit hebben met de harp. Het is een klankinstrument dat snel harmonisch klinkt. Iemand die voor harp componeert moet vooral gevoel hebben voor klank.”

Dat heeft geleid tot opdrachten aan onder anderen Herman Strategier (1987), Sidika Özil (1991) en Roel van Oosten (1994). Er zijn stukken op komst van Ig Henneman en Ron Ford en de jonge Nederlandse componist Willem Jeths is zelfs met twee harpcomposities bezig. Het eerste is een solo-stuk dat in 1996 zijn première zal beleven, het tweede, een harpconcert, voert Schrama in 1997 uit met het Residentie Orkest.

Godelieve Schrama is van plan door te gaan met het ensemble, daarnaast hoopt ze op uitbreiding van haar solo-optredens. “Maar ik besef dat harp geen instrument is waarmee je een megacarrière kunt maken als solist. Ik heb in het Europees Jeugdorkest gezeten en het beviel me wel om met mijn instrument zo'n groot geheel in te kunnen kleuren. Maar of ik een vaste baan in een groot orkest zou willen hebben, weet ik nog niet. Ik denk dat ik liever zou lesgeven. Ik geef nu les aan kleine kinderen en dat vind ik erg leuk.”

Net als de door haar zeer bewonderde Phia Berghout en later Manja Smits wist Godelieve Schrama als kleuter al dat ze harp wilde leren spelen. Ze begon al jong met privé-lessen en behaalde in 1990 aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag het diploma uitvoerend musicus. De Nederlandse Muziekprijs die ze nu krijgt, wordt uitgereikt aan talentvolle jonge Nederlandse musici die een internationale solistencarrière nastreven. Kandidaten krijgen na een strenge selectieprocedure twee tot drie jaar reis- en leskosten vergoed voor verdere studie in het buitenland. In die periode worden optredens bijgewoond door een jury die beoordeelt of ze de prijs ook inderdaad waard zijn. Tot de eerdere winnaars horen de alt Jard van Nes, de bas Wout Oosterkamp, pianist Ronald Brautigam, saxofonist Arno Bornkamp en, vorig jaar, de celliste Quirine Vierssen.

Behalve aan de oprichting van het ensemble Amadé besteedde Schrama het geld van de prijs aan lessen bij de Franse harpiste Germaine Lorenzini in Lyon. “Lorenzini heeft mij oren en handen gegeven”, zegt Schrama. “Ze heeft veel veranderd in mijn manier van spelen. Het was een enorme omschakeling, ik heb er twee jaar over gedaan voordat ik me haar methode eigen had gemaakt. Die verandering zit hem niet zozeer in de vrijere techniek, die in Frankrijk net als in Rusland van een lossere polsbeweging uitgaat dan in Nederland, maar is vooral ook muzikaal. Het is een innerlijk proces. Lorenzini leert je datgene uit te dragen wat je in je hoofd hebt. Ze leerde me om steeds heel goed te luisteren naar alles wat ik deed en dan moest ik me afvragen of dat klopte met wat ik zelf wilde horen. Daarbij moeten je handen natuurlijk zo flexibel zijn dat ze ook alles kunnen laten horen wat je zelf graag wilt.”

Al tijdens haar studietijd won Schrama het Edith Stein Concours (1986) en het concours van de Stichting Jong Muziektalent Nederland (1989). Vorig jaar kreeg ze de Finest Selection Award van Philip Morris, die veelbelovende kunstenaars ondersteunt. Deze prijs stelde haar in staat een compositie-opdracht aan Willem Jeths te verlenen en om haar eerste solo-cd op te nemen, die ook op 9 oktober verschijnt. Op de cd staan 20ste-eeuwse werken van Britten, Caplet, Fauré, Hindemith en Tailleferre, alsmede het speciaal voor haar geschreven Aganta, Burina, Burinata van de Turkse componiste Özdil.

Dat laatste stuk is gebaseerd op een verhaal over een sponzenvisser die ooit te diep gedoken is en denkt dat de zee hem steeds weer terugroept. Het is een boeiende compositie, waarin Özdil veel ongebruikelijke, speelse effecten verwerkt.

“Bij Özdil gebruik ik onder andere een triangelstokje om mee op de snaren te slaan of erlangs te glijden en een vibrafoonstok met een dikke kop die een gongachtig geluid geeft. Of ik zet de pedalen op halve stand om de snaren te laten knetteren. Ik houd van dit soort experimenten, maar de meeste stukken speel ik met plezier. Elke componist zoekt een manier om zich uit te drukken die iets over hemzelf of het instrument zegt. De ene zoekt het buiten de oevers van de traditionele speelmanier, de andere heeft daar geen behoefte aan. Ik benader elke compositie met respect voor de componist.”