Dit is een artikel uit het NRC-archief

Boeken

Een Britse heer met Oxford-achtergrond

Aldous Huxley - Darkness and light. Ned.3, 23.24-0.15u.

Brave new world, het bekendste werk van de Britse auteur Aldous Huxley uit 1932, is een buitengewoon ambivalent boek. Wat begint als een satire op de moderne samenleving van de toekomst, waarin door middel van kunstmatige bevruchting en masse menselijke individuen met de juiste eigenschappen worden geproduceerd, die vervolgens met behulp van drugs gelukkig worden gehouden, lijkt voor zijn auteur bij het schrijven geleidelijk steeds meer tot een wensdroom geworden.

Die tweeslachtigheid is duidelijk te bespeuren in een fragment van een televisie-interview met Huxley uit 1957, dat voorkomt in de zeer fraaie BBC-documentaire Darkness and light die de VPRO vanavond uitzendt. Huxley constateert dat hij de maatschappij die hij in Brave new world beschrijft “over vijf eeuwen” had gesitueerd. Maar in de 25 jaar volgend op de eerste publikatie van het boek waren al veel van zijn voorspellingen uitgekomen - bijvoorbeeld ten aanzien van die kastjes waarmee je kunt zien wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. De toon waarop Huxley dat constateert, maakt duidelijk dat hij dat niet zo afschuwelijk vindt.

Misschien vooral niet ten aanzien van de toepassing van drugs, waarmee de inmiddels naar de Verenigde Staten geëmigreerde Huxley zelf uitvoerige ervaringen opdeed, vooral met LSD en mescaline. Een van de hoogtepunten in de uitzending is het relaas van Huxley's tweede vrouw over de manier waarop zij Huxley in zijn stervensuur op diens verzoek een LSD-injectie heeft gegeven, waarop de schrijver in gelukzaligheid kon sterven.

Een Britse heer met Oxford-achtergrond is hij steeds gebleven, ook al had hij zich dan gevestigd in een Californische woestijn, en gold hij na zijn dood in de jaren zestig en zeventig als een soort vroege apostel van de hippie-beweging. (De legendarische rockgroep The Doors was vernoemd naar Huxley's grote essay over drugs, Doors of perception of heaven and hell).

Zo bleek Huxley, ondanks een aanvankelijk enthousiasme, te gruwen van de wijze waarop drugsprofeet Timothy Leary en zijn onderzoeksgroep aan het Massachusetts Institute of Technology drugs wilden gebruiken als een instrument tot mentaliteitsbeïnvloeding op grote schaal, bijvoorbeeld door LSD aan het drinkwater toe te voegen. Typisch Amerikaans noemt Leary zelf deze benadering in de documentaire: wij wilden de massa's laten profiteren van onze bevindingen, terwijl Huxley drugsgebruik wilde beperken tot een tot oordelen bevoegde happy few.

Thans, in de jaren negentig, is de kwestie van chemische beïnvloeding van de menselijke geest actueler dan ooit, maar de gedachte aan een betere wereld in deze context bijna verdwenen. Bij mijn weten leest dan ook bijna niemand meer Huxley's idealistische roman Island uit 1962, een schildering van een betere wereld waarin de menselijke kwaliteiten tot maximale ontplooiing komen. Huxley blijft, interessant genoeg, toch vooral de man van de ambivalente Brave new world uit 1932, half wensdroom, half nachtmerrie.