Duizenden dino-eieren in de Pyreneeën

ROTTERDAM, 31 AUG. In de Franse Pyreneeën heeft een groep onderzoekers uit Frankrijk en Spanje de overblijfselen ontdekt van een reusachtige dinosaurussenkolonie, compleet met botten en zo'n 300.000 eieren. Dit staat in de nieuwste uitgave van het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De resten lagen verspreid over een gebied van zo'n 15 vierkante kilometer dat in de grijze oudheid tot de kuststreek behoorde. Hier werd een onnoemelijke hoeveelheid eierdoppen aangetroffen temidden van grote brokken bot, kleine verbrijzelde botjes die vermoedelijk van jonge dino's afkomstig zijn, een tamelijk compleet skelet van een kleine fossiele hagedis en een aantal huisjesslakken.

Ook werden enkele complete eieren aangetroffen. Verder werden de overblijfselen van liefst 24 nesten opgegraven, met één tot zeven eieren per nest. Uit dat alles valt duidelijk af te leiden dat de nesten oorspronkelijk op deze plek gemaakt zijn en hier niet zijn beland door later verschuivende aardlagen. Volgens onderzoeker J.L. Sanz van de Unidad de Paleontologia, Facultad de Ciencias, Universidad Autonoma in Madrid, moet het gebied een echt dinosaurusbroedterrein zijn geweest. Elk broedseizoen zouden de dieren er terug zijn gekomen om zich te nestelen.

De vindplaats is de noordhelling van de Arenisca de Arén Formatie in de zuidelijke Pyreneeën. De lagen uit het Boven-Krijt, tot 65 miljoen jaar oud, zijn hier rijk aan dinosaurusoverblijfelen. Al langer werd vermoed dat sommige dinosaurussoorten echte kustbewoners waren; de vindplaats bij Arenisca de Arén is daarvoor het eerste echte bewijs. Op het hoogste deel van de geologische formatie werden in de twee meter dikke rode zandsteenlaag prachtig bewaard gebleven dinosaurusnesten aangetroffen. Wat lager gaat de rode zandsteen over in zandstenen die aan het strand gelegen moeten hebben. Op deze stenen zijn de sporen die de voortdurende golfslag heeft achtergelaten, nog steeds duidelijk te zien. Vermoedelijk nestelden de dinosaurussen hier vroeger aan deze stranden in het zand. Al schuierend en trappelend hebben de kolossen zelf al een flink deel van hun eieren gebroken, de rest is bij latere geologische processen grotendeels verbrijzeld. Enkele eieren zijn verrassend genoeg nog heel. Ze hebben een doorsnee van zo'n 20 centimeter en de eierschaal is 1,45 millimeter dik. De nesten lagen meestal niet meer dan tweeënhalve meter van elkaar af, waaruit valt af te leiden dat het broedterrein druk bezet was. Volgens de onderzoekers is deze vindplaats mogelijk maar één voorbeeld, ze achten het goed denkbaar dat de dinosaurussen in deze regio in het Boven-Krijt alom aanwezig waren.