Orkaan Luís zwaarste sinds 1819

De orkaan Luís is de meest verwoestende geweest die Sint Maarten ooit heeft getroffen. In het verleden is het eiland al wel vaker slachtoffer geweest van orkanen, die bij tijd en wijle door het noordelijk deel van het Caribisch gebied razen.

Tot 1956 waren er geen orkaanwaarschuwingen. Alleen de barometer gaf enige aanwijzing over naderend onheil. “De stand van de barometer is zodanig dat ik het dorp heb doorlopen om te kijken of alles goed gesloten was” schreef een gezaghebber in het begin van deze eeuw.

In 1819 woedde op Sint Maarten een orkaan, kennelijk met een soortgelijke kracht als Luís. Evenals nu werd toen enorme schade aangericht: van de 450 huizen op het eiland waren er na het voorbijtrekken van de orkaan nog maar 76 over. De andere waren gewoon weggeblazen. Over de eenvoudige hutjes werd niet eens gerept. Die verdwenen vermoedelijk alle in zee. Ruim 80 mensen vonden toen de dood.

De schade in 1819 bedroeg anderhalf miljoen gulden. Hoe enorm dat bedrag was blijkt als in aanmerking wordt genomen dat de hele begroting van het eiland 30.000 gulden besloeg. Na deze ramp was de voedselsituatie alarmerend. Alle plantages waren vernield. Vanuit Nederland kwam geen steun. De koloniën moesten toen zichzelf bedruipen.

Het moederland tastte wel in de buidel na de orkanen van 1924 en 1928. Die waren lang niet zo ernstig als Luís maar veroorzaakten toch forse schade, vooral op Saba en Sint Eustatius. De orkaan van 1924 verwoeste op alle drie Bovenwindse Eilanden de oogst. Op Curaçao collecteerden de inwoners voor de slachtoffers. De opbrengst bedroeg 5000 gulden. Nederland kwam met 10.000 gulden over de brug. In 1928 was het weer raak. Een orkaan verwoestte op Sint Eustatius toen 47 huizen.

In 1850 werd Sint Maarten wederom getroffen. De schade bleef echter beperkt. Er vielen geen doden. Ook in 1867 woedde er een orkaan. Die bracht alleen schade toe aan hutten, krotten en kleine pachthoeven.

Een orkaan in 1890 trof vooral Saba zwaar. Het hooggelegen Windwardside had het zwaar te verduren. Slechts één houten huis overleefde de storm. Saba werd opnieuw getroffen in 1932. Er vielen toen twee doden. In de 200 meter hoog gelegen hoofdstad The Bottom werd de roomskatholieke kerk drie meter van haar fundamenten verschoven.

In 1950 was het weer zover op Sint Maarten. Een groot aantal woningen werd vernield. Tien jaar later verscheen de orkaan Donna. De schade bedroeg toen een half miljoen gulden. (ANP)