Het nieuws van 15 september 1995

Hartverscheurende vervlogen klanken

In 'Lost Heroes' beschrijft Fred van Doorn twaalf vergeten jazzhelden. “Van Doorns boek toont ons een glimp van de mensen, die er hun hart voor verscheurden om die muziek te kunnen maken”, schrijft J.A. Deelder. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.Fred van Doorn: Lost Heroes. Uitg. Van Gennep, 126 blz. Voor ƒ 6,50 bij De Slegte. Bij De Slegte ligt voor ƒ 6,50 of daaromtrent een voortreffelijk boek over jazz, te weten Lost Heroes van Fred van Doorn. Het gaat over in vergetelheid geraakte jazzmuzikanten. Mensen die stuk voor stuk korter of langer aan de roem hebben geroken, die hen uiteindelijk toch is ontgaan. De jazz kent er legio. Van Doorn noemt er twaalf. Het is zijn persoonlijke keuze en zoals altijd bij persoonlijke keuzes, zou de mijne er iets anders hebben uitgezien, maar als Van Doorn de zijne niet gemaakt had, had ik de mijne er niet naast kunnen leggen en dan was er helemaal niets geweest. Als degene die A zegt z'n mond zou houden, konden de B-zeggers wel inpakken.In twaalf stukken behandelt Van Doorn evenzovele muzikanten. Art Pepper, Tina Brooks, Chet Baker, Tony Fruscella, Brew Moore, Sonny Criss, Frank Morgan, Webster Young, Frank Strozier, Carmell Jones, Lee Morgan en Hank Mobley. Het feit dat iemand als Tony Fruscella bij de selectie zit, bewijst voor mij dat Van Doorn uit het juiste hout gesneden is. Toen ik ooit in het bijzijn van Nico Bunink, lost hero in his own right, de naam van Fruscella liet vallen, barstte deze prompt in snikken uit, enerzijds vanwege het verdriet om diens teloorgegane talent, anderzijds uit vreugde, dat Fruscella's muziek kennelijk niet aan iedereen volstrekt onopgemerkt voorbij was gegaan. Aan Van Doorn dus ook niet en hij getuigt daar met liefde van. Dat is meteen ook het meest opvallende aan dit boek, dat het met en vanuit een grote liefde voor de onderwerpen is geschreven. Uitgangspunt vormen steeds de opnamen, die door de betreffende muzikanten werden gerealiseerd.Jazzmuzikanten bestaan door hun opnamen. Zonder opnamen valt er weinig te schrijven. Van Doorn slaagt er in de meeste stukken in om iets van de ontroering, die de betreffende muzikant ooit bij hem wist te wekken in woorden te vangen. Voorwaar geen geringe prestatie, waar het over zoiets vluchtigs als muziek gaat, waarvan Eric Dolphy, één van de ontbrekende 'lost heroes', ooit zei: “Zodra het verklonken is, is het weg. Je krijgt het nooit meer te pakken.”Van Doorn is dat toch een beetje gelukt. Natuurlijk is zijn boek nostalgisch, niet omdat het mode is, maar omdat zulks in 't geval van jazzmuzikanten onvermijdelijk is. Immers, de gouden jaren van de jazz zijn lang vervlogen. Dat maken hedendaagse jazzopnamen keer op keer schrijnend duidelijk. Technische hoogstandjes zonder ziel, tienduizend noten per minuut om te maskeren, dat de muzikant in kwestie niets te melden heeft dat ons raakt. De muziek van Van Doorns 'lost heroes', die dertig tot veertig jaar geleden werd opgenomen, doet dat nog immer. Het is bezielde muziek. Hartverscheurend. Van Doorns boek toont ons een glimp van de mensen, die er hun hart voor verscheurden om die muziek te kunnen maken. Twaalf teloor gegane helden. Ze deden het niet vergeefs, zelfs al liggen ze nu bij De Slegte. Via De Slegte komen ze toch waar ze horen. Onder de mensen.Fred van Doorn krijgt van mij vijf sterren. Dat hij Frank Strozier eerst in 1963 op de Prestige lp Cymbalism van het Roy Haynes Quartet de dwarsfluit laat hanteren, zij hem vergeven, daar hij zelf al toegeeft de Jazzland lp's Long Night en March of the Siamese Children uit respectievelijk 1961 en 1962 nooit te hebben gehoord, in welk geval hij beter had geweten, want op beide platen fluit Strozier er al lustig op los, iets dat hij overigens wat mij betreft beter had kunnen laten. Desalniettemin niettegenstaande blijft Lost Heroes van Fred van Doorn een absolute must voor de liefhebber.