Duitsland speelt beslissende rol bij EMU

VALENCIA, 2 OKT. De Europese ministers van financiën hebben afgelopen weekeinde de rangen gesloten. Unaniem schaarden ze zich op hun informele bijeenkomst in het Spaanse Valencia achter het tijdstip en de criteria voor de Europese muntunie, zoals die zijn vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. Daarmee hebben ze een “boodschap van vertrouwen” de wereld ingezonden, concludeerde een woordvoerder van de Europese Commissie.

Na een rumoerige twee weken, waarin de ingangsdatum van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) ter discussie werd gesteld en openlijk werd gespeculeerd welke landen buiten de muntunie zullen vallen, deed in Valencia iedereen zijn best eensluidend te zijn. De geest moet terug in de fles, leek het parool. “Het belangrijkste resultaat van deze bijeenkomst is dat de twijfels na een moeilijke week, zijn weg genomen”, constateerde zaterdagavond een Brusselse diplomaat.

Als alle onrust over de Europese muntunie iets heeft aangetoond, dan is het wel dat de EMU er alleen komt op Duitse voorwaarden. De discussie van de afgelopen weken werd ontketend door Duitsland, met speculaties van minister van financiën Theo Waigel welke landen wel en niet kunnen meedoen aan de muntunie. Souverein kon bondskanselier Kohl vorig weekeinde op een Europese top op Mallorca zeggen: “Duitsland wil niemand uitsluiten van de EMU.” Maar de ongerustheid over de haalbaarheid van de EMU en wie er bij zal horen, was inmiddels gezaaid.

Het resultaat van de door Duitsland aangewakkerde discussie over de Europese muntunie is dat op verschillende punten tegemoet is gekomen aan het Duitse verlangen de hardheid van de nieuwe munt te garanderen. Eendrachtig beloofden de ministers afgelopen weekeinde dat de criteria van het verdrag van Maastricht worden gerespecteerd en dat daarbij de cijfers over 1997 tellen, niet de voorspellingen voor 1998 wat landen meer ruimte zou geven. Minister Waigel kreeg ook zijn zin wat betreft aanvullende afspraken om de budgetdiscipline te handhaven, als de muntunie tot stand is gekomen. Omdat een verdragswijziging wordt uitgesloten, zal dit waarschijnlijk via een 'gentlemen's agreement' worden geregeld. Ook Frankrijk, dat aanvankelijk huiverig was voor dergelijke aanvullende criteria, toonde zich hiervan zaterdag voorstander.

De Europese ministers van financiën deden voorts een toezegging voor steun aan kleinere banken in de overgangsfase naar de volledige muntunie. Ook dit was een Duits voorstel. Zelfs de naam van de munt waarover nu consensus lijkt te bestaan, de euro, komt er op Duits initiatief. Minister Waigel lanceerde deze naam, ter vervanging van de 'ecu' die in Duitsland synoniem is voor instabiliteit en inflatie. Frankrijk had net zo lief vastgehouden aan de ecu, zei zaterdag de president van de Franse Bank, Jean-Claude Trichet. “Maar we realiseren ons dat er iets anders moet worden gevonden, bijvoorbeeld de euro.”

Opvallend was afgelopen weekeinde de Britse opstelling. Minister van financiën Kenneth Clarke waarschuwde voor de economische risico's die Groot-Brittannië bedreigen als het buiten de muntunie blijft en zich voegt bij de “armere Zuideuropese landen” met devaluerende munten. Tot nu toe toonden de Britten weinig enthousiasme voor de EMU. Londen geniet een zogeheten opt-out: ze kan zelf beslissen of ze in 1999 toetreedt. Clarke onderstreepte zaterdag de noodzaak voor “continue budgetdiscipline”. Ook Frankrijk heeft in Valencia de wil onderstreept om op tijd te voldoen aan de EMU-criteria. “Ik roep nog eens in herinnering de vastbeslotenheid van president Chirac om de voorwaarden voor de EMU te halen”, aldus minister van financiën Jean Arthuis.

Ondanks alle eensgezindheid van Valencia, blijft het pad naar de EMU vol obstakels. De Duitse regering heeft met de uitspraken van de afgelopen weken vooral de eigen bevolking willen overtuigen dat ze de Duitse Mark niet verkwanselt. Het valt nog te bezien of ze er inderdaad in is geslaagd de Duitsers, die hechten aan hun sterke mark, kan overhalen. Voorts mogen de ministers nog zo eensluidend zeggen dat ze de criteria en ingangsdatum van de EMU respecteren, de budgetproblemen blijven. Zo zal Frankrijk nog aanzienlijke inspanningen moeten leveren om zijn financieringstekort terug te brengen van de 5 procent nu naar de vereiste 3 procent van het bruto binnenlands produkt. “De EMU is nog niet in kannen en kruiken”, erkende zaterdag een Brusselse diplomaat. “Iedereen blijft ongemakkelijk bij begrotingstekorten, dat is onvermijdelijk.”

Ook over de overgangsperiode naar de eenheidsmunt blijven nog veel vragen open. Wat gebeurt er in het jaar tussen de beslissing wie meedoet en het vastklinken van de munten? Wat gebeurt daarna, in de ongeveer drie jaar dat wordt overgeschakeld naar de nieuwe munt, met bijvoorbeeld de overheidsfinanciën? Evenmin is een oplossing gevonden voor de relatie tussen de landen die toetreden tot de EMU en zij die er buiten vallen - een onderwerp dat in Valencia nauwelijks ter sprake kwam omdat niemand er aan lijkt te willen denken dat dit zijn land overkomt.

Hoewel de wil voor de Europese muntunie het afgelopen weekeinde nog eens is bevestigd en Duitsland een aantal garanties heeft gekregen voor de hardheid van de nieuwe munt, zijn de EMU-perikelen nog niet opgelost. In Valencia is geen Grote Geschiedenis geschreven, concludeerde zaterdag minister Zalm. “Dit was geen historisch moment, maar slechts een stapje.”