De 'Rotterdammer' Gergjev behoort vooral de wereld toe

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Maxim Vengerov, viool. Programma: muziek van Rossini, Mendelssohn, Mozart en Brahms. Gehoord: 29/9 De Doelen Rotterdam. Radio-uitz.: 8/10 NPS Radio 4. Concert: Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Maria Shaguch, Marianne Tarasov, Sergej Kunajev en Sergej Alexasjkin. Programma: G. Verdi: Messa da Requiem. Gehoord: 1/10 Concertgebouw Amsterdam.

Zó trots is het Rotterdams Philharmonisch Orkest op zijn nieuwe chef-dirigent Valery Gergjev, dat de bestuursvoorzitter, oud-minister Koos Andriessen, hem vorige week verwelkomde met de mededeling dat Amsterdam tot nu toe de betere dirigenten had en een mooi Ajax-stadion bouwt, maar dat Rotterdam nu de Kop van Zuid krijgt, de Erasmusbrug èn de werelddirigent Valery Gergjev.

Voor Gergjev is zijn functie als tiende chef-dirigent in Rotterdam de eerste vaste baan die hij buiten Rusland heeft aangenomen. Op den duur zal hij per seizoen vijfentwintig concerten van zijn Rotterdamse orkest dirigeren, voor het overige blijft Gergjev vooral de leider van de St. Petersburgse Kirov Opera. Hoe de verhoudingen liggen blijkt al uit een weekje Nederlands muziekleven. Vorige week dirigeerde de grieperige Gergjev anderhalf concert in Rotterdam (donderdag een presentatie voor vrienden en relaties, vrijdag een abonnementsconcert). Gisteravond leidde de weer opgeknapte Gergjev zijn Kirov-gezelschap in Amsterdam in Verdi's Messa da Requiem en woensdag brengt hij met de Kirov Opera Puccini's Tosca in Utrecht.

Het eerste Rotterdamse concert dat Gergjev vrijdag leidde als chef-dirigent, had een voor hem verrassend diverterende, bijna promenade-achtige programmering in een variëteit van stijlen. Rossini's ouverture Wilhelm Tell kreeg uitgediepte contrasten en liep uit op een exhibitie van flitsend exact samenspel. In Mendelssohns Italiaanse symfonie wist Gergjev ondanks de grote bezetting nog iets van de lichte, heldere en zonnige sfeer te bewaren, met minder Brahmsige vetheid dan hier een dag eerder nog klonk.

Mozarts Vioolconcert KV 218 ging in kleine bezetting, met een zeer terloopse conventionele interpretatie van de begeleiding. Maxim Vengerov soleerde sprankelend en fijnzinnig, met een ingehouden zangerigheid. Brahms' Haydn-variaties kregen in alle opzichten een robuuste behandeling.

In Verdi's Requiem ging Gergjev voorbij aan de eeuwige discussie of het werk nu religie is of opera. Voor Gergjev is het hartstochtelijk beleefde religie, waarbij alle middelen van opera voluit worden ingezet. Dat resulteerde in een aangrijpende vertolking - sterker dan de twee Verdi-Requiems die Chailly in Amsterdam bracht - met de door Verdi zo gewenste verpletterende contrasten. De aanwijzing 'Tutta forza' in het Dies Irae volgde Gergjev letterlijk op en zo riep de met 'alle kracht' verbeelde schrikwekkende schildering van de Dag de Oordeels echte huiver op. Het koper op de gang klonk wat zacht, zodat het leek alsof de schallende aankondiging van het Einde der Tijden ook in de verste uithoeken van het ondermaanse weerklonk.

Tussen drie- of viervoudig piano en forte creëerde Gergjev met zijn uiterst gevoelig reagerende Kirov-orkest en het perfect zingende koor een enorm gevarieerde dynamiek en snelle crescendi en decrescendi. Opvallend waren de soms orgelende koorinzetten, een reusachtig ritardando voor het Lacrymosa en de zeer bewogen inleiding van het Hostias. Voortdurend waren er dat soort pure opera-effecten. Zo mocht de opzienbarend prachtig en moeiteloos zeer hoog zingende sopraan Maria Shaguch haar mooiste noten extra lang aanhouden. De nogal wisselvallige tenor Sergej Kunajev, die inviel voor de zieke Gegam Grigorian, liet in het Ingemisco zelfs een ouderwets Italiaans snikje horen.

De zeer degelijke bas Sergej Alexasjkin zong na een wat vlak Mors stupebit een fraaie partij met lenige versieringen. Maar de twee zangeressen waren superieur. De donker getimbreerde en met grote inzet zingende mezzo Marianne Tarasov klonk met een laaiende expressieve vervoering en haar duetten met Shaguch waren hartverheffend.

    • Kasper Jansen