Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politie, recht en criminaliteit

Het gehalte van de regie

NA EEN LANGE AANLOOP hebben de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden deze week opeens een dramatische wending gekregen. De chef van de 'afdeling stiekem' van de Centrale recherche-informatiedienst weigerde - ondanks de toezegging van vermomming en stemvervorming - op de valreep voor de commissie te verschijnen. Minister Sorgdrager (justitie) dekte deze weigering, maar is daar na nader overleg met de commissie-Van Traa van teruggekomen.

Dit lag voor de hand, want het gaat hier niet om iemand die zelf infiltratiewerk verricht, maar die een coördinerende functie bekleedt. De weigerachtigheid van de CRI-man spreekt intussen boekdelen over de weerzin die de enquête in het milieu van de opsporingsdiensten oproept. De bereidheid zich te verantwoorden is miniem en dat is geen goed teken. Het is een eerste eis van rechtshandhaving dat de controleerbaarheid van politiemethoden verzekerd is. Dat is ook eigenbelang van de betrokken diensten, want het gevaar van verloedering zit in een klein hoekje.

OP ZICHZELF IS HET begrijpelijk dat politiemensen en officieren van justitie de gedetailleerde belangstelling van de enquêtecommissie voor hun handel en wandel ervaren als de omgekeerde wereld. Het gaat er eigenlijk toch om boeven te vangen? Dat is een verdedigbare stelling, maar deze wordt geen goed gedaan door het opzichtige ontwijkgedrag dat veel wetshandhavers in het getuigenbankje tentoonspreiden. Er is net iets te veel geheugenverlies en gedraai om helemaal overtuigend te zijn.

Wat heeft het bijvoorbeeld niet een moeite gekost voordat boven tafel kwam dat het doorlaten van een bepaalde partij drugs niet alleen een kwestie was van pech, een volgploeg die vast kwam te zitten in het verkeer. Het had ook iets te maken met de veiligheid van de informant. Of eigenlijk met diens geloofwaardigheid in het criminele milieu. En nog wilde hoofdofficier van justitie De Wit, nota bene de grote man van de inderhaast opgerichte toetsingscommissie voor dit soort operaties, maandag eigenlijk niet toegeven dat gewoon was ingecalculeerd dat drugs op de illegale markt kwamen. Zo'n gebrek aan ruiterlijkheid geeft te denken over het gehalte van de 'regie' die het openbaar ministerie wordt geacht uit te oefenen.

HET IS DE VRAAG of politie en openbaar ministerie wel beseffen hoezeer zij het ooit vanzelfsprekende vertrouwen in hun optreden op het spel hebben gezet. Dat kan zijn uitwerking ook niet missen op de rechterlijke macht, die over de schouders van de enquêtecommissie meekijkt. De rechters, die in heel wat onorthodoxe operaties hebben bewilligd, zijn zelf mede deel van het probleem. Maar dat is de Tweede Kamer, die het onderzoek houdt na jarenlang slechts oog te hebben gehad voor het scoren van punten tegen de criminaliteit, ook. De voorzichtige toon van Van Traa c.s. bewijst dat de commissie voelt dat zij op hete kolen zit.