Altijd een kind ouder; Zwalperige roman van Truus Roeygens

Truus Roeygens: Sneeuw draagt geen vruchten. Uitg. Querido. 160 blz. Prijs: ƒ 27,50.

“Ik wil met je naar bed”, zegt hij tegen haar, juist op het moment dat zij afscheid van elkaar zouden nemen. Dat is een directe mededeling die weldadig aandoet, na ruim 120 bladzijden waarin de twee verliefden alleen maar toespelingen maken en elkaar uitgebreid besnuffelen en uitdagen. Enkele bladzijden later voegen zij de daad bij het woord. Het is niet deze langverbeide vrijscène zelf, die Sneeuw draagt geen vruchten, de eerste roman van de Vlaamse Truus Roeygens, bijzonder maakt. Opzienbarend is wel dat zij en hij geen gewone geliefden zijn, maar moeder en zoon.

Het lijkt een gedurfd onderwerp, incest, en zeker voor een beginnende schrijver, maar Roeygens werpt zich er onbekommerd op. Er waait een zuidelijke wind door deze roman. Haar montere temperament blijkt niet alleen uit een kwistig, bijna gulzig soort taalgebruik, maar ook uit een voorliefde voor zonnig weer. Nooit miezert het in dit boek en als het al eens regent, dan is het ook meteen een 'wolkdooi'. De sneeuw uit de titel moet ook eerder als symbolisch witgoed worden gezien, dan als ordinaire neerslag.

Haar hoofdpersoon, een 'dichtertje', zoals gekscherend over hem wordt gezegd, koestert van kindsbeen af een grote, alles overheersende, maar verboden passie voor zijn moeder. Dag en nacht verlangt hij naar haar. Zij koestert zich comfortabel in zijn liefde, maar houdt hem nog net op veilige afstand. “Ik zie je graag”, zo verzekert ze hem. “Maar ik zal altijd een kind ouder zijn.” Pas wanneer hij, op zijn 21ste, te kennen geeft dat hij zijn eigen weg wil gaan, valt zij uit haar rol en wordt alsnog, voor één keer, zijn minnares.

Zo samengevat is dit een intrigerend gegeven, dat ook wel aardig wordt uitgewerkt. Terwijl de moeder verscheurd en gebroken achterblijft, met een door haar zoon verwekt kind bovendien, dat 'ongedaan' wordt gemaakt, kan de zoon eindelijk zijn eigen ambitie uitleven: hij wordt schrijver. Hij wordt zijn eigen biograaf, het brein achter deze roman, en kan dus beschouwd worden als Roeygens ghostwriter.

Daar wringt ook meteen de schoen. Bij alle drama en passie is er veel kunstmatigheid en aanstellerij geslopen in Sneeuw draagt geen vruchten. Dat heeft alles te maken met de dubbelrol van de hoofdpersoon, die niet alleen de liefhebbende zoon is, maar ook zijn eigen toeschouwer. Dat zorgt voor de nodige dubbelzinnigheid en vertekening, en ook voor veel ingelast en wijsneuzig commentaar tussen aanhalingstekens en haakjes. Volgens beproefd recept wordt de lezer ingeschakeld als een soort medeplichtige. “Misschien ben jij wel de enige die mij helder ontvangt”, zo heet het ergens koket. Dat is overigens nog maar de vraag, want Roeygens en haar spookschrijver leggen zich bepaald niet toe op eenvoudig taalgebruik.

De dichterlijke inborst van de hoofdpersoon komt in de eerste plaats tot uitdrukking in een aantal heftig getoonzette gedichten, waarin het gloeiend heet of juist ijskoud toegaat. Hinderlijker is het poëtische floers dat over de roman als geheel ligt. Over een meisje dat boos is, wordt opgemerkt: “Speekselresten koeken op haar publieke lippen.” Veel te zwalperig is ook deze observatie van een jongen die na het bad over de gang loopt: “Mijn voeten vloeien als verkleefde kwallen over de vloer.”

De vele alliteraties, beeldsprakigheden en romantische clichés over zomer en winter, zon en maan, sneeuw en zwarte inkt en een ware stortvloed van theatrale dialogen, verduisteren het zicht op wat Roeygens wel degelijk kan: een mooie plot verzinnen, toewerken naar een dramatisch hoogtepunt. En natuurlijk staan er ook wel mooie zinnen in het boek, maar die vallen tussen alle woordpraal nauwelijks op.

Het is jammer dat ze haar lezers niet in staat stelt om zich te concentreren op waar het allemaal mee begint en eindigt: de onmogelijke liefde tussen moeder en zoon. Een mooi onderwerp dat beter had verdiend.

    • Janet Luis