Ederveen in prachtige parodie op documentaire

30 Minuten, Ned.3, 20.29-21.00u.

Dat ze ieder film- en televisie-genre bijna angstwekkend echt kunnen namaken, bewezen Arjan Ederveen en regisseur Pieter Kramer al in diverse scènes uit Kreatief met kurk - toen nog in samenwerking met de hoogst geestverwante Tosca Niterink. En nu hij voorlopig als solist werkt, blijkt Ederveen die kundigheid tot een zo mogelijk nog hogere graad van perfectie uit te kunnen werken in de zevendelige serie 30 Minuten, die vanaf vanavond door de VPRO wordt uitgezonden.

30 Minuten behelst, naar analogie van de ook hier vertoonde BBC-rubriek 40 Minutes, een grote variëteit aan documentaire onderwerpen. Maar het grote verschil is dat alles in deze versie is geschreven, in scène gezet, gespeeld en vormgegeven in een bijpassende documentaire-stijl. De eerste aflevering, over de lotgevallen van junk Peter en zijn vriendin Rosita in het kader van een experiment met vrije heroïneverstrekking, vormt daarvan meteen al een verbluffend voorbeeld.

Arjan Ederveen is de junk - smoezelig, vette piekharen, in verbaal opzicht enigszins ongecoördineerd, opvliegerig maar ook lief en teder, en een dwingeland in zijn contacten met de sociale diensten: “Ja maar ik heb èxtra nodig!” Hij wisselt buien van vage depressies af met momenten van inzicht, en maakt dan het soort opmerkingen dat hij heeft afgekeken van de professionele begeleiders: “Ik heb toch geen last van junkie behaviour of zo?” Naast hem speelt Marja Kok bovendien een haast ontroerende gastrol als de vriendin - loom, traag en kinderlijk, beurtelings huilerig en blij. Hun avonturen zijn door Pieter Kramer als een fly on the wall gefilmd in de pokdalige, soms onder- en dan weer overbelichte video-stijl die bij het onderwerp hoort.

Zo authentiek oogt het filmpje, dat het welhaast aan de parodie voorbijgaat en noodt tot meeleven. Mij verging het bij het kijken althans zo: af en toe vergat ik te lachen.

En hoe veelzijdig de reeks is opgezet, blijkt al meteen uit de aflevering van volgende week, die in de softe stijl van een menslievende, Ikon-achtige documentaire verslag doet van een ziektegeschiedenis en het geheim van het verhaal stukje voor stukje prijsgeeft, bijna pesterig langzaam. Een prachtigminiatuurtje, net als de eerste, en hopelijk ook net als de vijf die daarna nog komen.

    • Henk van Gelder