Koerdistan: strijd tussen twee mannen

ANKARA, 29 AUG. Vrede in het grotendeels door Koerden bewoonde en de facto onafhankelijke Noord-Irak lijkt op een wensdroom die maar niet in vervulling wil gaan. Alhoewel de 3,5 miljoen inwoners sinds het voorjaar van 1991 door een geallieerde luchtmacht worden beschermd tegen nieuwe aanvallen van het bewind in Bagdad, wordt de regio nu al ruim een jaar lang geteisterd door de de machtstrijd tussen de rivaliserende Koerdische Democratische Partij (KDP) van Mesut Barzani en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Celal Talabani, waarbij zeker 3.000 dodelijke slachtoffers zijn gevallen.

Het met zoveel verve door de Koerden opgezette en internationaal ondersteunde democratische experiment van een gekozen regionaal parlement en een regering die voor 50 procent bestond uit KDP- en voor 50 procent uit PUK-vertegenwoordigers, is inmiddels ten grave gedragen en de de facto onafhankelijke Iraaks-Koerdische staat is opgedeeld tussen de mannen van Barzani en die van Talabani. De KDP contreert het noordelijke, aan Turkije grenzende, deel, terwijl de PUK de dienst uitmaakt het zuiden, inclusief het als administratieve hoofdstad functionerende Erbil, met zijn meer dan een miljoen inwoners.

Talabani geschuldigt de KDP ervan dat het zich eenzijdig ontfermt over de douane-rechten die bij de Turks-Iraakse grenspost Habur worden geïnd, terwijl Barzani de PUK verwijt dat het Erbil bezet houdt. Maar feitelijke gaat het om een pure machtsstrijd tussen de twee mannen en hun partijen, die al enkele decennia aan de gang is. Waarnemers menen dat beide leiders de status quo in stand houden om zo aan nieuwe verkiezingen te ontsnappen en de machtspositie in hun eigen regio's te consolideren.

Na talloze mislukte pogingen om tot een staakt-het-vuren te komen, zowel na tussenkomst van de buurlanden Turkije en Iran, brachten de VS de partijen erder deze maand rond de tafel in het Ierse Dublin. Daarbij was ook het Iraakse Nationale Congres, een bundeling van Iraakse oppositiegroeperingen, aanwezig evenals vertegenwoordigers van Turkije. Die ontmoeting leidde in ieder geval tot een nieuw staakt-het vuren in Noord-Irak en de algemene erkenning dat de rust onder Iraakse Koerden is gebaat met de demilitarisering van Erbil en het opzetten van twee raden: een om er op toe te zien dat de douane-heffingen niet in de zakken van slechts een partij verdwijnen; een andere om de administratieve macht te controleren.

Maar de breekbare rust werd zaterdag wreed verstoord door een grootscheepse aanval van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die voor een onafhankelijk Turks-Koerdistan strijdt, op ten minste 20 KDP-grensposten, waarbij 12 mensen het leven lieten en 40 gewonden vielen. Waarnemers meldden dat er ook gisteren op grote schaal werd gevochten tussen de PKK en de KDP langs de grens met Turkije. Alhoewel PKK-rebellen zich al jarenlang in Noord-Irak ophouden - profiterend van het machtsvacuüm - en van daaruit aanvallen op burger- en militaire doelen in Turkije uitvoeren, was het voor het eerst dat ze hun gram zo massaal op de strijders van Barzani richtten.

Het is voor niemand een geheim dat de PKK meer dan geïrriteerd is over de uitkomst van de Dublin-besprekingen en dat het met de aanvallen op de KDP-bases duidelijk maakt dat de invloed van Turkije in Noord-Irak te groot is. Ankara was niet alleen als enig regionaal land bij de besprekingen in Dublin aanwezig, wat aangeeft dat de VS wel degelijk rekening houden met de Turkse wensen wat betreft zijn veiligheid, maar bovendien laat de KDP de oren steeds meer hangen naar wens van Turkije om de PKK uit de bergstreek te weren.

Barzani is in de ogen van PKK-leider Abdullah Öcalan weinig anders dan een marionet van de Turken die nu op hardhandige wijze weer 'op het rechte pad' moet worden geholpen. Öcalan wil dat er een Koerdische federatie in de regio wordt gevormd, waarna hij bereidt is het gebied weer aan de KDP en de PUK over te laten.

Na de grootscheepse militaire interventie van het Turkse leger in Noord-Irak eerder dit jaar om de PKK uit de grensstreek te weren, zijn de Koerdische rebellen inmiddels op grote schaal terug in de regio. Volgens persberichten heeft de PKK zeker 3.000 strijders in Noord-Irak samengetrokken, die zich gedeeltelijk zowel in Iran als in Syrië ophielden. Bovendien zouden er plannen worden gesmeed om de burgerbevolking van het in Noord-Irak gelegen VN-kamp Atrush in te zetten in de strijd tegen de KDP door hun als levend schild de autowegen te laten blokkeren.

Altrush wordt bevolkt door Turkse Koerden die hun dorpen in Zuidoost-Turkije zijn onvlucht voor de terreur van de Turkse veiligheidstroepen die hen ervan beschuldigen met de PKK te sympathiseren, nadat men weigerde dorpswachters uit hun midden aan te stellen. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN heeft er vanuit Bagdad al voor gewaarschuwd dat de vluchtelingen niet bij de gevechten betrokken mogen raken.

In Ankara bestaat de pertinente indruk dat de PKK met de aanval op de bases van de KDP tevens beoogt om het Turkse leger ertoe te dwingen een nieuwe interventie uit te voeren in Noord-Irak. De operatie in maart had scherpe kritiek in Europa tot gevolg. De PKK zou hopen op en herhaling hiervan, wat van invloed zou kunnen zijn op het besluit later dit jaar van het Europese Parlement met betrekking tot de voorgenomen douane-unie tussen Brussel en Ankara.

Alhoewel de KDP de afgelopen dagen in alle toonaarden heeft herhaald dat de gewapende aanvallen van de PKK op zijn grensposten de vredesbesprekingen met de PUK niet zullen beïnvloeden, beschuldigde een van de vertegenwoordigers van Barzani in Turkije, Faik Nerwiya, er de PUK tevens van de PKK te steunen in hun strijd tegen de KDP. “We ondersteunen de Koerden in het verkrijgen van hun rechten (in Turkije)”, pareerde Latif Rashid, een PUK-vertegenwoordiger in Londen deze aantijgingen, “maar we zijn tegen geweld.” Waarnemers menen evenwel dat Talabani niet bijzonder gelukkig is met de uitkomst van de besprekingen in Dublin. De PUK zou zich met name niet willen binden aan de overeengekomen maatregelen betreffende de veiligheid met Turkije.

Toch is het hoogst twijfelachtig dat Talabani juist op dit moment de PKK zo ferm zou aanzetten tot acties tegen de KDP met het doel om chaos te creëren in dit deel van Noord-Irak om zo de positie van Barzani te verzwakken. De indruk is juist dat de PUK nog slechts over weinig financiële middelen beschikt - zelfs de peshmerga's (gewapende strijders) zouden niet meer op tijd worden uitbetaald - nu de partij moet terugvallen op de geringe inkomsten die het uit het buitenland ontvangt, nadat de strijd met de KDP in het afgelopen jaar vrijwijl alle reserves heeft opgeslokt. Hierdoor is Talabani's positie aanzienlijk verzwakt.

Iraakse Koerden zien evenzeer de hand van zowel Iran als Syrië in de ontwikkelingen. Iran won de afgelopen maanden aanzienlijk terrein in Noord-Irak door zich op te werpen als vredesonderhandelaar tussen de twee rivaliserende Koerdische groeperingen. Door het Amerikaanse initief werd Teheran weer op de achtergrond geschoven. Syrië zou tevens de invloed van Turkije als te groot ervaren. De drie landen voerden de afgelopen jaren op gezette tijden overleg over de situatie in het Koerdische Noord-Irak, maar die besprekingen zijn de laatste tijd in het slop geraakt, met name als gevolg van de Turkse irriatie over de gedoogde aanwezigheid van de PKK in deze buurlanden.

De PKK is voor meer dan een partij dan ook een uiterst welkome katalysator in dit deel van de regio, waar de Koerden al decennia lang worden aangezet om zich tegen elkaar af te zetten, in plaats van hun krachten te bundelen.