Het ontluiken van het beukeblad

Eik en Beuk wordt uitgegeven door Tellus in Zutphen en kost ƒ 29,90.

Een kiemplantje van de beuk is mooier dan menige bloem. Zo uitnodigend begint Jac. P. Thijsse zijn hoofdstuk 'Groei en bloei van de beuk'. Het staat in het nieuwe, nooit eerder uitgegeven Verkade-album over Eik en Beuk. Medewerkers van de Heimans en Thijsse Stichting ontdekten onlangs een stapel dichtbeschreven velletjes in keurig schoolmeestershandschrift bij de Zaanse koek- en beschuitfabrikant op zolder. Vijftig jaar na Thijsse's dood ligt het uit 1934 daterende manuscript dan eindelijk in de winkel, als eerbetoon aan onze grootste natuurschrijver.

Je mag het niet missen. Wat een mooi boek! Het is deels geïllustreerd met de originele plaatjes van J. Voerman jr, C. Rol en H. Rol die al voor dit album waren gemaakt, en stijlvol aangevuld met nieuwe aquarellen van Annie Meussen. Ze tonen ragfijne details. Het zwellen van de knoppen, het prille ontluiken van het beukeblad, de roodstaartrups en zijn vlinder, het vraatbeeld van de beukesnuitkever. Nooit geweten dat er zo ontzaglijk veel te zien valt aan eik en beuk.

Thijsse's enthousiasme voor alles wat groeit en bloeit straalt van iedere bladzijde. Zo wijdt hij een heel hoofdstuk aan de ananasgal, de aardappelgal en al die andere mysterieuze eikegallen, die volgens Thijsse tot de grootste wonderen der schepping behoren.

Wat had die man een geduld. Lees maar eens hoe hij in de lente op het mos zit om de beuken te zien ontluiken. Hoe sommige bomen altijd eerder beginnen dan andere en aan die bomen zelf weer enkele takken die helemaal haantje de voorste zijn, 'en daar hangen dan in het nog donkere bos enkele lichtende bladermassa's. Ik houd ervan om dag aan dag en liefst nog uur aan uur dat te zien gebeuren'.

Zoveel toewijding stemt nostalgisch. Daarom is het jammer dat de originele spelling - van hooge boomen in het beukenbosch - is omgezet in gewone voorkeurspelling. Juist omdat de hele manier van kijken en schrijven en de wijze waarop de auteur zich tot zijn lezers wendt als 'flinke jongens' en 'weetgierige knapen' zo onmiskenbaar vooroorlogs zijn, hoort zo'n boek ook ouderwets geschreven te zijn! Zo moeilijk was het Nederlands van 1935 toch niet te volgen? Maar misschien hopen de uitgevers hiermee een breder publiek te bereiken, en dat zou Thijsse ongetwijfeld waarderen.

Hij werd voor het eerst door de gebroeders Verkade benaderd in 1905. Al in 1900 had Ericus Verkade junior via een Duitse importeur een partij plaatjes op de kop getikt. Ze waren bedoeld om als attentie aan de klanten weg te geven, een soort voorloper van de Air Miles. Het bleek echter ondoenlijk om de plaatjes bij de onverpakte artikelen te leveren en zo belandden de drie kisten op zolder. Een paar jaar later komt de fabrikant ze daar bij een voorraadcontrole weer tegen. Inmiddels worden koek en beschuit wèl verpakt verkocht. Zo verschijnen de eerste Verkade-albums. Winkeliers kopen ze in voor 20 cent per stuk en verkopen ze voor een kwartje.

De eerste drie zijn sprookjesalbums, soms wat onsamenhangend van tekst, met een ratjetoe aan illustraties uit de kisten op zolder, van vruchten tot walvisvangst. Er zijn sprookjes bij die in ons land niemand kent, en sommige plaatjes zijn volgens critici 'beslist aanstootelijk voor het katholieke kind'.

Het succes is enorm. De albums vliegen weg en in tweeënhalve maand tijd is de koekverkoop verdubbeld.

Om de zaak professioneler aan te pakken zoeken de gebroeders Verkade contact met de onderwijzer en schrijver Jac. P. Thijsse. Deze geniet groot aanzien door zijn artikelen over de natuur in ondermeer de Groene Amsterdammer. Aanvankelijk aarzelt Thijsse. Kan hij, als gerespecteerd docent aan de Rijkskweekschool, reclame gaan maken voor koek? Toch laat hij zich overhalen, want het idee om met rijk geïllustreerde boeken een breed publiek te bereiken spreekt hem aan. Dat wordt het begin van een langdurige samenwerking. De Verkades, die zelf een artistieke inslag hebben - Anna Verkade is getrouwd met de bekende IJssel-schilder Jan Voerman - gaan op zoek naar de beste illustratoren. Afgesproken wordt om in de vier volgende jaren vier albums uit te geven met als thema's Lente, Zomer, Herfst en Winter. Het lente-album verschijnt in 1906. 'Het is nog niet uitgemaakt wie het eerst de lente proclameert, de zanglijster, het sneeuwklokje of de hazelaar.'

Daarna verschijnen Blonde Duinen, de Bonte Wei, het Naardermeer en Bosch en Heide. De voorbereiding van een album neemt soms wel drie jaar in beslag. Vanaf 1914 verschijnen de landschapsalbums Langs de Zuiderzee, De Vecht, De IJssel en Friesland, als vlot geschreven gidsen voor het maken van tochten.

Geleidelijk zakt bij het publiek de belangstelling wat in. Van het album Friesland worden maar 16.000 exemplaren verkocht. De Verkade-directie houdt even pauze. Eind 1925 verschijnt Mijn Aquarium, van een andere schrijver, A.F.J. Portielje, die in het dagelijks leven inspecteur is van Artis en geliefd door zijn radiopraatjes. Dit album wordt meteen een eclatant succes. Er gaan er 84.000 over de toonbank. Arnold Verkade wordt benoemd tot erelid van de Nederlandse Bond van Aquariumhouders.

Wie steeds dezelfde plaatjes bij de koek krijgt kan ze terugsturen naar Verkade om ze te ruilen voor andere. De ruilafdeling en de binnenkomende brieven, wel 200 per dag, verschaffen op den duur aan 30 meisjes werk. In totaal gaan er 30 miljoen plaatjes en 2,2 miljoen albums over de toonbank, tot in Indië worden ze grif verzameld. Het is een unieke vorm van klantenbinding, jarenlang. In het Verkade-archief is een bonte collectie brieven bewaard, vooral van kinderen, vaak hele verhalen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zo schrijft een jongetje uit Haarlem, blij met het album over apen en hoefdieren in Artis, trots dat hij de vorige zomer heeft leren melken en sluit een fotootje van zichzelf onder de koe - ook een hoefdier - bij. Elke briefschrijver wordt vriendelijk bedankt.

Het album over apen en hoefdieren (1940) is meteen het laatste uit de reeks. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakt een eind aan de traditie. Het bestaan van het manuscript van Eik en Beuk kwam pas kortgeleden aan het licht. Uit de naspeuringen van de Heimans en Thijsse Stichting blijkt dat de schrijver in onmin met de gebroeders Verkade was geraakt. In een brief aan een van zijn illustratoren, Koeman, had Thijsse laten weten te zijn benaderd door de concurrent. 'Maar dat houd ik even in beraad', zo schreef hij nietsvermoedend. De mededeling sloeg bij de beschuitfabrikanten in als een bom. Het idee dat de concurrent ook met Thijsse-albums zou gaan scoren! Alle voorbereidingen voor Eik en Beuk werden gestaakt, een deel van de al gemaakte plaatjes belandde een jaar later in het nieuwe Verkade-album Hans de Torenkraai van een andere auteur. Het was wetenschappelijk niet verantwoord, zeiden de critici, maar kinderen vonden het erg leuk.

Gelukkig werd de ruzie bijgelegd en in 1936 verscheen weer een prachtig Thijsse-album. Thijsse's laatste brief, gedateerd op 7 januari 1945, was aan Verkade gericht. Hierin bedankt de schrijver voor een kerstpakket. Een dag later is hij overleden.

    • Marion de Boo