Besluit over deelname EMU valt begin 1998

VALENCIA, 2 OKT. Begin 1998 valt waarschijnlijk het besluit welke landen meedoen aan de introductie van de Europese munt. Op 31 december van dat jaar worden de pariteiten van de deelnemende munten vastgesteld.

President Duisenberg van De Nederlandsche Bank erkende na afloop van de bijeenkomst van de ministers van financiën en bankpresidenten in Valencia dat dit tijdschema een probleem kan opleveren. “Begin '98 beslis je welke landen meedoen en ongeveer een jaar daarna pas tegen welke koers.” Duisenberg verwacht dat de markten in de tussentijd de hardheid van de verschillende munten zullen gaan testen. “De centrale banken zijn daar echter op voorbereid, daarover maken we ons geen overdreven zorgen.”

Als de EMU in werking is getreden per 1 januari 1999, zal het nog zo'n drie jaar duren voor de overgang naar de nieuwe munt volledig voltooid is. De Europese centrale bank zal vanaf 1999 alle transacties, ook die op de internationale wisselmarkten, met de nieuwe munt uitvoeren. Ook een deel van de overheidsschulden moet begin 1999 in de Europese munt worden omgezet. Maar het zal nog enige tijd duren voordat ook alle biljetten en munten zijn vervangen door de nieuwe Europese munt. De gevolgen die de omschakeling en het werken met twee munten heeft voor kleinere banken zullen worden opgevangen, zo spraken de ministers dit weekeinde af. Dit geldt met name voor de kleine Duitse banken.

Wat de juridische consequenties zijn van het overstappen op de eenheidsmunt en welke de gevolgen zijn voor de overheidsfinanciën, zal nog nader worden bestudeerd. Half november komt het Europese Monetair Instituut, de voorloper van de Europese centrale bank, met een 'master-plan' voor het introductiescenario van de EMU. Dit plan zal medio december worden voorgelegd aan de Europese staats- en regeringsleiders op de Eurotop van Madrid.

De Europese ministers schaarden zich ook achter een Duits voorstel dat als de EMU eenmaal van start is gegaan, de budgetdiscipline van de deelnemende landen moet worden gehandhaafd. “Iedereen vindt dat bepaalde garanties nodig zijn”, aldus minister Zalm. “Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een lidstaat na een regeringswisseling er een potje van gaat maken.” Om de begrotingsdiscipline te garanderen, zullen de landen die tot de EMU toetreden waarschijnlijk aanvullende afspraken maken, zoals eerder negen van de vijftien EU-landen in het zogeheten verdrag van Schengen een overeenkomst sloten over het opheffen van de paspoortcontroles. Vandaar dat nu gesproken wordt over een 'budgetair Schengen'. De ministers zijn het er over eens dat voor deze afspraak geen verdragswijziging moet plaatshebben, omdat het daarmee moeilijker zou worden voor landen die op een later tijdstip toetreden. Bovendien wil niemand tornen aan het verdrag van Maastricht, uit vrees dat één verandering leidt tot een niet te stuiten reeks wijzigingen.