Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

Paars pro toto

Met de paarse coalitie gaat het fantastisch. Zalm en Wijers, zo hebben wij onlangs in de Volkskrant kunnen lezen, hebben zich ontpopt als de lachebekjes van de ministerraad, maar Kok mag er ook zijn. Hoe verrassend het ook klinkt, Kok blijkt als premier onbedaarlijk geestig te zijn en weet met snaakse stoutigheden en olijke guitigheden de stemming erin te houden. Zo schijnt er een staatssecretaris te zijn die graag fietst. Als die op een mooie vrijdagmorgen vraagt of zijn agendapunt wat naar voren kan worden geschoven, zegt Kok: “Het is inderdaad mooi fietsweer”. De mannelijke bewindslieden liggen dan krom van het lachen behalve Pronk, want die zit meestal al onder de tafel. De vrouwelijke bewindslieden daarentegen lopen alleen maar paars aan, want die zijn al krom van het trimmen en joggen. Meisjes zijn het, maar aardige meisjes.

Ondertussen wordt er ook nog geregeerd, al is daar niet veel van te merken. Ik heb de paarse beleidsvoornemens met aandacht bestudeerd en vind ze allemaal prachtig: de boeven vangen, de lonen verlagen, de export vergroten, de vrede bevorderen, de armen helpen, de vrouwen emanciperen, de files bestrijden, de studies hervormen, het milieu zuiveren en ga maar door. Het is allemaal even nobel, maar het wordt ook allemaal al een decennium lang op de Derde Dinsdag in september aangekondigd en wat er paars aan is, ontgaat mij.

Wat ook niet nieuw maar nu toch zo langzamerhand wel erg vreemd is, is dat de staatsschuld maar blijft stijgen. Terwijl het toch veel beter gaat met de economie, komt er ook dit jaar weer zo'n zeventien miljard bij. De regering is hier uiterst laconiek onder. “Hoeveel bedraagt de staatsschuld ook weer”, vroeg een interviewer aan de premier. “Oh, zo'n dikke vierhonderd miljard of zo, geloof ik”, mompelde Kok monter. Vier honderd miljard! Lodewijk XVI riep de Staten-Generaal bijeen voor een fractie van dat bedrag en dat leidde tot de Franse revolutie en het verlies van zijn hoofd, maar Kok wordt er niet heet of koud van en spreekt erover alsof hij het over het zakgeld van de kleinkinderen heeft.

Het meest curieuze onderdeel van dit interview was echter iets anders, namelijk Koks klacht dat het CDA geen goede oppositiepartij is. Dat Kok graag een levensvatbaar CDA ziet, is vanuit zijn standpunt voor de hand liggend. Alleen dan immers is er een alternatief voor de paarse coalitie. Zonder dat is hij blijvend overgeleverd aan de eisen van Bolkestein. Als Kok kan kiezen tussen paars en rooms-rood komt hij daarentegen in de comfortabele positie die het CDA vroeger bezat. Enig opportunisme moge dus niet vreemd zijn aan zijn opmerkelijke verlangen, dit neemt niet weg dat hij gelijk heeft.

Een situatie waarin de fractievoorzitter van de op een na grootste regeringspartij de oppositie leidt en de enige grote partij die niet in de regering zit geen oppositie voert, is onwenselijk. Dat is wel nieuwe politiek, maar geen goede. Nu zal het met die oppositie van het CDA nooit iets worden, zolang de fractie geleid wordt door iemand die, al scheert hij alles af wat een man kan afscheren, toch altijd de indruk zal wekken een in de landspolitiek verdwaalde dorpeling te zijn.

Dit is een vervelend, maar geen onoplosbaar probleem. Hierachter echter ligt het werkelijke vraagstuk: wat zou die oppositie moeten inhouden? Het CDA heeft hiervoor een plan bedacht: “Op onderwerpen als illegalen, de drugsnota en Nederlandse bijdragen aan VN-operaties moet de VVD rechts worden gepasseerd. Als het gaat om de sociale zekerheid en de inkomenspolitiek, moet de PvdA links worden ingehaald”. Daar zie ik eerlijk gezegd niet veel in, niet alleen omdat je dan niet één, maar twee fractieleiders nodig hebt, een linkse en een rechtse, maar vooral omdat de werkelijke kwestie nu juist is wat links en rechts nog betekent.

De termen links en rechts zijn, zoals bekend, ontstaan tijdens de Franse revolutie. Het is vreemd dat zo'n begrippenpaar meer dan twee eeuwen heeft kunnen standhouden, maar dat komt natuurlijk doordat in de loop der jaren achter dezelfde termen verschillende tegenstellingen zijn schuilgegaan: reactionair versus constitutioneel, monarchaal tegen republikeins, christelijk tegen paganistisch, liberaal tegen socialistisch. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de tegenstelling zich toegespitst op een sociaal-economische kwestie: de verdeling van de welvaart tussen arm en rijk.

De PvdA en de VVD vormen in deze variant van de links/rechts-tegenstelling de beide uitersten van het politieke spectrum: de PvdA links, de VVD rechts. Het CDA en D66 zitten daar tussenin: het CDA wat dichter bij de VVD, D66 wat dichter bij de PvdA. Logischerwijs worden coalities gevormd door partijen die het dichtst bij elkaar liggen: dus A + B of B + C of C + D etc. Omdat er in dit geval drie partijen nodig waren, zouden combinaties als PvdA-D66-CDA of D66-CDA-VVD voor de hand hebben gelegen. Maar dat is niet gebeurd, want het werd 'paars'.

Wat betekent dit nu voor de Nederlandse politiek? Als wij aannemen dat het hier niet om een incident maar om een trend gaat, betekent dit kennelijk dat de klassieke, althans de naoorlogse, links/rechts-tegenstelling die gebaseerd was op sociaal-economische kwesties geen betekenis meer heeft, althans niet allesbeheersend meer is. Een kabinet dat zichzelf karakteriseert als sociaal-liberaal symboliseert immers zoal niet het einde van de geschiedenis dan toch het einde van de klassenstrijd.

Als dit zo is, dan zal er een nieuwe tweedeling in de politiek moeten komen en die zal moeten gaan over een nieuwe issue. Welke? Het ziet er naar uit dat het CDA heeft gekozen voor het thema van gezin en familie. Dat is niet gek bedacht. De grachtengordel zal er om giechelen en de paarsen zullen meewarig meesmuilen, maar dat doet er niet toe. Iedereen weet dat niets 's mensen wereldbeeld zo ingrijpend verandert als het hebben van kinderen. Sommige utopische socialisten zagen daarom het gezin als de belangrijkste bron van conservatisme en groepsegoïsme. Zij hadden gelijk.

De paarse coalitie is als een gelegenheidsalliantie begonnen, maar als deze ontwikkeling zich doorzet, zou zij het begin kunnen zijn van een nieuwe tweedeling in de politiek.