CDA'er Hillen is niet bang truttig over te komen; 'In feite zijn we de herauten van paars geworden, en hebben we onszelf gemarginaliseerd'

Voor het eerst in zijn oppositieperiode heeft het CDA een goed thema bij de kop, zei VVD-leider Bolkestein het afgelopen weekeinde: de familiepolitiek. Drs. J.S.J. Hillen, Tweede-Kamerlid voor het CDA, is al jaren met het onderwerp bezig en heeft zich daarmee tot een controversieel politicus binnen en buiten zijn partij gemaakt. Een pleidooi voor opvoedings- en stervensbegeleidingsverlof.

Hans Hillen gaat weg uit de politiek. Tenminste, wie zijn bijdrage leest aan de recente brochure 'Een gezonde afkeer van de politiek' - een uitgave van het VNO/NCW - kan nauwelijks anders concluderen. Het vraaggesprek met het Tweede-Kamerlid voor het CDA ademt zo'n weerzin tegen het politieke bedrijf dat het veel weg heeft van een afscheidstoespraak.

“Een generalist krijgt geen kans in de politiek”, constateert Hillen. “Als je ergens iets origineels over zegt, staan er binnen 24 uur drie actiegroepen op je stoep en heb je meteen een reactie van ambtenaren die uitvoerig uiteenzetten dat het standpunt niet overeenkomt met hetgeen je eigen fractie 27 jaar geleden heeft betoogd, en ook niet in overeenstemming is met pagina 144 van een internationaal verdrag. Een doorsnee-politicus die een of twee keer zo'n tik op z'n neus heeft gehad, beperkt zich in het vervolg wel tot de details”.

Het probleem heet draagvlak, zegt Hillen. “Draagvlak in de partij, draagvlak in de fractie, draagvlak op het departement, daar draait het allemaal om. Een politicus die goede, gedurfde ideeën lanceert, maar zich niet voorziet van draagvlak, blaft tegen de maan. Dat is een eenling, een zonderling.”

Hillen heeft het niet alleen over VVD-leider Bolkestein, maar ook over zichzelf. De socioloog, oud-parlementair-verslaggever van het NOS-journaal en oud-voorlichter van minister Ruding, ziet zichzelf als de generalist die gevaarlijk leeft in de politiek. “Ik probeer voortdurend dingen op de agenda te zetten”, zegt hij in een toelichting op zijn beschouwingen, “en iedereen die me heeft bezig gezien, heeft me zien worstelen.”

Hillen is zo'n politicus die een of twee keer een tik op z'n neus heeft gehad'. Bijvoorbeeld in 1992, toen hij het opnam voor het gezin en suggereerde een wachttijd voor echtscheidingen in te voeren, analoog met de abortuswetgeving, om ruziënde ouders een moment van bezinning te bieden. Of die keer toen Hillen zei niet te begrijpen “waarom een vrouw die caissière is bij Albert Heijn, een dergelijk baantje zou moeten verkiezen boven het opvoeden van kinderen thuis”.

Afkeuring, woede zelfs, was Hillens deel. Toos Jongma, voorzitter van het CDA-Vrouwenberaad, was boos. Zij signaleerde een ruk naar rechts binnen haar partij. Wim van Velzen, de toenmalige voorzitter van het CDA, viel Hillen openlijk af omdat het Kamerlid onderwerpen had aangeroerd die tot de portefeuille van sociale-zekerheidsspecialist A. Doelman-Pel behoorden. Het gedwongen vertrek van Brinkman met wie Hillen goede banden onderhield, beroofde hem ook nog eens van de politieke protectie van de kortstondige partijleider van het CDA.

Het eigen vertrek uit de politiek is voor Hillen nog niet aan de orde. De parlementariër wil eerst vechten voor een koers die van het CDA een echte politieke partij kan maken: strijdend tegen de liberalisering van de moraal, vechtend voor zorgzaamheid en het gezin. Of hij het gevecht zal winnen binnen een partij waar voorzichtigheid en verdeeldheid domineren, is voor hem nog een open vraag.

Hoe kan uw partij bijdragen aan die nieuwe duidelijkheid van christen-democratische politiek?

“Door zich meer te verplaatsen in de psychologie van het individu - werkend, beminnend, sportend. Door er als vriend en partner naast te gaan staan, en er niet regelnevend boven. Nu bekijken we alles technisch en financieel, en verplaatsen we ons absoluut niet in de mensen zelf. Neem de criminaliteit. Als het paarse kabinet het daarover heeft, gaat het over meer cellen, meer agenten, meer maatregelen. Het praat absoluut niet over de noodzaak van meer samenhang in het gezin. Terwijl een goede gezinssituatie de mogelijkheden van kinderen op latere leeftijd ongelooflijk beinvloedt: wat voor banden ze aanknopen, wat voor prestaties ze verrichten, hoe ze geaccepteerd worden.

“In de politiek rust een taboe op dit onderwerp omdat we bang zijn truttig over te komen. De overheersende waarden van de laatste twintig jaar zijn zelfontplooiing en individualisering geweest, allemaal sterk op het 'ik' gericht. Het heeft geleid tot vereenzaming en egocentrisme. Daardoor zijn bijvoorbeeld steeds meer bejaarden zonder zorg komen te zitten. We moeten ons afvragen of we de klok nu niet moeten terug zetten richting zorg voor elkaar. Zulke dingen moet je op de agenda zetten zodat mensen bij de kapper of in het café weer over politiek praten.”

Tegen het pleidooi van het CDA voor een familiepolitiek is ingebracht dat het om zulke algemene waarden gaat, zoals deugdzaamheid en spaarzaamheid, dat iedereen bij de kapper het daarmee eens is.

“Dat is niet waar, als ik de wanhoop zie waarmee feministen als Dorien Pessers de zorg voor elkaar op de agenda hebben proberen te krijgen. Zij merken dat de samenleving geen antwoord heeft op de steeds grotere economisering van de mens. Met name bij paars Nederland - D66, het libertijnse deel van de VVD en het paarse deel van de PvdA - zie je die tendens.

“Een concreet politiek voorbeeld: binnenkort wordt de Nabestaandenwet in de Tweede Kamer behandeld. Die wordt in Nederland puur vanuit het economische en emancipatorische aspect bekeken: kan een weduwe - want meestal zijn nabestaanden weduwen - nog werken of niet? En als ze kan werken wil de overheid verder geen zorgen meer aan haar hebben. Daarbij wordt er volledig aan voorbijgegaan dat er veel weduwen zijn die nooit op de arbeidsmarkt zijn geweest, maar wel prestaties hebben geleverd in de vorm van het opvoeden van kinderen. Die mensen doet paars tekort.

“Onze familie-politiek betreft een geconcentreerd actieprogramma dat we de komende maanden met concrete voorstellen verder zullen uitwerken. Ons geluid tegenover paars moet namelijk niet zijn 'vijf procent meer of minder cellen' of '50.000 banen erbij'. Nee, ons plan moet uitdagend zijn. We moeten de samenleving laten zien dat het inhoudelijk anders kan.

“Er valt van alles onder: de uiteenvallende binnensteden met hun zorgelijke gezinssituatie. Dat zie je nu vooral in de Verenigde Staten, maar tekenen ervan worden ook hier zichtbaar. Wat onderwijs betreft is het belangrijk dat het gezin kinderen de gelegenheid geeft goed in de klas te presteren. En omdat we het belangrijk vinden dat kinderen goede contacten met hun ouders hebben zul je ons nooit ongeclausuleerd voor meer crèches horen pleiten. Eerder zullen we betere voorwaarden voor opvoedingsverlof en deeltijdwerk voorstellen, zodat vaders en moeders meer bij hun kinderen kunnen zijn.

“Ook een vorm van 'stervensbegeleidingsverlof' kan heel relevant zijn. Als je vader op sterven ligt moet je bij hem kunnen waken zonder dat je daarvoor ontslagen wordt of vakantiedagen hoeft op te nemen. De CAO of andere regelgeving zou recht op zo'n verlof moeten geven.

“Het verwijt ligt hierbij voor de hand dat het CDA al vijftig jaar of langer aan de macht is geweest en al die tijd dit familieprogramma nooit heeft uitgevoerd. Daarop moeten we zeggen: precies, we zijn op dat punt tekortgeschoten. Anderzijds is het zo dat er ontwikkelingen zijn die maken dat je moet zeggen: nu is het welletjes, nu gaan we harder ingrijpen.”

Uit een studie van een paar jaar geleden bleek dat een overgrote meerderheid nog steeds in gezinsverband wil leven. Dus zo slecht is het nog niet gesteld met de familie.

“Ik zeg niet dat mensen er niet naar streven, ik zeg alleen dat ze er steeds minder in staat zijn dat gezinsverband op te brengen. Ik ben katholiek en geen calvinist, dus ik ga er niet vanuit dat de mens van nature slecht is. Het verbaast me helemaal niet dat mensen proberen met elkaar samen te leven. Alleen constateer ik dat we het steeds moeilijker vinden om dat waar te maken. Dat heeft iets te maken met de wijze waarop wij de welvaart hebben verinnerlijkt. Wij hebben in vrij korte tijd een sterke stijging van de welvaart gekregen na een lange periode van soberheid. Dat hebben we niet goed kunnen verwerken. Economisch bezit is een doel op zich geworden, waardoor individualisme en egocentrisme zijn ontstaan. Dat geeft automatisch druk op het gezin, want daardoor is het eigen welzijn belangrijker geworden dan het welzijn van de ander.”

In de VNO/NCW-brochure zegt u dat binnen het CDA het zelfdenkend vermogen om dit soort zaken naar voren te brengen, nooit is gestimuleerd. Wat bedoelt u daarmee?

“We zijn de afgelopen jaren te weinig toegekomen aan het brengen van een eigen geluid en hebben teveel regeringstechnieken toegepast. Het CDA is teveel met macht bezig geweest, en te weinig met invloed. We hadden wel mooie rapporten en noties, maar hebben daar onvoldoende naar geleefd.

“We schrokken bijvoorbeeld veel te snel terug toen Hirsch Ballin tijdens de verkiezingscampagne vorig jaar zei dat we moesten oppassen in een samenleving terecht te komen waarin je je moet verontschuldigen een mongoloïde kindje ter wereld te brengen. Van Mierlo reageerde daar extreem geëmotioneerd op. Maar wat Hirsch Ballin zei was maatschappelijk hoogst relevant en had bovendien de zaterdag daarvoor in uw krant als wetenschappelijk artikel gestaan.

“Ik ben me wild geschrokken van dat incident. Het maakte duidelijk dat, hoe lang we ook aan de macht waren geweest, we niet in staat waren geweest om dingen die we belangrijk vonden ook prestige te geven. We hebben onze standpunten te snel gerelativeerd. Wij zijn verantwoordelijk voor wetgeving op gebied van levensbeëindiging die liberaler is dan waar ook ter wereld. Wij hebben meegewerkt aan een liberalisering van de samenleving van heb ik jou daar. Maar als we daar iets over zeiden, kregen we meteen de massale reactie van: 'Bek houden, jullie zijn ouderwets, waar bemoei je je mee?'

De paradox is dus dat terwijl we geprobeerd hebben mee te denken en wetgeving hebben bedacht waar het Vaticaan bij wijze van spreken des duivels over was, we vervolgens stank in plaats van dank hebben gekregen. In plaats van waardering te krijgen voor onze verdraagzaamheid, kregen we het verwijt van onverdraagzaamheid. In feite zijn we zo de herauten van paars geworden, en hebben we onszelf gemarginaliseerd.''

Acht u uw partijleider, fractievoorzitter Heerma, in staat zich in duidelijkheid te meten met VVD-leider Bolkestein en daarmee uw partij uit die marginale positie te halen?

“Ja. Als een politicus maar in zijn boodschap gelooft, stijgt hij boven zichzelf uit. Bolkestein is ook niet onaantastbaar. Hij is alleen heerser op zijn eigen terrein. Zolang hij maar over dingen mag praten die hij zelf op de agenda heeft gezet gaat dat vanzelf, daarbuiten heeft hij het moeilijk. Bolkestein kun je bij wijze van spreken 's nachts wakker maken voor de minderheden. Heerma kun je 's nachts net zo wakker maken voor het gezin. Toen Bolkestein voor het eerst over minderheden begon, ging er een geloei door de samenleving van verontwaardiging. Nu is het zijn item geworden. Zo moet het ook bij ons gaan.”

Bolkestein heeft het afgelopen weekeinde uw partij geprezen dat het CDA de familiepolitiek op de agenda heeft gezet. Bent u blij met dat compliment?

“Ik vind het zeldzaam opportunistisch van Bolkestein. In het verleden heb ik hem zelden over dat thema gehoord. Hoe kun je zoiets zeggen nadat de VVD eerst de drastische bezuinigingen op de kinderbijslag heeft gesteund? Het is duidelijk dat de VVD ons gelijk inziet en nu probeert het familie-thema van ons af te pakken.”