De Koning van Lasagne; Het Wilhelmus herdicht

Kan het volkslied beter? Rond de tweehonderd lezers gaven gehoor aan de oproep in Zaterdags Peil om een nieuwe versie van het Wilhelmus. Wij ontvingen speciale voetbal- gedichten, hekelgedichten, serieuze en onserieuze bijdragen. Zingend ploegde de jury zich door de stapel; 'democratie' bleek een fatale metrumbreker. Dinsdag is het Prinsjesdag en klinkt het Wilhelmus weer over het Binnenhof. Neem dan de proef op de som en probeer een nieuwe versie: ...'o-hop re-hespect en recht gegrond'.

Niet de regering - zoals ik voorstelde - maar het Zaterdags Bijvoegsel heeft mijn suggestie voor een Wilhelmusprijsvraag overgenomen. Ik schreef zuinigjes: “Men kan een volkslied niet zo maar vervangen, maar bij het Wilhelmus zou het al voldoende zijn drie regels te veranderen.” De redactie van Zaterdags Peil was ruimhartiger: “Een nieuwe verbeterde tekst van het Wilhelmus.” Dat heeft een grotere verscheidenheid aan dichtsels veroorzaakt dan ik ooit voor ogen had, lopend van het eenvoudigweg vervangen van de ik-vorm in 'gij' tot lofliederen op het land, waaruit Willem van Oranje geheel is verdwenen. Plechtig, vrolijk, geestig, scabreus.

Uiteraard kwamen alleen serieuze teksten voor een prijs in aanmerking - met hoeveel plezier we de dwaze verzen soms ook hebben gelezen - en nadat die waren geselecteerd heeft het jureren, samen met Jan Bank en Henk van Gelder, zich voornamelijk zingend afgespeeld, want we hadden als hard criterium dat het vers zich mooi moest voegen in de melodie. Daardoor vielen fraaie teksten soms af. Voorbeeld van een boosdoener was het woord 'democratie', dat niet naliet het metrum te verstoren.

Over de eerste prijs waren we het snel eens. Niet alleen omdat J.Th. Snijders mijn drie-regel-suggestie heeft gevolgd, maar meer uit oogpunt van authenticiteit, want deze tekst laat de historische betekenis van Willem van Oranje voor Nederland langs dezelfde lijnen en minstens zo goed tot zijn recht komen als het bestaande eerste couplet. Over die historische betekenis ben ik door briefschrijvers en gespreksgenoten behoorlijk gekapitteld. Soms zelfs in dichtvorm: “Mijn naam is Rita Kohnstamm, klinkt ook van Duitsen bloed, de Nederlandse geschiednis, ken ik niet al te goed, Dan zou ik nooit een volkslied, zo oud en welgesteld, Liefst willen herdichten, als song voor het voetbalveld.” Voor zover mijn bloed zich laat traceren is het echter - in dit verband wel aardig - Spaans. Maar afgezien daarvan, ik geloof niet dat het om mijn historische kennis gaat, veeleer is het een kwestie van historisch besef, een begrip dat veel in de kritische commentaren wordt gebruikt, maar dat volgens mij niet eenduidig is. Voor sommigen betekent het inzicht in hoe iets vroeger was, voor anderen inzicht in hoe het één het ander is ontstaan.

Dit verschil tussen een statische en dynamische betekenis wordt bijvoorbeeld duidelijk als het gaat om restauratie van monumenten. Wil men zo puur mogelijk de oudste toestand terughalen of de stijlveranderingen die in de loop van de tijd zijn aangebracht zichtbaar houden? Ik geef de voorkeur aan het laatste.

Ik begrijp dan ook de briefschrijver niet die redeneert dat als we gaan sleutelen aan het Wilhelmus, we ook de Amsterdamse Gerrit van der Veenstraat wel weer zijn vooroorlogse naam terug kunnen geven. Voor zo'n naamswisseling moet echter een feitelijke aanleiding zijn en die is er bij deze straatnaam niet. Die was er bijvoorbeeld wel op een andere plek in Amsterdam. In 1946 werd het Daniël Willinkplein omgedoopt tot Victorieplein en de drie er op uitkomende lanen werden vernoemd naar Churchill, Roosevelt en Stalin. Na het neerslaan van de Hongaarse opstand werd de Stalinlaan echter veranderd in Vrijheidslaan. In die naamsveranderingen weerspiegelt zich dus een historische ontwikkeling, in dit geval van bondgenootschap naar vijandschap, en dat vind ik mooi. Zo'n ontwikkeling kan ik me ook bij een volkslied voorstellen. Wellicht eveneens te vergelijken met de herzieningen die van tijd tot tijd nodig worden geacht in de toch ogenschijnlijk zo onaantastbare Grondwet. Overigens verkeren nogal wat mensen in de romantische veronderstelling dat het Wilhelmus al 'eeuwenlang' als volkslied onze 'eendracht' symboliseert. Een misverstand. In de achttiende eeuw was het lied het symbool van de prinsgezinden in hun strijd tegen de patriotten. In de negentiende eeuw was de 'calvinistische' tekst voor Zuid-Nederland onacceptabel als volkslied. Tweedracht alom dus en geenszins eensgezindheid.

Mede daarom schreef men, toen Nederland een koninkrijk werd, een prijsvraag uit voor een volkslied, door Tollens gewonnen met het door een van de briefschrijvers terecht een 'misbaksel' genoemde Wien Neerlands bloed. Het Wilhelmus werd pas in 1932 het officiële volkslied en door de symbolische waarde in de Tweede Wereldoorlog werd het dierbaar.

Een andere romantische voorstelling van zaken wordt mijns inziens gegeven door degenen die het Wilhelmus zien als symbool van de aloude verbondenheid aan en liefde voor het Oranjehuis. Ik twijfel. Uiteraard niet aan de eerbiedwaardige plaats die Willem de Zwijger heeft in onze geschiedenis. Veel inzendende dichters hebben de zin 'Ben ik van Duitsen bloed' dan ook trefzeker veranderd in 'De vader van dit land'. Overigens menen anderen dat dat 'Duits' een verbastering is van 'Diets' en dat dat laatste 'Hollands' betekent, zodat Willem van Oranje langs die weg “een van ons” is. Maar Nassau Dillenburg, zijn vaderlijk erfgoed waar hij werd geboren, lag en ligt toch echt in Duitsland. De rol van de Vader des Vaderlands is boven iedere twijfel verheven. En van alle inzenders heeft tweede-prijswinnaar Dick van Rietschoten die volgens mij het mooist onder woorden gebracht, door een eenheid aan te brengen tussen Willems idealen van toen en wat je zou wensen dat nu de Nederlandse idealen zouden zijn. Dit is een lied dat ik graag zou zingen.

Maar of dat lied ook op de grote groep nakomelingen van Willem de Zwijger kan slaan, weet ik niet. Maurits liet door gebrek aan respect voor recht Van Oldenbarnevelt ter dood brengen. De stadhouders Willem II, III en IV gedroegen zich naar de smaak van velen in de democratisch bedoelde Republiek te autocratisch. Willem V, zo leerde ik vroeger op de School met den Bijbel, was een 'slappeling'. De koningen in de vorige eeuw waren niet geliefd, koning Willem III werd zonder meer geminacht. Koningin Emma - geen Oranje - gaf als regentes het koningshuis haar waardigheid terug en droeg die over op haar dochter Wilhelmina. Maar koningin Wilhelmina werd wel geëerd, door haar gezagsgetrouwe onderdanen, doch was niet geliefd. Dat werd zij pas door de Tweede Wereldoorlog. Net als het Wilhelmus werd zij tot dierbaar symbool.

En geliefd was ook koningin Juliana, eertijds met gepaste trouwhartigheid onder woorden gezongen door Gerard Cox in 'Arme Ouwe' van Guus Vleugel.

Alles dus van vrij recente datum en geen “eeuwenlange aanhankelijkheid”. Na de eerste prijs waarin dicht bij het bestaande Wilhelmus wordt aangesloten en de tweede prijs waarin een verbinding wordt gelegd tussen het oude lied en het land van nu, leek het ons aardig er een drieluik van te maken en ook een prijs toe te kennen aan een lied dat alleen over nu gaat. En uit die categorie kozen we de inzending van mevrouw Wendte-Weber, omdat we het 'temmers der getijden' zo'n prachtig allitererende beeldspraak vonden.

Ik hoop dat ik hoogleraar Hoenderdaal heb gerustgesteld dat het er mij niet om gaat dat het Wilhelmus onbegrijpelijk is. En hij hoeft dan ook echt niet bang te zijn dat ik zal gaan ijveren om het kleine meisje op de Nachtwacht, “waarvan je niet begrijpt wat ze daar doet”, overgeschilderd te krijgen.

Het gaat niet om begrijpen, bovendien is het Wilhelmus heel goed te begrijpen en de betekenis is ook aan kinderen op de basisschool uit te leggen. Wat ik heb bedoeld is dat het lied geen recht doet aan de fundamentele aard van de werkelijkheid, ook die van de historische werkelijkheid: verandering en ontwikkeling. Die zou ik zo graag zichtbaar, of liever hoorbaar wil maken.

Vervangende tekst eerste couplet van het Wilhelmus met drie slotvarianten:

Wilhelmus van Nassouwe

een redder in de nood

Den Vaderland getrouwe

bleef Gij, tot in de dood.

Een prince van Oranjes

waart Gij, vrij, onverveerd;

(variant a): De eenheid onzer landen

hebt Gij altijd begeerd.

(variant b:) De vijand onzer landen

hebt Gij altijd geweerd.

(variant c:) Als Vader onzer landen

blijft Gij altijd geëerd.

J. Th. Snijders, Naarden

----

Van het moment af dat ik in Zaterdags Peil de oproep las om een nieuw eerste couplet van het Wilhelmus te dichten, liet deze uitdaging mij niet meer los. Het karwei heeft me echter veel meer hoofdbrekens gekost dan ik aanvankelijk vermoedde. Ik moest immers niet alleen zien te laveren tussen de klippen van nationalisme, persoonsverheerlijking en oubolligheid, maar ook een tekst produceren in de geest van wat Marnix van St. Aldegonde destijds had bedoeld. Bovendien bieden melodie en metrum van het Wilhelmus bitter weinig ruimte om te zeggen wat je te zeggen hebt. En op 'oranje' rijmt nu eenmaal weinig anders dan Spanje, franje, campagne of lasagne. Een schier onmogelijke opgave!

Diverse malen heb ik op het punt gestaan het bijltje er bij neer te gooien, maar uiteindelijk besloot ik 'just for fun' een probeersel op te sturen. Ik ben er niet tevreden over, maar ach, het was tenslotte geen officiële staatsopdracht . . .

Uit zand en zee geboren

uit water opgestaan

geknecht maar niet verloren

in vrijheid voortgegaan

Wilhelmus van Nassouwe

die tirannie weerstond

heeft Nederland doen bouwen

op respect en recht gegrond.

Dick van Rietschoten, Den Haag

----

Mijn Holland blijf ik trouwe

In voor- en tegenspoed.

Op Holland wil ik bouwen

Bij ebbe en bij vloed.

Want temmers der getijden

Zijn wij altijd geweest.

Voor Holland wil ik strijden.

Zegevier, o vrije geest!

Tot zover het Wilhelmus nieuwe stijl, zoals gesuggereerd in Zaterdags Peil.

A. E. Wendte-Weber, Amsterdam

----

Gevormd uit aarde, wind en water

is Nederland, mijn land.

en vastberaden staat er

een volk dat hand in hand

strijdt voor zijn recht op vrijheid

respect voor ieders aard

te leven in gelijkheid

in mijn land het leven waard.

André Lieberom, Baarn

----

Hier volgt mijn serieus bedoelde versie voor het eerste couplet van het Wilhelmus:

Wilhelmus van Nassouwe

zo fier en onbevreesd

Ons volk en God getrouwe

zijn leven lang geweest.

Een ware Prins van Neêrland

door heel het volk geëerd.

Hij bood de vijand weerstand

hij heeft het Lot gekeerd.

Een minder serieuze, meer bedoeld voor onze toekomstige koning:

Voor Willem Alexander

staat Neerlands jeugd paraat.

Wij vinden hem een kanjer

van deze Prins geen kwaad.

Het vrouwvolk staat te dringen

Uw gunst is haar veel waard.

Uit volle borst zij zingen

O Alex, schenk mij huis en haard!

L. Stolk-Polak, Bloemendaal

----

Het Wilhelmus van de Verzorgingsstaat

Wilhelmus van Nassouwe

geef mij mijn daag'lijks brood

om m'op de been te houwe

want zonder blijf ik dood.

Een appel van Oranje

is ook vrij snel verteerd

en zomers naar Hispanje

vind ik alminst verkeerd.

Ton Ceelen, Dordrecht

----

Wilhelmus van Nassouwe

in naam van Nederland.

Den vaderland getrouwe

de hemel en het land.

In vrijheid, met Oranje

zijn wij vrij onverveerd.

Het recht en lieve vrede

wordt hier altijd geëerd.

P. M. Hamelink, Mijnsheerenland

----

Wilhelmus van Nassouwe

Een Prins van aanzien groot

Het vaderland getrouwe

Bleef hij tot in de dood.

Ons volk mag nooit vergeten

Zijn onversaagde strijd

Voor vrijheid van geweten

Voor recht en menselijkheid.

C. Slagmolen, Apeldoorn

----

Hierbij een vervangend eerste couplet van het Wilhelmus; wát er ook van te denken, het is voor álle gelegenheden ongeschikt.

Wilhelmus van Nassouwe

Was aan hormonen rijk;

Hij trouwde met vier vrouwen

- Niet alle tegelijk -

Hij voerde veel campagnes

Voornamelijk in bed

En teelde veel Oranjes;

Zo werd ons volk gered.

G. Ch. Dupuis, Rotterdam

----

Het Wilhelmus is waarschijnlijk het enige volkslied ter wereld dat niet bol staat van chauvinisme ('it bêste lân fan d'ierde'), militarisme ('aux armes, citoyens!') of idolatrie ('God save our gracious queen'). Het is de berijmde apologie van Willem de Zwijger, die niets minder is dan een verdediging van de vrijheid van geweten en het kiezen voor rechtvaardigheid. Tijdens de bezetting beseften de Nederlanders dat terdege: vijftig jaar later is men dat, alle herdenkingen ten spijt, volledig vergeten. Onderwijskundigen, historici en journalisten zouden er beter aan doen dit opnieuw duidelijk te maken dan in jury's te gaan zitten voor een 'gemoderniseerde' tekst. Dat heeft niets te maken met eng nationalisme, maar met de wetenschap dat wij leven en willen blijven leven in een democratische rechtsstaat. Wilhelmus van Nassouwe

Als gij niet meer voldoet

Dan is dat te beschouwen

Als Nederland's bankroet;

Wèl juichen voor Oranje

Maar niet weten, waarom!

Geschiedenis is maar franje

En het volk blijft liever dom . . .

F. D. Zeiler (historicus), Kampen

Pag.2:

Wat maakt een volkslied tot een volkslied? Een gedeelde melodie, die iets van liefst het heroïsche van een land uitdrukt. De historie kan bezongen worden, of een volksheld, dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. Niets is echter heroïscher dan een klank, uit vele kelen afkomstig (een techniek vele malen betracht in de filmindustrie). Klank, dat is de kern van de zaak, melodie en klank.

Hier is mijn voorstel:

O o o o-o-o o o o

Ratata tatatata

Ah hah hah ah ahah ahahah

Na na na nanana na

ja ja jaah jaja jaja jajaja aha ahjaáh

eh hehe ehhehheh hehehe eh-heh heh heh uhuh!

De tekst, me dunkt, is van de tijd en eenvoudig te onthouden, zeker omdat het couplet is voorzien van een alleraardigst ezelsbruggetje: de eerste letters van iedere regel vormen tezamen het woord oranje. Het geheel blijft zo in de traditie van het Wilhelmus, en bovendien monarchie-gezind. Het spreekt dan ook voor zich dat de titel van dit lied Oranje zal zijn.

PS: Ik wil u er nog graag op wijzen dat het lied een leuke rijm heeft en een sterk einde, dat de verstandhouding, en daarmee de eenheid, van de zangers onderling zal benadrukken: uhuh!

Jurgen Dorrenboom, Rotterdam

----

Wilhelmus van Nassouwe

gaf ons zijn lijf en goed.

Wíj weten van geen trouwe:

de koopman kleurt ons bloed.

Wij hebben niks met Spanje

ook Sinterklaas niet meer

of appeltjes van Oranje:

de kerstman brengt ons meer!

mw. J. C. Sleeboom, Oegstgeest

----

Speciale voetbalversie van het Wilhelmus (voetbalvolkslied):

Wij zullen niemand uitjouwen

ook niemand met Duits bloed;

het Vaderland zijn wij getrouwe

als dat er maar een bal toe doet.

Onze jongens van Oranje

die schoppen onverveert

en koning Cruijff uit Spanje

hebben we altijd geëerd.

Lowie Gilissen, Hengelo

----

Wij zijn een volk van kinnessinne.

We hebben altijd gelijk.

Dus niemand kan het van ons winnen

Wij zijn de koning te rijk!

En al stelt ons landje

echt niet zo heel veel voor.

Wij zijn en blijven nummer één en dat

gaat door de eeuwen heen steeds door!

Karel Prior, Amerongen

----

Wilhelmus van Nassouwe

de vader van dit land.

Het vaderland getrouwe

bekrachtigt onze band.

Een prince van Oranje

ben ik vrij onversaagd.

Het vaderland te dienen

heeft God van mij gevraagd.

Weg Spaanse koning. Overigens hebben mijn vijf kinderen die in Spanje op school zijn geweest een heel ander verhaal te horen gekregen. Dat was wel even wennen toen ze terug kwamen in Nederland.

Else Foppema, Utrecht

----

Het Wilhelmus is een geuzenlied, dat is ontstaan omstreeks 1570. Dit was een van de donkerste jaren uit het leven van Willem van Oranje. Hij was tweemaal verslagen door Alva en zijn financiële middelen waren niet toereikend om een derde maal een leger op te been te brengen. De zaak van de bevrijding der Nederlanden leek voorgoed verloren. Het Wilhelmus is bedoeld als bemoediging en als verontschuldiging. De prins werd n.l. beschuldigd van een van de zwaarste misdrijven, die een edelman kon begaan, felonie, ontrouw van de leenman aan de leenheer. Vandaar dat, zowel in het eerste als in het laatste couplet, de trouw aan de koning van Spanje wordt beleden. Willem van Oranje streed niet tegen de koning, maar tegen zijn onwaardige dienaar Alva. De beschuldiging van felonie is de oorzaak van zijn vogelvrijverklaring geweest. Hij leefde sindsdien als Salman Rushdie in onze tijd.

Het lied kon in rederijkerskringen dienen als 'Prinsenverbeelding'. Een fraai uitgedoste zanger kwam op en zong: ik ben de prins van Oranje, heb mijn vaderland trouw gediend en mij niet schuldig gemaakt aan verraad aan de koning. Het lied werd spoedig populair en toen het getij gekeerd was en de prins weer in de Nederlanden kon verschijnen, werd het in verschillende steden gezongen bij zijn 'incomste'. Het is altijd een prinsenlied gebleven, tot in de strijd tussen patriotten en prinsgezinden in de achttiende eeuw. Bij de stichting van de Bataafse Republiek werd het verboden.

Toen koningin Wilhelmina in 1898 als vorstin werd ingehuldigd koos men voor het Wilhelmus als volkslied. De liefde voor het Oranjehuis was gedaald door het optreden van Willem III, en het was nodig dat de populariteit van het vorstenhuis een nieuwe impuls kreeg uit de vaderlandse geschiedenis. Men koos het Wilhelmus in de Valerius-zetting. Ook toen was het duidelijk dat de ik van de zanger niet moest worden verward met de ik van de bezongene.

Zo werd het Wilhelmus een symbool voor de verbondenheid van ons land met het Oranjehuis. Als men een symbool rationalistisch gaat ontleden, blijft er niets van over. Als verminderd historisch besef maakt dat wij het lied niet meer begrijpen, dan moeten we een nieuw maken, maar geen amenderingen aanbrengen in een historisch gegeven. Vaak zijn deze symbolen onbegrijpelijk. Ook de Marseillaise wordt niet meer overal verstaan. Horatius vertelt dat bij een bepaald feest in Rome een lied werd gezongen dat niemand meer begreep. “We gaan nog niet naar huis”, zingen we meestal op het eind van een feest en wie die moeder is, die niet thuis is, is ook een raadsel. Als men amenderingen in een oude tekst aanbrengt is dat alsof je het kleine meisje dat op de nachtwacht tussen die ernstige mannen loopt en waarvan je niet begrijpt wat zij er doet, gaat overschilderen.

Daarom: bewaar een historisch bezit en zing liever een onbegrepen tekst dan dat je hem wegrationaliseert.

G. J. Hoenderdaal, Lochem